Lemma’s

Hier vindt u alle onderwerpen, verkort weergegeven en op alfabetische volgorde gerangschikt, waarover in de Bergense Kronieken en Themanummers is gepubliceerd, bijgewerkt tot en met november 2017.

De lemma’s zijn ooit opgezet door Bob van de Graaf, de index door Roosannie Hazelhoff Roelzema-Kromhout.
Beide worden nu bijgehouden door Theo de Graaff.
U kunt de index raadplegen voor een alfabetisch overzicht van alle artikelen.

Indien u een bepaald nummer van de Bergense Kroniek niet in uw bezit hebt, kunt u deze inzien in de Openbare Bibliotheek van Bergen, in het Regionaal Archief te Alkmaar of door middel van de gedigitaliseerde versie in dat archief via deze website.
Er zijn ook nog oude nummers te koop in onze webwinkel. Zie elders op deze website.

Reacties op deze rubriek kunnen worden gezonden naar het e-mailadres: redactie@hvb-nh.nl

—– A —-

Accijns. Zie Belastingen

Adelbertuslaan, Sint. De 100-jarige geschiedenis van deze laan vindt u in Kroniek 2016/april, p18.

Akte van goed gedrag. De schout kon aan een Bergenaar die zich ‘als een braaf en stil burger’ had gedragen, een akte van goed gedrag afgeven. Kroniek april/1999, p15; Kroniek april/2004, p23. Zie ook Indemniteit.

Amersfoortse evacués in Bergen. Nederland had zich vanaf 1935 voorbereid op een eventuele oorlog met Duitsland met (onder meer) plannen voor evacuatie van burgers die gevaar konden lopen. Bij de inval van Duitsland in mei 1940 werden de inwoners van Amersfoort volgens deze plannen naar Noord-Holland geëvacueerd. Een deel van hen kwam in Bergen en Bergen aan Zee terecht. Als dank voor deze opvang schonken de inwoners van Amersfoort in 1941 een bank rond de boom aan het begin van de Hoflaan. Opmerkelijk was dat ook Bergen al direct onder vuur kwam te liggen vanwege het nabije vliegveld. Behalve de eigenlijke evacuatie, de ervaringen van een paar evacués en de opvang in Bergen en Bergen aan Zee, wordt in kroniek 2010/april, p15, ook de impact beschreven van het Duitse bombardement op het vliegveld. Zie ook 2e Wereldoorlog.

Archeologie. 1. De sloop van De Rustende Jager in het begin van 2001 bood de gelegenheid tot onderzoek van een geestnederzetting binnen de bestaande dorpskern van Bergen. De Universiteit van Amsterdam deed een vooronderzoek. Daarna volgde uitgebreider bodemonderzoek door de amateurarcheologen van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland. Er werden verkenningssleuven en werkputten aangelegd, waarbij verschillende sporen en vondsten van vroegere bewoning en landgebruik werden aangetroffen. Ook kwamen onder andere 12 waterputten aan het licht. Van zeven periodes van bewoning tot de 19e eeuw worden de vondsten beschreven. Kroniek 2003/april, p12. 2. Een uitgebreid overzicht wordt gegeven van hetgeen rondom het terrein van de Rustende Jager bij de archeologische onderzoekingen naar boven is gekomen. Sommige objecten werden gerestaureerd, de overige zijn opgeslagen in het Provinciaal Archeologisch depot in Wormerveer. Kroniek 2004/nov, p3.

Architectuur. In Bergen vindt u alle architectuurstijlen wel vertegenwoordigd: de Gotiek, de Renaissance, het Classicisme, de Neostijlen, de Amsterdamse School, het Modernisme en het Postmodernisme. Kroniek 2012/april beschrijft vanaf p16 deze stijlen, gelardeerd met allerlei voorbeelden zoals Het (Oude) Hof, het Oude Raadhuis, Park Meerwijk en de Bakema Flat.
Zie ook Rustende Jager; Het Hof; Het Plein; Descartes; Bergen aan Zee; Architectuur; Jan Leijen.

Atlantikwall. Atlantikwall was de naam van de verdedigingslinie die de Duitsers in de 2e wereldoorlog aanlegden langs de Europese kust, van de Noordkaap tot aan Spanje. In kroniek 2011/april, p12, kunt u lezen hoe deze Atlantikwall was vormgegeven in het gebied van Camperduin tot aan de zeeweg naar Bergen aan Zee en wat er in deze tijd van is overgebleven. Aandacht wordt besteed aan onderdelen als bunkers, tankwallen, mijnenvelden, kanonnen, afweergeschut, radar en V1 lanceerinstallaties. Zie ook Wereldoorlog.

Autobusdiensten. Vanaf 1920 hebben verschillende ondernemers autobusdiensten opgezet. De meeste bestonden slechts kort. Een langere tijd bleef de Noord-Hollandsche Autobus Dienst Onderneming (NHADO) bestaan, waarvan in 1920 A. Schalkwijk de alleen-eigenaar werd. In 1939 nam Schalkwijk de busdienst Camperduin-Schoorl-Bergen-Alkmaar over van J. de Jong. Na de Tweede Wereldoorlog onderging de busdienst een verdere uitbreiding met een lijn naar Bergen aan Zee. Daarna werd de NHADO overgenomen door de NZH. Thema 1997, p13; Kroniek 1999/april, p23. Zie ook Vervoer.

—- B —-

Bacchus in Bergen. Zie Drank (sterke).

Badbode. Zie Bergensche Bad-, Duin- en Boschbode.

Bakkerijen. 1. In kroniek 2002/april, p19, wordt een overzicht gegeven van de bakkers en bakkerijen die – in hoofdzaak in de vorige eeuw – in Bergen gevestigd waren, zowel in het centrum als in de wijken rondom. Aan de orde komen, naast persoonlijke ervaringen, de winkels en het assortiment, de lunchrooms, ijssalons en automatieken. 2. In kroniek 2009/april, p13, worden opkomst en teruggang van specifiek de brood- en banketbakkersbranche toegelicht, met speciale aandacht voor de (banket)bakkerijen van Roos, Vijn en Dijs.

Baljuw. Zie Rechtspraak, Criminele

Banken. 1. De geschiedenis van de Roggeveenbank in Bergen aan Zee. Kroniek 2006/april, p23. 2. De bank op de hoek van de Mosselenbuurt en de Eeuwigelaan is in 1929 geschonken door mevrouw Regout-Westerwoudt. Kroniek 2012/april, p26.

Banpalen. Zie Grenspalen

Barakkenkamp. Zie Mobilisatie 1939

Bataafse revolutie. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden hield op te bestaan toen op 15 januari 1795, als gevolg van de fel aangewakkerde strijd tussen prinsgezinden en patriotten, en een inval van Franse troepen, stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte. De Bataafse Revolutie, die na deze omwenteling werd uitgeroepen, had door de proclamatie van de Rechten van de Mens en Burger van 31 januari 1795 grote gevolgen voor de inrichting van het bestuur in ons land, ook voor de Vrije Heerlijkheid Bergen. Thema 4, p4 en p18. Zie ook Bataafs-Franse tijd.

Bataafs-Franse tijd. Zie Belastingen; Grondwet; Nationale Vergadering; Russen; Veebezit; Volkstellingen.

Begraafplaatsen. 1. In vroeger dagen werden de overledenen op het kerkhof rondom of in de dorpskerk – de Ruïnekerk – begraven. Na een verbod in 1827 om binnen de bebouwde kom te begraven, duurde het tot 1864 eer een nieuwe begraafplaats werd aangelegd aan de toenmalige Schoolstraat, nu Ruïnelaan. Er was een algemeen deel en een katholiek deel. Toen deze te vol raakte, werd ze in december 1965 gesloten. Het terrein en de grafmonumenten worden sinds enige tijd – na een restauratie – door vrijwilligers onderhouden. Kroniek 1998/april, p4. 2. In 1920 kreeg het dorp een ruim aangelegde begraafplaats aan de Kerkedijk. Het zuidwestelijk deel werd aan de rooms-katholieke parochie toegewezen. Kroniek 1997/nov, p13. 3. Op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkedijk werd in 1945 een terrein ingericht voor de stoffelijke resten van 252 gesneuvelde geallieerden. Thema 1995, p23. 4. Al in 1940 verschenen er Britse vliegtuigen boven Nederland. In mei 1941 werd een eerste Engelse bommenwerper bij Opmeer neergeschoten. De commandant werd in Bergen begraven op een stukje terrein van de Algemene Begraafplaats, dat door de bezetter bestemd was om gesneuvelde militairen te begraven. In 1943 begonnen de nagenoeg ononderbroken dag- en nachtaanvallen van Amerikanen en Engelsen. Talloze toestellen werden een prooi voor de Duitse vliegtuigen of het luchtafweergeschut. Door de vele slachtoffers die begraven moesten worden, nam de militaire begraafplaats in omvang toe. Uiteindelijk zijn de Duitse graven verplaatst en werden de gesneuvelde Amerikanen overgebracht naar Margraten. Omstreeks 1950 waren er 237 graven van de geallieerden. Besproken worden verder de grafdelvers, verzorgers en beheerders van de graven in de jaren 1945/2005, de monumenten, de herdenkingen en het aantal graven van vliegers en zeelieden van de verschillende nationaliteiten. Kroniek 2005/april, p16. 5. In kroniek 2009/nov, p9, komen zaken aan de orde als het servituut op de begraafplaats, het verschil tussen katholieke en protestantse voorschriften en tradities, de symbolen op zerken en zuilen en de soms bijzondere flora en fauna. Zie ook Bottemanne.

Belastingen. 1. Toen in 1745 een Bergense mejuffrouw de haar opgelegde belastingaanslag nog niet had betaald, ontving ze eerst een brief met een sommatiebiljet. Toen betaling uitbleef, richtte de belastingambtenaar zich tot de ‘schout ende Geregte’ van Bergen. Kroniek 1999/nov, p44. 2. Vanouds werd door de overheid een ‘middel op het gemaal’ geheven, een impost op het te malen graan. In 1830 werd dit accijns, dat door de bakkers moest worden betaald, afgeschaft, maar kort daarna lag er een wetsontwerp om het weer in te voeren. In november 1832 zond de Bergense bakker Jacob Leijen namens 63 collega’s in de wijde omtrek een lang rekest hierover aan de Koning. Kroniek 2000/april, p10. Zie ook Turfvolders

Belastingen in de Bataafs-Franse tijd. 1. Aan de dorpsuitgaven moesten ook in de Bataafs-Franse tijd alle burgers van Bergen naar draagkracht bijdragen. In het schotboek werd door de dorpssecretaris genoteerd hoeveel ieder gezinshoofd of alleenstaande bezat en welk aandeel hij moest betalen van de schotgelden. De cijfers van 1801 geven een beeld van arm en rijk. Thema 98, p12. 2. In 1805 voerde de Secretaris van Staat van Financiën het ‘patent’ in, een soort belasting. Hoe deze in 1811 geheven werd bij een timmerman als toelatingsgeld voor het uitvoeren van zijn beroep, werd in een akte vastgelegd. Kroniek 1999/nov, p44. Zie ook Veebezit in de Bataafs-Franse tijd

Bello. 1. Populaire naam van de stoomlocomotief die dienst deed op de lokaalspoorweg Alkmaar-Bergen aan Zee. In 1898 bestonden er twee comités ter bevordering van een betere verkeersverbinding tussen Egmond, Alkmaar en Bergen. Ze werden samengevoegd en bereidden een concessieaanvraag voor. In 1905 werd de stoomtramlijn in gebruik genomen. De opening van de lijn Bergen-Bergen aan Zee vond plaats op 24 juni 1909. Op 31 augustus 1955 maakte de tram haar laatste rit Alkmaar-Bergen-Bergen aan Zee vice versa. Kroniek 1995/nov, p34; Thema 1997, p6. 2. De laatste rit van Bello op 31 augustus 1955 wordt nog eens met grote nostalgie beschreven. Kroniek 2005/nov, p26. 3. In kroniek 2009/april, p6, wordt beschreven hoe 100 jaar eerder in 1909 de spoorverbinding tussen Bergen en Bergen aan Zee tot stand is gekomen, hoe de exploitatie verliep tot aan het eind in 1955 en hoe bestuurders, andere notabelen en bevolking van Bergen zich vanaf het begin in sterke mate betrokken hebben gevoeld bij deze spoorverbinding.

BEM. 1. N.V. Bouw Exploitatie Maatschappij Bergen aan Zee (later B.V.). De bouw van een geheel nieuw dorp aan de kust, de badplaats Bergen aan Zee, vereiste uiteraard zeer grote investeringen. Om deze in goede banen te kunnen leiden werd een maatschappij opgericht. Thema 1997, p28. 2. De BEM heeft in de loop der jaren vele werknemers in dienst gehad, onder andere voor de aanleg van een strandafgang en voor de opstelling van badkoetsen, evenals voor de boekhouding. Thema 1996, p19 en 21. 3. De BEM heeft in Bergen aan Zee verschillende gebouwen en woningen gebouwd en exploiteerde een aantal voorzieningen voor de badgasten. Kroniek 1998/nov, p28.

Berdos. 1. Pas in 1979 werd de naam van deze voetbalclub officieel: V.V. Berdos. Daaraan ging een lange geschiedenis vooraf, beginnend met de oprichting in 1915 van de Berger Football Club. In deze geschiedenis speelt de rooms-katholieke achtergrond van de club een grote rol. Over en door de leden van het eerste uur, d.w.z. de oprichting in 1932 van ‘Berdos’, wordt verteld, evenals over de verschillende jubilea die sinds dat jaar zijn gevierd. Kroniek 2007/april, p22. 2. Het relaas van een lang proces met als uitkomst de uiteindelijke fusie tussen beide Bergense voetbalverenigingen Berdos en BSV vindt u in kroniek 2017/nov, p24

Bergen, Goede van. Dochter van Jan van Bergen die in 1315 de 1ste Heer van Bergen werd. Na het overlijden van haar vader erfde zij de heerlijkheid Bergen en kreeg daarnaast van de graaf van Holland een jaarlijkse toelage die betaald werd uit de ‘korentiende’ van Nieuwkoop. Kroniek 2014/nov, p6. Zie ook Heren en Vrouwen van Bergen.

Bergen aan zee, Architectuur. Thema 1996, p8. Bergen aan Zee heeft ook vóór de Tweede Wereldoorlog vele bouwvormen gekend. Op stedenbouwkundige en landschappelijke basis van H.P. Berlage en L.A. Springer werd in de periode van 1906 tot 1939 een in stijl gevarieerde bebouwing van woningen, hotels en pensions gerealiseerd. Veel ontwerpen kwamen van de hand van de plaatselijke architect P. Elders en van het architectenduo Vorkink en Wormser uit Amsterdam. Verder waren nog enkele architecten uit Bergen in de badplaats werkzaam, te weten Joh. D. Wildeboer, J.C.Leijen, J. van Exter en De Heer-Kloots. Zie ook Architectuur.

Bergen aan Zee, bewoning. Van het jaar 1938 zijn cijfers bekend over de vaste bewoners. Toen de zomergasten waren vertrokken, bleef een kleine gemeenschap van ruim dertig families over. Kroniek 1998/nov, p29.

Bergen aan Zee, Glijden aan Zee. In kroniek 2016/april, p24, wordt een vorm van strandvermaak beschreven die nu niet meer bestaat: met een glijbaan van het duin af.

Bergen aan Zee, huisnamen. Aan de hand van gedetailleerde documentatie en een kaart van Bergen aan Zee van omstreeks 1939, worden per straat de vele namen besproken die de woningen in die tijd hadden. Aangeduid wordt welke panden later gesloopt zijn. Kroniek 2006/april, p18.

Bergen aan Zee, kleine verhalen. De volgende verhalen zijn geschreven rond 1955 door de schrijfster Albertine van den Berg – van Lidth de Jeude, die in Bergen aan Zee heeft gewoond: 1. In kroniek 2011/nov, p24, vindt u het korte verhaal, ‘Winterse stilte in Bergen aan Zee’. 2. In kroniek 2012/april, p25, vindt u het korte verhaal ‘Winterse stilte in Bergen aan Zee: een aangespoelde zeehond’. 3. In kroniek 2012/nov, p22, vindt u het verhaal ‘Bergen aan Zee met 90 vaste bewoners’. 4. In kroniek 2013/april, p7, vindt u het verhaal over hoe in 1953 het gestrande schip Katingo, en de kapiteinsvrouw in het bijzonder, een heel dorp in beroering kon brengen.

Bergen aan Zee, Leporello’s. Leporello’s zijn ansichtkaarten die, als een serie, aan elkaar vast zitten. In kroniek 2012/nov worden Leporello’s van Bergen aan Zee beschreven.

Bergen aan Zee, natuur en landschap. In onze archieven bevinden zich talloze geschriften van biologen, geografen, geologen en natuurpublicisten met observaties over natuur en landschap. Velen van hen hebben in hun werk nauwkeurig hun waarnemingen van planten of dieren, processen en landschappen beschreven. Met betrekking tot de duinen van Bergen aan Zee wordt met veel boeiende details het werk besproken van Eli Heimans, A.H. Bijleveld en zijn zoon H.A.S. Bijleveld, Cees Sipkes, Jack P. Thijsse, Jan T.P. Bijhouwer, Victor Westhoff, Jan P. Strijbos, P. Tesch en Antonie Pannekoek. Kroniek 2008/april, p12.

Bergen aan Zee, Paal 33. Paal 33 was een wijkvereniging avant la lettre. In kroniek 2010/nov, p17, wordt beschreven op welke wijze en hoeveel Paal 33 heeft bijgedragen aan de wederopbouw van Bergen aan Zee na de laatste wereldoorlog.

Bergen aan Zee, panoramatekeningen. 1. Kroniek 2009/nov, p31. Beschreven worden twee panoramatekeningen (in aquarel) van het ontwerp van het stratenplan uit 1908/1909. Ze worden toegeschreven aan Berlage en zijn in het bezit van het Sterkenhuis. 2. Kroniek 2011/nov, p8. Een derde (getekende) panorama-tekening uit 1920 is opgedoken uit particulier bezit. Deze wordt toegeschreven aan Ton Pannekoek, in die tijd bewoner van de Elzenlaan in Bergen aan Zee. Bijzonder is dat deze derde tekening een blik geeft vanuit het noorden, terwijl de andere twee een blik geven vanuit het oosten en zuiden. Zie ook Bergen aan Zee, Straatnamen

Bergen aan Zee, paviljoen Zuid. In kroniek 2013/april, p20, leggen de eigenaren Wies en Dick Peters van Nijenhof uit hoe zij 45 jaar hun zaak bestierden en welke invloed dit had op het gezinsleven. U wordt meegenomen in de ontwikkeling van het strandtoerisme – inclusief dat van BN’ers – van Bergen aan Zee. Opmerkelijk is de impact van de diverse stormen die zij hebben overleefd.

Bergen aan Zee, pioniersjaren. Na de aanleg van de Zeeweg in 1906 begon de opbouw van het dorp. In zeven moeilijke jaren groeide de nederzetting in de wildernis van het duingebied uit tot een dorp met straten, hotels, pensions, huizen en winkels, met openbare voorzieningen, een postkantoor, een politiepost en een spoorweg. Thema 1996, p3; Thema 1997, p28. Zie ook Architectuur; BEM; Wederopbouw

Bergen aan Zee Revisited. Deze herinneringen van Hayo van der Werf betreffende de na-oorlogse periode vindt u in kroniek 2015/april, p20.

Bergen aan Zee, straatnamen. 1. De namen van de voor- en naoorlogse straten in Bergen aan Zee zijn alle afkomstig van de BEM. We kunnen vooral onderscheiden: namen van personen, namen van planten en dieren, namen naar functie en namen ontleend aan in de omgeving voorkomende veldnamen. Kroniek 1999/nov, p37. 2. Uit oude plattegronden van Bergen aan Zee is een aantal nooit definitief geworden straatnamen te herleiden: namen van nu nog bekende wegen, van verdwenen wegen, van wegen die nu een ander tracé volgen en namen van wegen die zelfs nooit zijn aangelegd. Een tiental kaarten wordt besproken. Kroniek 2003/nov, p46. 3. In kroniek 2009/nov, p31, worden 2 panoramatekeningen in aquarel van het ontwerp van het stratenplan uit 1908/1909 beschreven. Deze tekeningen worden toegeschreven aan Berlage en zijn in het bezit van het Sterkenhuis. Zie ook BEM; Infrastructuur; Bergen aan Zee; Panoramatekeningen

Bergen aan Zee – volk aan de deur. In kroniek 2010/april, p26, wordt uiteengezet hoe leveranciers in Bergen aan Zee in de naoorlogse jaren boodschappen van klanten thuisbezorgden. Ook ‘venters’ (als de scharensliep) en andersoortige dienstverleners (als de schillenman, de ijzerboer, de voddenman, de puttenzuiger en de meteropnemer) komen aan de orde. Zie ook bij Middenstand

Bergen aan Zee – Een zeemanskerkhof. In kroniek 2017/april, p19, kunt u lezen dat er ooit een kerkhof was voor onbekende verdronken zeelieden. Het artikel is geschreven als een brief aan Youp van ’t Hek.

Bergenaren en de Tweede Wereldoorlog. Themanummer 13 uit 2017 beschrijft hoe de 4 burgemeesters in oorlogstijd hebben gehandeld, welke Bergenaren onderhevig waren aan de gedwongen tewerkstelling (Arbeitseinsatz), hoe de oorlogsdoden zijn herdacht door de jaren heen en hoe het Sterkenhuis door de oorlog kwam. Tevens treft u een fietstocht aan langs de nog aanwezige overblijfselen en een overzicht van relevante boeken.

Bergenaren over vroeger (interviews). Door de jaren heen hebben vele bekende Bergenaren in interviews met de redactie van de Bergense Kroniek hun herinneringen aan vroeger tijden gedeeld. Het zijn: Sjef de Koning, kroniek 1994/april, p14; Carel Colnot, kroniek 1994/nov, p30; mevr. T. Blokker-Gerritsen, Thema 1995, p14; mevr. A. MacDonald, kroniek 1995/april, p22; Mevr. J.P. Schutte-Dunk, kroniek 1995/nov, p32; mevr. J. Oudhof-van der Steen, kroniek 1996/april, p22; Thijs Ravenhorst, Thema 1996, p6; Johan Schilstra, kroniek 1996/nov, p44; juffrouw Nettie Zeiler, kroniek 1997/april, p10; Mies Bloch, kroniek 1997/nov, p36; Cor Sijpheer, kroniek 1998/april, p8; Ing. J.P. Blauw, kroniek 1998/nov, p37; Jan Swaan, kroniek 1999/april, p16; mr. Frits Zeiler, kroniek 1999/nov, p40; David Kouwenaar, kroniek 2000/april, p13; meester S.J. Nijdam, kroniek 2000/nov, p42; Trien Leijen-Olbers, kroniek 2001/april, p20; Piet Mooij, kroniek 2001/nov, p48; mevr. J. Frans-Ekkel, kroniek 2001/april, p28; Lo de Ruiter, kroniek 2002/nov, p54; Wout Akerboom, kroniek 2003/april, p18; Mevr. G. Woudstra-Leering, kroniek 2003/nov, p56; Ondine Gravemeijer, kroniek 2004/april, p20; Tiny Dekker, kroniek 2004/nov, p18; Theo Hof, kroniek 2005/april, p22; Piet Brakenhoff, kroniek 2005/nov, p24; José Siebers, kroniek 2006/april, p32; J.P. Laan, Thema 6, p40; Simeon ten Holt, kroniek 2006/nov, p21; Jeanne Meyer-van den Ende, kroniek 2007/april, p26; Piet Bijwaard, kroniek 2008/nov, p24; Alberdien Ravenhorst-Koolhof, kroniek 2015/nov, p24; Gerard van der Leede, kunstenaar, kroniek 2017/april, p28; Jan Vassbinder, voor fietsen en fikkies, kroniek 2017/nov, p28.

Bergenaren over vroeger (ingezonden). Vele Bergenaren hebben in de loop der jaren hun herinneringen aan bepaalde gebeurtenissen en de sfeer in het dorp opgeschreven en aan de redactie van de Bergense Kroniek ter publicatie toegezonden. Eddy Hopman: Een dagboek van oorlog en bevrijding, Thema 1995, p28; D. Zwakman: Herinneringen aan karakteristiek Bergen, kroniek 1995/nov, p38; Th. J. Brommer: Uit de jaren dertig, kroniek 1999/april, p9; Dick Langereis: Opgroeien in Bergen, kroniek 2001/nov, p35; H.A. van Maanen-Dutilh: Een jeugd in Bergen aan Zee, kroniek 2002/april, p26; Jan Ivangh: Herinneringen van een Bergense natuurliefhebber, kroniek 2003/april, p13; Marijke Kirpensteijn: Historisch curiosum, kroniek 2003/april, p31; Vele Bergenaren hebben herinneringen aan alles wat zich in en rond De Rustende Jager heeft afgespeeld – de herinneringen van negen van hen werden opgetekend door Jaap Kroon, Thema 2003, p16; Joop Ranzijn: Herinneringen aan de wijk Tuindorp en omgeving, kroniek 2003/nov, p51; Pieter Hoogcarspel: Westdorp, kroniek 2004/april, p12; Cornelis Modder Kz.: Mijn opa was kruidenier in Bergen, kroniek 2004/nov, p2; Cornelis Modder Kz.: Bergense bakkersfamilie rond de eeuwwisseling, kroniek 2005/april, p26; Ellen ten Berge: Gemobiliseerd in Bergen aan Zee, kroniek 2006/april, p24; Haye van der Werf: Bergen aan Zee anno 1950 – kleinheid versus onmetelijkheid, kroniek 2006/april, p29; Adriaan van Dis: Honderd jaar Bergen aan Zee, kroniek 2006/nov, p9; Sieuwtje Steenis-Blokker: Herinnering aan ‘Variatie amuseert’, kroniek 2006/nov, p24; Gea Boswinkel: Het leven van Piet Tiebie aan het Zakedijkje, kroniek 2007/nov, p12; Hilda Stuyt-Essers: Mijn geboortehuis in Oostdorp, kroniek 2007/april, p30; Corrie Stienen-Musch: Het thuisgevoel, kroniek 2007/nov, p30; Eldert Groenewoud: In Bergen staat een huis, kroniek 2008/april, p28; Nettie Zeiler: Een ‘oorlogsplek’ in Bergen, kroniek 2008/april, p30.

Bergen en de Bataafse Republiek. Tot de Bataafse Revolutie van 1795 bestond het bestuur van Bergen uit een college van regenten, dat door of uit naam van de Heer van Bergen werd aangesteld. Het bestond uit twee burgemeesters, acht schepenen, drie weesmeesters, vier kerkmeesters en twee armmeesters. Door schout en burgemeesters waren tevens twee ‘achtsluiden’ benoemd. In plaats daarvan kwam in 1796 het dorpsbestuur op democratische wijze tot stand door middel van stemming door de burgers. Het patriottische bestuur dat op 29 maart van dat jaar werd gekozen, bestond uit vier rooms-katholieken en een gereformeerde burger, terwijl de gereformeerde Joost Ivangh secretaris bleef. Thema 1998, p18. Zie ook Bataafse Revolutie; Nationale Vergadering; Volkstelling; Grondwet

Bergen onder stroom. Thema 2013 is geheel gewijd aan de elektrificatie van Bergen en Bergen aan Zee: eerst als particulier initiatief, vervolgens een gemeentelijk energiebedrijf, later een provinciaal energiebedrijf en ten slotte geprivatiseerd. Ook anekdotes, zoals dat je als particulier moest betalen om straatverlichting voor je deur te kunnen krijgen, krijgt u te lezen. Zie ook Sterkenhuis

Bergens Harmonie. Een Harmonie heeft zowel koperen als houten blaasinstrumenten en slagwerk. In 1897 werd Bergens Harmonie opgericht als ‘muziekcorps’ (met slagwerk en koperen blaasinstrumenten). Het bestond uit tien leden en droeg de titel Bergens Fanfarekorps. Al spoedig nam het ledental en soorten instrumenten toe en in 1911 werd het omgedoopt in Bergens Harmonie. Kroniek 1997/nov, p27 en 35; kroniek 1999/april, p3; kroniek 1999/nov, p32; kroniek 2002/nov, p42

Bergens Mannenkoor. Zie Mannen- en meisjeskoor

Bergens wapen. 1. De oudst bekende afbeelding van het wapen van Bergen met de schuinbalk en de zes merletten vinden we op de kaart van Blaeu uit 1661. Dit gemeentewapen is voor vele doeleinden van plaatselijk bestuur gebruikt. Door de samenvoeging van de BES-gemeenten met als naam Bergen diende een nieuw gemeentewapen te worden ontworpen. Naast regels voor de heraldiek moest rekening worden gehouden met een ministeriële beschikking. Het nieuwe wapen werd bij Koninklijk Besluit toegekend. Kroniek 2001/nov, p38. 2. De geschiedenis van het wapen van Bergen gaat terug tot de 13de eeuw. In kroniek 2010/nov, p2, wordt de oorsprong van het wapen van Bergen in al zijn varianten beschreven aan de hand van de op dit moment bekende bronnen.

Bergense Bad-, Duin en Boschbode. In 1910 liet de VVV ‘De Badbode’ voor het eerst uitkomen. Het blad bevatte onder andere de tarieven van de zeebaden, de dienstregeling van de tram, advertenties en een lijst van alle op dat moment in het dorp aanwezige ‘vreemdelingen’. Thema 1997, p11; kroniek 1998/nov, p31.

Bergense monumenten. Al in 1809 decreteerde Lodewijk Napoleon dat de kerken in Nederland hun gebouwen goed moesten onderhouden. Pas in 1961 kwam de Monumentenwet tot stand, die enkele malen werd aangepast. Besproken wordt de ontwikkeling van inventarisatie van en zorg voor monumenten, landelijk en in de regio. Een belangrijke rol in deze zorg speelt de Stichting Behoud Bouwkunst Bergen (SBBB) die zich inzet voor het historische cultuurgoed in onze gemeente. Kroniek 2007/nov, p19. Zie ook Zuilenhof

Bergense walletjes. In kroniek 2010/nov, p21, vindt u een inventarisatie van de nog best wel in ruime mate aanwezige restanten in Bergen van historische tuinwallen alsmede een toelichting waarom men van tuinwallen gebruik maakte.

Berger Duintjes. In kroniek 2014/april, p27, is een stukje gewijd aan deze lekkernij, waarbij vooral de oude blikken trommeltjes de aandacht trekken.

Berger Luchtvaart Club. In kroniek 2014/nov, p27, is een stukje gewijd aan deze hobbyclub van jongeren, die van 1945 tot in de jaren 50 heeft bestaan.

Berger Veerhuis, Het. 1. In kroniek 2011/nov, p2, staat de geschiedenis beschreven van Het Berger Veerhuis: er bestaat al een koopakte uit 1754. Uitgelegd wordt waarom juist op die strategische plek een veerhuis, van waaruit of waar naar toe goederen over water konden worden vervoerd, bestaansrecht had. Ook de opeenvolgende bewoners en eigenaren komen aan bod. 2. In kroniek 2012/nov, p16, vindt u een beschrijving van de sfeer die er heerste in het Berger Veerhuis en wordt aannemelijk gemaakt waarom veel verenigingen, particulieren en instanties hier hun bijeenkomsten hielden of feestjes vierden, met een opmerkelijke rol voor ‘Tante Nel’ Min.

Berger IJsclub. Op 12 november 1901 werd de Berger IJsclub opgericht. Ze sloot zich aan bij de IJsbond Hollands Noorderkwartier. Kroniek 2002/april, p34.

Berger IJssport Vereniging. Zie IJsclubgebouw

Bergermeer en Egmondermeer. 1. In kroniek 1995/nov, p40, wordt de gezamenlijke droogmaking van de Bergermeer en de Egmondermeer beschreven die in 1564-1565 werd ondernomen door Hendrik van Brederode en Lamoraal van Egmond. Een kaart van de Bergermeer uit 1671 speelde een rol in de claim van Alkmaar op grondgebied dat onder Bergens gezag stond. 2. In kroniek 2009/april, p31, vindt u wederom een beknopt overzicht van de geschiedenis van beide meren en hun drooglegging. 3. In kroniek 2015/april, p6, wordt het Bergermeer beschreven vóór de drooglegging. 4. In kroniek 2017/april, p2, wordt beschreven hoe Hendrik van Brederode en Lamoraal van Egmond te werk zijn gegaan om de Berger- en Egmondermeer droog te leggen. Nu speelt een kaart uit ca. 1540 een rol bij de claim van Alkmaar op een deel van de Bergermeer.. Zie ook Brederode.

Berlage, H.P. Beroemd architect, zie Bergen aan Zee – Straatnamen

Bevolking. 1. Op 1 januari 1894 was het zielental van Bergen 1470, kroniek 1995/april, p3 en kroniek 1996/april, p3. 2. Bergen, dat in 1903 1600 inwoners en 430 huizen telde, was in 1925 uitgegroeid tot een dorp van circa 1250 huizen met 4800 bewoners, kroniek 2000/nov, p40.

Bezetting. Zie Duitse bezetting

Bijenpark ‘De Linde’. Achter de stolp De Linde, aan de Karel de Grotelaan 33, werd begin 1900 een parkje aangelegd. De bewoner ging zich toeleggen op bijenteelt. Er waren bijenkasten en de imker zorgde ervoor een pijp te roken. Kroniek 2008/nov, p18.

Bladwijzer. In kroniek 2015/april, p31, wordt een art-deco bladwijzer beschreven, lange tijd uitgebracht door de Eerste Bergensche Boekhandel.

Boekenbezit. De 18e-eeuwse pachter Cornelis Spruijt had een merkwaardig boekenbezit: men zou de onderwerpen van de boeken niet bij een gewone pachter verwachten. Na zijn dood werd het door notaris W.L. Ivangh beschreven. Boeken over religie en filosofie, geschiedenis en rechtsgeleerdheid, wiskunde en alchemie en diverse andere onderwerpen. De opsomming van de titels en het commentaar op de collectie wordt voorafgegaan door een overzicht van de ontwikkeling van het gedrukte woord tot in de 18e eeuw. Kroniek 2005/april, p3.

Boeren. In Thema 2015, Boeren in Bergen, wordt het boerenbedrijf beschreven aan de hand van herinneringen van boeren, met name van de familie Zwakman. Daarnaast wordt de ontwikkeling geschetst door de eeuwen heen, zowel landelijk als in Bergen. Zie ook Stolpboerderijen en Wilhelmina.

Bogtman, Coenraad. Zwarte Coen, zoals hij werd genoemd, werd geboren in 1874 als zoon van een huis- en rijtuigschilder. Zijn levensbeschrijving wordt geplaatst tegen de overgang van de 19e naar de 20e eeuw. Als architect heeft hij in Bergen zijn sporen achtergelaten door het ontwerpen en bouwen van woningen en de aanleg van een tennisbaan. Hij was voorzitter van het Bergens Harmoniegezelschap en vanaf de oprichting actief lid van de VVV. In 1914 werd hij secretaris van het toen opgerichte Steuncomité. In 1919 werd hij raadslid, later wethouder. Nog vele andere activiteiten staan op zijn naam. Hij overleed in 1933. Kroniek 2008/april, p2.

Bogtman, Willem. Broer van Coenraad, werd geboren in 1882. Als Glazenier werd hij landelijk beroemd. Zijn gebrandschilderde ramen komt u tegen in panden van de Amsterdamse School. Bijvoorbeeld in Bergen en Bergen aan Zee in Huize Glory, Duinvermaak en het Vredeskerkje; in Amsterdam in het Scheepvaarthuis en op Curaçao in het museum in Willemstad. In 1939 werd een raam van zijn hand ingezonden naar de Wereldtentoonstelling. Hij overleed in 1955 in Haarlem, waar ook zijn atelier stond. Kroniek 2016/april, p11.

Bok, Beli. Zie Jonker, Cornelis en Bok, Beli

Boombeplanting. Langs de openbare weg die Bergen met Alkmaar verbindt, werden in 1896 enige rijen wilgenpoten geplant. Kroniek 1996/april, p3.

Bottemanne, Franciscus, Josephus. Bij de Ruïnekerk kunt u de – vanuit verschillende invalshoeken – opmerkelijke grafsteen vinden van deze in 1829 overleden timmerman. In kroniek 2009/nov, p2, wordt beschreven waar zijn familie vandaan kwam, waarom hij deze grafsteen meekreeg en welke soorten grafstenen en opschriften er waren. Zie ook Begraafplaatsen

Bouwkunde. In Bergen is nog menig erfenis zichtbaar uit de Duitse bezettingstijd: behalve militaire objecten ook gebouwen en bouwsels van diverse aard. Kroniek 1999/nov, p53.

Branden. Een aantal plaatsen waar de Rode Haan kraaide tussen 1852 en 1943. Kroniek 1997/april.

Brandweerwezen. 1. Op 4 januari 1895 werd uit ingezetenen een vrijwillig-gevormd brandweerkorps van 26 leden opgericht. De geschiedenis van brandbestrijding gaat uiteraard verder terug. In de 16e eeuw waren er keuren met bepalingen over het blussen en het organiseren van bluswerkzaamheden. Ook brand bij het bewerken van vlas kwam voor. Bekend zijn natuurlijk hooibroei en het steken van hooi, alsmede het schouwen van schoorstenen. In 1827 kreeg Bergen de beschikking over twee draagbare brandspuiten. Tot 1947 heette de leider van het corps opperbrandmeester. Kroniek 1995/april, p3. 2. In 1947 reorganiseerde burgemeester Huygens het bestaande korps van vrijwilligers. In 1965 was het corps 36 man sterk, in 1971 was de aanschaf van nieuwe apparatuur bijzonder groot en vanaf 1982 kreeg de regionale brandbestrijding meer vorm. Kroniek 1997/nov, p42.

Brederode, Hendrick van. Telg uit een van de voornaamste geslachten van Holland. In kroniek 2014/nov wordt uit de doeken gedaan hoe Hendrick, die leefde van 1531 tot 1568, als een van de initiatiefnemers van het Verbond der Edelen, bekend stond als de ‘Grote Geus’ en alom werd gezien als de leider van de opstand tegen de koning van Spanje. Hij werd in 1556, onder meer, Heer van Bergen en Heer van Vianen. Als Heer van Bergen liet hij de Bergermeer inpolderen, een gezamenlijk project met Lamoraal van Egmond die tegelijkertijd de aangrenzende Egmondermeer inpolderde. Hij was ridder van het Gulden Vlies en verkeerde daarom veel in Brussel, het toenmalige bestuurscentrum van de Nederlanden. Na zijn plotselinge dood, waarbij Bergen aan de minderjarige zoon van een Duitse graaf werd nagelaten, verkeerde de heerlijkheid Bergen jarenlang in kommervolle omstandigheden. Zie Heren en Vrouwen van Bergen en Bergermeer

Bunkers. Begin 1941 begon de Duitse bezetter met de bewaking van de kust van ons land en de bouw van kleine versterkingen. Eind 1941 werd besloten tot de aanleg van de Atlantikwall. Onder andere ter hoogte van de Verbrande Pan verrees een bunkerdorp met 34 bouwsels en landinwaarts nog vijf kleinere complexen. Het bunkercomplex in de duinen aan het strand wordt op een kaart weergegeven. Ook op het vliegveld verrezen bunkercomplexen. Op verschillende plekken zijn nog resten van de verdedigingswerken bewaard gebleven. Kroniek 2005/nov. Zie ook Vliegveld; Duitse bezetting

Burgemeester. Aan een aantal burgemeesters is in de Bergense Kroniek aandacht geschonken. Zie verder Bergen en de Bataafse Republiek; Ritsema, Jan; Ruiter, Lo; Reenen, Jacob van; Strandvonderij

Bus. Zie Autobusdiensten

—– C —-

Capitulatie. Zie Evacuatie

Chirurgijn. Na 1550 ging de chirurgijn of heelmeester in de leer in een chirurgijnwinkel en volgde af en toe anatomische lessen. In de Bataafs-Franse tijd kwam er overheidstoezicht op deze opleiding. In 1804 kwam de eerste geneeskundige staatsregeling, waarbij de medische beroepen onder toezicht kwamen te staan. Zo ook in Bergen. De inwoners van Bergen hebben tussen 1777 en het eind van de Bataafs-Franse tijd vier chirurgijns zien komen en gaan. Eén ervan was Walraven Graaff van den Bergh, een rijk man, die in 1801 goedkeuring verkreeg om in Bergen zijn beroep uit te oefenen. Hij had de apotheek aan huis en beschikte over verscheidene chirurgische instrumenten. Van den Bergh speelde een belangrijke rol in het dorpsleven. Geleidelijk werden onder de Bataafse Republiek de ergste uitwassen van medische onkunde en kwakzalverij uitgebannen. Thema 1998, p34. Zie ook Bergen en de Bataafse Republiek

Collaboratie. Een kleine minderheid van de Nederlandse bevolking zag in de komst van de Duitsers een mogelijke oplossing voor de crisis in de voorliggende jaren. Na de inval van de Duitsers in ons land op 10 mei 1940 hebben ze op vele manieren met de nazi’s samengewerkt. Men noemden ze collaborateurs. Thema 1995, p6. Zie ook Duitse bezetting

Colnot, Arnout. Schilder uit de Bergense School. Van zijn hand zijn (onder meer) landschappen met molens. In kroniek 2009/nov, p18, vindt u een beschrijving van twee schilderijen van Schermer molens, alsmede de reden dat het Schermer polderbestuur het in 1929 gewenst vond dat deze werden gemaakt en waarom Arnout Colnot de schilder werd.

Communisme. De Nederlandse communisten hebben zich tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog flink geweerd, onder andere met propagandistische bijeenkomsten, ook in Alkmaar. Het deserteurskamp in Bergen mocht op 30 mei 1918 de tien gearresteerde oprichters van ‘Sovjet in Nederland’ ontvangen. In het revolutionaire gebeuren in onze regio speelde ook de bekende, toen 36-jarige Dirk Arie Klomp een rol. Bergen herbergde een afdeling van de anarchistischgezinde Internationale Antimilitaristische Vereniging. Kroniek 1999/april, p13. Zie ook Deserteurskamp

Concerten. In mei 1899 liet kastelein Hilbrand zijn café verbouwen tot concertzaal. Op 5 mei vond een optreden plaats van een violist en een violoncellist van het Concertgebouw te Amsterdam, een pianist en een mezzosopraan. Kroniek 1999/april, p4.

Conscriptie. Door de grote verliezen van Napoleon aan vele fronten wordt in de ingelijfde landen, zoals Nederland, de inschrijving voor de krijgsdienst verplicht gesteld. Ieder gemeentebestuur moet een lijst opstellen met de namen en geboortejaren van de conscripts. Dat gebeurt in 1811, 1812 en 1813. Onvermeld is wie in feite werd opgeroepen. Thema 1998, p53. Zie ook Frankrijk, inlijving bij

Couleur Locale. In kroniek 2013/nov, p10, kunt u lezen hoe er in de jaren 1950 – 2000 over de kunstenaars van Bergen werd geschreven door journalisten als Bas Roodnat, Hans Redeker en Adriaan van Dis. In het artikel worden tal van anekdotes aangehaald waarin natuurlijk etablissementen als ’t Woud, Huize Glory, De Pilaren en Kranenburgh niet ontbreken. Zie ook Kunstenaarsdorp

Craenhals, Sebastiaan. Baljuw onder Hendrik van Brederode tijdens de roerige beginjaren van de 80-Jarige Oorlog; hij bouwde het huis Craene Bergh, voorloper van Kranenburgh. Zie ook bij Kranenburgh

Criminele rechtspraak. Zie Rechtspraak

—– D —-

Damlanderpolder. Deze polder beslaat een langgerekt gebied aan de zuidflank van Bergen en valt in technische zin uiteen in een oostelijk en westelijk gedeelte, gescheiden door de Westdorper Veersloot. Van de polder wordt allereerst een kort historisch overzicht gegeven, waarna de archeologische waarden, de historisch-geografische waarden, de monumentenwaarden en de landschappelijke waarden worden besproken. Kroniek 1998/april, p18.

Descartes, René. Groot Frans filosoof en wiskundige, ook bekend onder de naam Cartesius. Hij bracht een deel van zijn leven in Nederland door, was bevriend met Constantijn Huygens en woonde vanaf 1643 een aantal jaren in Egmond. Hij was tevens bevriend met Anthonie Studler van Zurck, die in 1641 de Heerlijkheid Bergen kocht en aldus Heer van Bergen werd. Studler van Zurck bouwde een nieuw herenhuis, thans Het (Oude) Hof, met bijbehorende grote tuin. Hij wilde die tuin laten aanleggen naar de nieuwste Italiaanse mode, volgens een geometrisch patroon met haaks op elkaar staande lanen en dreven, en vroeg Descartes het ontwerp van de tuin rond Palais Luxembourg in Parijs over te laten komen. Waarschijnlijk heeft Descartes dit niet gekregen en gaf zijn vriend daarom maar een boek over tuinaanleg. Het geometrisch patroon van het landgoed is nog steeds herkenbaar in het bos tussen Het Hof en Duinvermaak. Kroniek 1995/april, p5. Zie Heren en Vrouwen van Bergen; Het Hof

Deserteurskamp. 1. In de Eerste Wereldoorlog werden in Bergen 35 Belgische vluchtelingen opgevangen. Daarnaast werd van de duizenden in ons land geïnterneerde Duitse soldaten een aantal ondergebracht in een tentenkamp op de Vinkenkrocht, dat later werd vervangen door een barakkenkamp. Toen daar ook deserteurs waren gehuisvest, leidde dat tot zodanige spanning dat verplaatsing van deserteurs naar een apart kampement noodzakelijk werd. Tegen het protest van de gemeenteraad in, verordonneerde de minister op 2 juli dat er een ‘vluchtoord’ moest komen voor Duitse en Oostenrijkse deserteurs en andere buitenlanders. Het werd gebouwd op de Ziekenweid aan de zuidkant van de Kerkedijk. In mei 1918 waren er sinds de oprichting al 1800 personen ondergebracht. De door de burgemeester voorgestane tewerkstelling van de mannen kwam slecht van de grond. Na de sluiting van het interneringsdepot op 16 november 1918 bleef het deserteurskamp nog tot april 1919 in gebruik. Kroniek 1999/april, p12. 2. Tegen de komst van een extra deserteurskamp naast het interneringsdepot had het gemeentebestuur tevergeefs bezwaren geuit: het kwam er toch. In het kamp werd werkverschaffing georganiseerd, waarbij burgemeester Jacob van Reenen nauw was betrokken. Maar de samenwerking tussen hem en de verschillende autoriteiten in het land verliep stroef. Kroniek 1002/april, p8. 3. In kroniek. 2014/nov, p11, vindt u een stukje over een ontsnapping van Duitse officieren. Zie verder bij Wereldoorlog (Eerste); Sterkenhuis.

Diaconessen, Zusters. Zie Huize ‘Elim’

Dijken. Zie Polders

Distributie. Als gevolg van de schaarste aan allerlei goederen die door de Eerste Wereldoorlog ook in ons land ontstond, werden door de rijksoverheid en de gemeente Bergen vele maatregelen genomen. De inwoners richtten zelf een steuncomité op dat een groot aantal taken vervulde: zorg voor goedkope kleding en voeding en geldelijke steun voor werklozen. De overheid verplichtte de boeren bepaalde voedselgewassen te verbouwen en aan de overheid te verkopen. In 1916 werd de Distributiewet ingesteld. Bergen reageerde hierop door de oprichting van een distributiebedrijf en een bonnensysteem voor regeringsgoederen. Ook geïnterneerden en deserteurs, gasten en toeristen waren hiervan afhankelijk. Voor brandstoffen werd eveneens een distributiebedrijf ingesteld. Kroniek 1002/april, p10. Zie verder bij Wereldoorlog (Eerste).

Dokter. Zie Chirurgijn

Doodvonnis. Zie Rechtspraak, Criminele

Doopboeken. Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk in 1811 werd de Burgerlijke Stand ingevoerd. Het werd een officiële taak van de gemeenten geboorte, huwelijk en overlijden te registreren. De kerkelijke overheid, die dat voorheen had gedaan, mocht alleen eigen doopregisters bijhouden. De bestaande doop- en trouwregisters moesten worden ingeleverd, ook door de pastoor van Bergen. Deze kreeg drie dagen de tijd om afschriften te maken, en deed dat vanaf het jaar 1760. Kroniek 1998/nov, p47.

Dorpsuitbreiding. Toen de renbaan na een kort bestaan werd gesloten, verkocht burgemeester Van Reenen de grond aan een bedrijf dat landhuizen bouwde. Er verrees ter plaatse een villapark met – in 1912 – een hertenkamp in het centrum. In 1917 vond woningbouw plaats op de Zuidergeest, alsmede de bouw van landhuizen tussen de Studler van Zurcklaan en de Lijtweg: het Park Meerwijk. Nadien ontstonden in het dorp nog vele nieuwe wijken. Thema 1997, p10.

Dou, Johannes. Vermaard landmeter uit Leiden, vervaardiger van de kaart van Bergen van rond 1650, die in opdracht van Studler van Zurck is gemaakt om het nieuw aangelegde Hof en omgeving weer te geven. Zijn kaart werd door Blaeu opgenomen in zijn beroemde Atlas Major. In Themanummer 11 leest u er meer over.

Drank, (Sterke). In kroniek 2017/nov, p4, vindt u een artikel over waar en door wie in Bergen (sterke) drank werd geschonken. Aandacht wordt geschonken aan waarom er geen water werd gedronken, aan vergunningen, wetten, misbruik van sterke drank en aan belastingen.

Drieënhuizen. In kroniek 2013/nov, p13, vindt u de geschiedenis van deze bekende Tabaks- annex Tijdschriftenzaak, sinds enkele jaren ook Postkantoor. Opmerkelijk toch als je leest hoe zo’n zaak met minieme financiële middelen wordt opgebouwd en welke hindernissen (de oorlog met de evacuatie voorop) daarbij overwonnen moesten worden.

Droogmakerijen. Zie Polders

Dubbel Blank, wasserij. In kroniek 2009/nov, p22, vindt u de geschiedenis van dit 100-jaar oude familiebedrijf dat klanten bedient in de hele provincie.

Duinen. Bij de bestemming, de inrichting en het beheer van de duingebieden zijn altijd veel belangen aan de orde geweest. Het in stand houden van de duinen als zeewering was uiteraard van primair belang. Verder speelden de jacht, de landbouw en de verdroging een rol. Sinds 1885 wordt er drinkwater gewonnen. De bebossingen met naaldhout dateren bijna allemaal van het begin van de 20e eeuw; het toerisme ontwikkelde zich vanaf hetzelfde tijdstip. Sinds 1892 is zandwinning in duinen onderworpen aan de provinciale duinverordening. Thema 1997, p34. Zie ook Geologie

Duinmeier. De duinmeiers pachtten vroeger de duinen van de rechtmatige eigenaren en waren daardoor gerechtigd de konijnenjacht uit te oefenen. Dat leidde wel eens tot grensincidenten of de vergiftiging van jachthonden. In 1720 was Albert van Wijk als ‘Duinmaijer’ actief. Kroniek 1994/april, p11. Zie ook Kraenoogen; Duinen

Duinbeplanting. In 1889 stelde de Hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat Noord-Holland een uitvoerig rapport samen over de toestand van de duinbeplanting. Het bespreekt het beheer door het Hoogheemraadschap van Rijnland, en de delen van de kuststrook die in het bezit waren van particuliere eigenaren. Van de 25 gebieden die konden worden onderscheiden waren er vier in Egmond, Bergen en Schoorl gelegen. Het rapport concludeert dat over het algemeen de toestand van de particuliere duingebieden weinig gunstig genoemd kon worden. Wel was in zeer sterke mate sprake van verbetering in de midden- en voorduinen van mevrouw Van Reenen. Kroniek 1999/april, p18.

Duinmuseum. In 1914 werd op initiatief van Marie van Reenen in het Parnassiapark te Bergen aan Zee het Duinmuseum geopend. Er waren collecties planten en dieren te zien en in vitrines waren schelpen, vlinders en vogeleieren tentoongesteld. In 1941 werd het museum bruut onttakeld en als paardenstal in gebruik genomen. Pas in 1954 werd het gerenoveerd, wat aanleiding was voor een uitgebreide expositie van alle leven op duin en strand. Dit hield stand tot 1962, waarna het gebouwtje een schildersatelier werd. In 1977 werd het door samenwerking van vele instanties weer als natuurcentrum geopend onder de naam ‘Parnassia’. Kroniek 2004/nov, p15.

Duinvermaak. Het huidige gebouw werd in 1913 naar een ontwerp van architect J.C. Leijen gebouwd. Op dezelfde plek stond al in 1800 een boerderij. Deze verwisselde enkele malen van eigenaar tot in 1860 Klaas Bruin haar kocht en in een herberg veranderde. Men noemde die toen al Duinvermaak, maar ook wel ‘Het Vrouwtje aan ’t Duin’. Beschreven wordt de geschiedenis van deze herberg, die uitgroeide tot een vermaakscentrum met speeltuin en van 1860 tot 1978 eigendom was van vier generaties Bruin. Kroniek 2007/nov, p5. In 2014 werd een speciale Duinvermaak krant uitgebracht.

Duitse bezetting. Op 17 mei 1940 trok de eerste colonne van ongeveer vijftig Duitse militairen per fiets Bergen binnen. De officieren vonden huisvesting in gevorderde villa’s, de gewone militairen onder andere in scholen en hotels. Villa Ulysses te Bergen aan Zee werd in september betrokken door een afdeling van het Doodskoppen regiment van de SS. Thema 1995, p5. Zie Vliegveld; V-1 lanceerbanen; Hongerwinter; Joodse gemeenschap; 2e Wereldoorlog

Duitse Koloniehuis. Zie Koloniehuizen

—– E —-

Eendenkooi. Zie Vogelkooi

Eerste Bergensche Boekhandel. In kroniek 2010/nov, p14, vindt u de beschrijving van een onbelichte periode uit de vroege geschiedenis van deze bekende boekhandel, te weten vanaf het overlijden van de oprichter Bonda tot de overname door Wilhelmina en Jan Romeny. Zie ook Hertenkamp

Evacuatie. 1. In 1943 vonden de Duitsers het noodzakelijk de bevolking van Bergen te evacueren. Vóór 31 januari moest een groot aantal gezinnen zich op het bureau ‘Dorpshuis’ melden en daarna vóór 6 februari meedelen welk evacuatieadres men had gevonden. Van de 8000 Bergenaren kregen 3000 een vergunning om te blijven. In augustus 1944 werd een verdere evacuatie bevolen, waardoor nog eens 1500 mensen weg moesten. Beide keren zijn er mensen in hun eigen huis ondergedoken. Thema 1995, p25. 2. De capitulatie van Nederland in mei 1940 had in Bergen ook tot gevolg dat voortdurend woningen werden gevorderd, niet alleen voor de bezettingsautoriteiten, maar ook voor oorlogsgeweld-vluchtelingen. De evacuatie van 1943 is uiteindelijk volstrekt onnodig gebleken. Kroniek 2000/nov, p48. Zie ook Joodse gemeenschap.

Extase. De geschiedenis van deze legendarische dancing aan de Bergerweg, eerst Rust Wat geheten, wordt beschreven in kroniek 2015/nov, p13.

—– F —-

Fanfarekorps. Zie Bergens Harmonie

Fiets, Op de – : een rondje door Bergen. 1. Het eerste deel van dit 2-luik over de fiets behandelt in Kroniek 2017/april, p26, de nieuwe verkeersregels en regelgeving die uiteraard gepaard gingen met boetebepalingen. 2. In Kroniek 2017/nov, p18, treft u deel 2 aan waarin u kunt lezen over het ontstaan van de woorden fietspad en rijwielpad, het verharden van de wegen, rijwielvereniging Noord-Kennemerland, belastingplaatjes, en nog veel meer.

Frankrijk, Inlijving bij. In 1810 wordt al het land ten zuiden van de Waal bij Frankrijk getrokken. Lodewijk doet daarna afstand van de troon waarna geheel Nederland bij Frankrijk wordt ingelijfd. Als Napoleon in 1813 in de Volkerenslag bij Leipzig is verslagen, keert de Prins van Oranje terug naar Nederland. Op 2 december van dat jaar wordt hij als soeverein vorst ingehuldigd. Thema 1998, p7. Zie ook Koninkrijk Holland; Conscriptie; Franse troepen in Bergen

Franse troepen in Bergen. 1. Als de Bataafse Republiek in januari 1795 een feit is en er zich Franse troepen in ons land bevinden, moeten deze, naast het Bataafse leger, worden ingekwartierd. Vanaf midden 1795 moet Bergen voortdurend zorgen voor het onderbrengen van soldaten en hun paarden en grote hoeveelheden aan hooi en bossen stro leveren. Ook moeten de burgers allerlei leveranties verrichten voor de verdediging. Op 15 september worden de nog beschikbare paarden en wagens gevorderd. In september beklaagt de municipaliteit zich bij de overheid en de Franse generaal over de plunderingen door de Franse troepen. Thema 1998, p4. 2. Enkele Bergenaren moeten na 1799, nog steeds in opdracht van het Bataafse bewind, allerlei transporten verzorgen, overigens tegen betaling. Als er in 1809 in het Koninkrijk Holland grote troepenbewegingen plaatsvinden, moet het dorpsbestuur ook daarvoor wagens, paarden en voerlieden leveren. Thema 1998, p49. 3. In 1810 wordt koning Lodewijk Napoleon door zijn broer afgezet en wordt Holland bij Frankrijk ingelijfd. Wederom wordt Bergen zwaar belast met extra inkwartiering van Franse militairen en moeten er paarden en wagens worden geleverd. Ook worden er Bergenaren aangewezen als kanonniers/kustbewaarders. Thema 1998, p50. Zie ook Soldatenbarak; Strijd met Russen en Engelsen; Koninkrijk Holland.

Franschman, De. In kroniek 2015/nov, p18, vindt u de historie van deze markante boerderij en zijn bewoners aan het begin van de Zeeweg.

—– G —-

Gasnet. Bergen werd in 1924 aangesloten op het landelijk gasnet, Bergen aan Zee in 1934. In kroniek 2015/april, p10, wordt beschreven hoe dit tot stand is gekomen.

Geemen, Huis te. Een van de bezittingen van de Graven Von Holstein-Schaumburg, Heren van Bergen van 1568-1641. In kroniek 2012/april, p2 vindt u een beschrijving van een stolpboerderij aan de Boendermakerweg met een gevelsteen die – weliswaar beschadigd – een afbeelding bevat van dit Huis te Geemen. Uitgelegd wordt waarom – redelijk uniek – een boerderij een gevelsteen heeft van deze familie.

Geerts, Henk. Een bekende Bergense ondernemer, die na zijn pensionering in zijn oude winkelpand het bekende ‘Auto Union museum’ aan de Ruïnelaan had gesticht. Na zijn overlijden in 2014 werd het museum gesloten.

Gele Rijders. Zie Korps Rijdende Artillerie

Gemeenteambtenaar. Op een gemeentesecretarie kan een werknemer vaak van de ene functie naar de andere worden overgeplaatst. Talloos zijn er de afdelingen en diensten. Een gemeenteambtenaar met een lange staat van dienst (1941/1984) weet dit in een uitvoerige beschrijving weer te geven en tevens de vele gemeentelijke zaken op te noemen waarmee hij zich mocht bemoeien. Kroniek 1995/april, p16.

Geologie. De ontwikkeling van ons kustgebied kent een lange geschiedenis. De open kust met een zestal grote gaten sloot zich 5000 jaar geleden door middel van een serie strandwallen. Ongeveer 2000 jaar geleden kwam de uitbouw van de kustlijn tot stand. Er vormden zich duinen, maar tevens treedt sinds de vroege middeleeuwen (500-800) erosie, kustafslag op. De huidige klimaatsverandering kan in de toekomst invloed hebben op de kustlijn. Kroniek 1996/nov, p29. Zie ook Duinen

Gole, Pierre. 1. Geboren als Pieter Goolen omstreeks 1620 in Bergen, in een familie van timmerlieden en meubelmakers. Hij trok samen met zijn broer naar Parijs om te gaan werken bij een Nederlandse meubelmaker aldaar en werd de favoriete meubelmaker van Lodewijk XIV, ook wel de Zonnekoning genoemd. Zijn prachtige houten kabinetten, die geplaatst werden in het Louvre en Versailles, zijn nu verspreid over de wereld; twee ervan zijn te bezichtigen in het Rijksmuseum. Kroniek 2013/nov, p2. 2. In kroniek 2015/april, p9, vindt u een beschrijving van een pronkkabinet, een meesterstuk van Pierre Gole, dat in Alkmaar staat. 3. In kroniek 2016/nov, p2, treft u een portret van Pieter Goolen aan op een wandtapijt dat in Versailles hangt.

Gorter, Herman. Het verblijf van de dichter Gorter in Bergen aan Zee, vanaf 1911 tot zijn overlijden in 1927, is geheel verweven met de geschiedenis van de badplaats. Kroniek 1998/nov, p44.

Graaf, de. Boerenfamilie, zie Thema 2015.

Grenspalen. Ook: Banpalen. Oorspronkelijk van hout, later van Namense natuursteen. Ze markeren op de uitvalswegen van de gemeente de plaatsen waar de aangrenzende gemeenten beginnen. Aan iedere zijde van een grenspaal is bovenin het wapen van de betreffende gemeente ingehakt. Kroniek 1995/nov, p. 44; 1996/nov, p40; 1997/nov, p32.

Groenteboer. In kroniek 2011/april, p8, vindt u de opkomst beschreven van de groenteboeren en -winkels in Bergen in de 20e eeuw, alsmede een overzicht van alle groenteboeren. Zie ook Middenstand

Grondbelasting. Zie Onroerend Goed

Grondwet. De door het volk in 1796 gekozen Nationale Vergadering, waarin zich drie partijen hadden gevormd, had als belangrijkste taak het opstellen van een grondwet. Het eerste voorstel werd echter verworpen. Een nieuwe Nationale Vergadering werd door een staatsgreep weggezuiverd, een Constituerende Vergadering zette de werkzaamheden voort. Ook in de dorpsbesturen vond intussen een zuivering plaats: in Bergen werd een nieuwe municipaliteit aangesteld, bestaande uit de burgers Jan Leijen, Gijsbert Pietersz, Cornelis Kager, Ide Klaas Min en Cornelis Kooijman, zijnde vier rooms-katholieken en één gereformeerde. Tot schout civiel en secretaris werd Joost Ivang (gereformeerd) benoemd. Op 17 maart 1798 werd een nieuwe ontwerpgrondwet door de Constituerende Vergadering aanvaard en op 23 april werd de definitieve versie aanvaard. De Fransen echter, die sinds 1795 het gebied van de Republiek in handen hadden, pleegden een staatsgreep, waarna opnieuw verkiezingen werden uitgeschreven. Vervolgens trad een nieuwe grondwet in werking, de Staatsregeling van 1798. Thema 1998, p22. Zie ook Bergen en de Bataafse Republiek; Franse troepen in Bergen

Gymnastiekvereniging Be Quick. Een van de oudste verenigingen van Bergen. Vanaf 1928 werden manifestaties van de behaalde sportresultaten gegeven op het toneel van de Rus. Thema 2003, p31.

—– H —-

Haakwallen, De – en het zeegat van Bergen. In kroniek 2017/nov, p8 wordt u meegenomen op een wandeling/fietstocht rond Bergen waarbij wordt uitgelegd hoezeer de soort ondergrond, en de vorm van die ondergrond, bepalend is geweest voor de vorming van het dorp Bergen. Een kaart is in het artikel opgenomen.

Harddraverijen. Zie Renbaan; Dorpsuitbreiding

Heerlijkheid Bergen. In 1428 gaf gravin Jacoba van Beieren aan heer Floris van Haemstede de hoge heerlijkheid van het dorp Bergen in leen. Eerder bezat deze al de ambachtsheerlijkheid. Het daaraan verbonden overheidsgezag wordt verklaard vanuit de tijd van Karel de Grote, die over kleinere bestuursdistricten een graaf aanstelde. Deze stelde op zijn beurt rechtskringen in, die in onze streken ambachten werden genoemd. De schout werd dan de Heer van het ambacht. De heerlijkheid met al haar rechten was een bron van inkomsten. Na de Franse Revolutie werd hieraan ook in ons land een eind gemaakt. Kroniek 2000/april, p5. Zie Heren en Vrouwen van Bergen

Heren en Vrouwen van Bergen. 1. Uit genealogische kwartierstaten is een groot aantal namen af te leiden van personen die als eerste Heren van Bergen kunnen worden aangemerkt. Kroniek 1994/april, p4. 2. De heerlijkheid Bergen heeft veel Heren en Vrouwen gekend. In Thema 2010 worden hun geschiedenis, hun oorsprong en hun familierelaties beschreven. U wordt door de geschiedenis geleid aan de hand van de vroege Middeleeuwen, de Hoekse en Kabeljauwse twisten, het beleg van Alkmaar en de gevolgen voor Bergen, de Republiek, de relatie die Descartes had met Anthonie Studler van Zurck (toenmalig Heer van Bergen), de Bataafs-Franse tijd en tenslotte de periode van het koninkrijk der Nederlanden. Daarnaast vindt u korte uiteenzettingen over de vroege geschiedenis van onze kuststreek en het graafschap Holland, alsmede over de wortels van ridderschap, feodaliteit en rechten van de heerlijkheid. 3. De oudste heren van Bergen staan beschreven in kroniek 2015/nov, p7. Zie ook Bergen, Goede vanBrederode; Reenen van; Studler van Zurck; Persijn, Het geslacht

Herrmann, Rob. Hoewel visueel gehandicapt vanaf zijn jeugd, werd deze jurist daardoor niet belemmerd in een loopbaan in allerlei culturele instellingen, met een grote nadruk op de muziek. Zie kroniek 2014/april, p18.

Hertenkamp. 1. De Hertenkamp is gelegen op een perceel grond, vanouds Groencroft genoemd. Het land was in 1898 eigendom van Jacob van Reenen, die er een renbaan liet aanleggen. Na 1910 werd op de renbaan en het gebied rondom villabouw gerealiseerd. Maar op het middenterrein werd door Van Reenen als geschenk aan de bevolking van Bergen, een hertenkamp aangelegd, een schenking die in 1914 officieel door de gemeenteraad werd aanvaard. Damherten, hinden en bokken hebben steeds de Hertenkamp bevolkt, vaak ook ezels, lama’s en andere zoogdieren. Voor de huisvesting en verzorging van de levende have werd een stenen dierenhuis gebouwd. Ook schapen, geiten, konijnen en verschillende vogelsoorten vinden er hun plek. In 1982 werd een Stichting Vrienden van de Bergense Hertenkamp opgericht. Kroniek 2001/april, p3. 2. In kroniek 2013/april, p14, wordt de aanleg van het Van Reenenpark met de Hertenkamp in 1913 beschreven. Ingegaan wordt op de groei van Bergen in die periode, de ontwerpen van de buurt, aanpassingen van waterlopen, het aanprijzen van de kavels en de gestage bouw van de huizen, dit alles mooi geïllustreerd door de bekende foto’s van Bonda van de Eerste Bergensche Boekhandel. Zie ook Renbaan; Muziektent; Van Reenenbank

Historisch onderzoek. Wie zelf uitgaat op lokaal-historisch onderzoek moet weten wat er daarbij zoal komt kijken: systematisch ordenen van gegevens, literatuuronderzoek en archiefonderzoek. Van belang is ook een overzicht te hebben van de plaatsen waar de archiefbronnen zich bevinden. Kroniek 1996/april, p4.

Historische Vereniging Bergen. Op 15 juni 1993 werd bij notaris mr. F.J. Brons te Bergen de oprichtingsakte verleed van de Historische Vereniging Bergen NH. Bert Veer, Ron Wessels en Ben Min ondertekenden de akte. Over de voorgeschiedenis van de oprichting worden de nodige details gegeven. Kroniek 2003/nov, p35.

Hoge Vierschaar, De – in de zaak tegen de pausgezinden. Rechtspraak in de 17e eeuw, een rechtszaak tegen katholieken, torenhoge boetes en hoe een en ander zonder ruchtbaarheid werd opgelost. Kroniek 2017/nov, p2.

Hof, Het. Ook genoemd Het (Oude) Hof en Het Huis te Bergen. 1. In 1641 kocht de Leidse aandelenhandelaar Antonie Studler van Zurck de heerlijkheid Bergen van gravin Elisabeth van Lippe. In 1660 betrok hij er een herenhuis met ‘lusthof’, dat hij aan de westzijde van het dorp had laten bouwen. Kroniek 1995/april, p5. 2. In kroniek 2012/april, p15, vindt u een bijzondere ingekleurde foto van voor 1900 van Het Oude Hof. 3. Themanummer 11 is geheel aan Het Hof gewijd. Zie ook Heren en Vrouwen van Bergen; Descartes; Studler van Zurck.

Hongerwinter. Na Dolle Dinsdag en de Spoorwegstaking beleefde de Bergense bevolking de moeilijkste tijd van de bezetting. Het gebrek aan eten werd nijpend, veel was op de bon. Op de Bergense boeren is in de bezettingstijd een groot beroep gedaan. Naast gecontroleerde productieleveringen gaven ze onderduikers en langskomende stedelingen voedsel. Thema 1995, p11. Zie 2e Wereldoorlog

Hooibroei en hooistekers. Zie Brandweerwezen

Hoopweg. In kroniek 2009/april, p29, wordt een terugblik gegeven in de geschiedenis van deze zijweg van de Dorpsstraat. Ook het Spekhok stond op de Hoopweg.

Hoopwegpleintje. Een voorbeeld van een kleine wijk van Bergen die sinds het begin van de 20e eeuw wat de bebouwing betreft niet veel is veranderd. Kroniek 1996/nov, p34. Zie ook Spekhok

Huisnummers. In november 1907 deelt burgemeester Van Reenen mee dat alle gebouwen in de gemeente opnieuw zijn genummerd. De kosten voor het schilderen van de nummers en de bijkomende werkzaamheden bedroegen 69 gulden. Kroniek 1998/nov, p47

Huize ‘Elim’. Dit huis op de hoek van de Breelaan en het Grootland werd in 1901 gebouwd voor gebruik als familiepension. In 1909 werd het een vakantie- en rustoord voor de zusters Diaconessen van de Haagse ziekeninrichting ‘Bronovo’. Van 1922 tot 1930 hield de Hervormde Evangelisatie ‘Maranatha’ haar bijeenkomsten in de kapel van het huis. In later jaren had het verschillende bestemmingen. In 1947 werd het verbouwd tot een dubbele woning. Kroniek 1998/april, p22

Huize Glory. Zie Russenduin

—– I —-

Impost. Zie Belastingen

Indemniteit. In 1807 is het voorgekomen dat een inwoner van Naarden, die zich in Bergen wilde vestigen, een valse Akte van Indemniteit of Cautie (= borgstelling, borgtocht) overlegde, Kroniek 2000/april, p7; Kroniek 2004/april, p23. Zie ook Akte van goed gedrag

Industrie. Bergen heeft vóór en na 1900 enkele industrievestigingen gekend: een kalkzandsteen fabriek, twee stoomzuivelfabrieken en een puddingpoeder fabriek. Ze verdwenen rond de Tweede Wereldoorlog en ook later vestigde zich geen noemenswaardige industrie in het dorp. Thema 1997, p6

Infrastructuur. 1. Na 1850 werd een begin gemaakt met de verbetering van de dorpswegen en de doorgaande wegen, aanvankelijk door provisorische verharding, later door klinkerbestrating. Thema 1997, p5. 2. De ontwikkeling van Bergen aan Zee vereiste een goede wegverbinding met de rest van de bewoonde wereld. In 1905 begon men daarom met de aanleg van de Zeeweg, een karwei dat ongeveer een jaar duurde. Thema 1995, p28. 3. In de jaren 1900-1920 werd het gemeentebestuur geconfronteerd met een groot aantal dringende technische voorzieningen: de aanleg en het onderhoud van wegen en waterwegen, de aanleg van riolering, straatverlichting, gas en elektriciteit, en de drinkwatervoorziening. Thema 3/97, p16. 4. In de jaren ’90 werden er in Bergen aan Zee ten behoeve van een uitbreidingsplan drie nieuwe wegen aangelegd, wederom met namen van verdienstelijke personen. Thema 1996, p20

Inhuldiging Wilhelmina. 1. Op 2 maart 1898 werd een commissie samengesteld ter voorbereiding van een feestviering vanwege de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Een voorlopig feestprogramma werd ontworpen. Kr. 1998/april, p3. 2. De inhuldigingsfeesten werden met grote luister gevierd. Kroniek 1998/nov, p40

Internaten. Zie Ursulinen

Interneringsdepot. Zie Deserteurkamp

Inwoners. Zie Bevolking

—– J —-

Jaarstijlen. Het gebruik dat bepaalt op welke kalenderdag het jaar begint. Kroniek 1994/nov, p39

Jellema, Henk. In Kroniek 2011/nov, p14, vindt u een interview met deze gewaardeerde en gelauwerde chroniqueur van Bergen en omstreken. In het onderwijs gezeten, groot kenner van de historie, cultuur en natuur van Bergen, vele vrijwillige maatschappelijke functies bekleed, jarenlang dorpsgids geweest en nu nog verslaggever voor De Duinstreek en in het verleden voor De Badbode. Ook heeft hij boeken geschreven over Bergen, onder meer samen met Piet Mooij, en artikelen voor de Kroniek.

Jonker, Cornelis en Bok, Beli. In Kroniek 2009/april, p20, vindt u een gezamenlijk portret van het echtpaar Cornelis Jonker en Beli Bok, hij een vooraanstaand dirigent en muziekleraar in de regio, zij een onbekende maar gerespecteerde schilderes, tijdgenote van Matthieu Wiegman en vooral van Charley Toorop, met wie zij dezelfde expressionistische stijl deelt.

Joodse gemeenschap. 1. De maatregelen die de Duitse bezetters namen tegen de joodse landgenoten waren mensonterend. Ook in Bergen moesten ambtenaren verklaren niet van joodse bloede te zijn. De joden moesten zich op de gemeentesecretarie melden en met ingang van 1 mei 1942 was iedere jood van zes jaar en ouder verplicht een gele ster op zijn hart te dragen. Al spoedig werden ook Bergense joden naar de Jodenwijken van Amsterdam gedirigeerd, vanwaar zij via Westerbork op transport werden gesteld naar de vernietigingskampen. Weinigen van hen ontkwamen aan de massamoord. Thema 1995, p7. 2. De anti-Joodse maatregelen die tijdens de bezetting in Bergen werden getroffen, bestonden onder andere uit hun registratie, een verbod om te reizen of te verhuizen, verwijdering van joden uit het onderwijs, een verbod om openbare vermaakscentra te bezoeken en het gebod om een gele ster te dragen. Verder werden de Bergense joden gedwongen geëvacueerd naar Amsterdam. Kroniek 2004/nov, p12; 3. De lotgevallen van de Bergense joden na hun gedwongen evacuatie waren wreed en aangrijpend. Van een aantal van hen worden hierover de bijzonderheden verteld. Kroniek 2005/april, p12. Zie ook Oorlogsslachtoffers; 2e Wereldoorlog

—– K —-

Kaandorp, Kees. In Kroniek 2011/april, p30, vindt u beschreven hoe een schooljongen in de oorlogsjaren in Bergen de onderduikers Jaap Min en Henk Zweeris van eten voorzag en wat daarbij kwam kijken. Zie ook bij School en Schoolwezen

Kaarten en plattegronden. Zie Straatnamen

Kadaster. Zie Onroerend goed

Kalenderstijlen. In de loop der eeuwen hebben verschillende kalenders, stelsels van tijdrekening, gegolden. In de westerse wereld alleen al waren er drie: de Juliaanse kalender, de thans in gebruik zijnde Gregoriaanse kalender en de Franse Revolutiekalender. Hun kenmerken zijn voor geschiedbeoefening van groot belang. Kr. 2/94, p38

Kapel. Zie Ursulinen; Huize ‘Elim’

Kapers. Zie Strandingen

Karperton. 1. Dit landgoed werd in 1917 op het weiland van de boerderij De Vogelkooi als zomerhuis gebouwd, in opdracht van de Amsterdamse koffiemakelaar Moritz Judell. Architecten waren Jan Wils en Theo van Doesburg. In 1922 liet Judell achter het landhuis een varkensfokkerij bouwen. De vijver van de Karperton werd in 1934 en 1935 aan de familie Pesie verpacht voor gebruik als natuurbad. Het onroerend goed kende nadien verschillende eigenaren. Kr. 1/97, p22. 2. De varkensfokkerij De Karperton was rond 1920 een landelijk bekend bedrijf door haar moderne indeling en hygiënische opzet. Met een plattegrond, foto’s en uitgebreide tekst wordt dit verduidelijkt. Ook het omringende gebied en de boerderijen aldaar worden beschreven. Kr. 1/01, p16. Zie ook Vogelkooi

Kasteleins. Uit 1789 dateert een tapvergunning die door Willem Lodewijk, graaf van Nassau-Bergen, aan ene Cornelis Zoon werd verleend. Kr. 1/99, p15. Zie ook Rustende Jager, De; Vriendschap, De

K.C.B., Kunstenaars Centrum Bergen. Opgericht in 1947 door enkele jonge schilders en beeldhouwers om de kunst in al zijn vormen te stimuleren en bij de burger te brengen. Eerste voorzitter: mr. A. F. (Dolf) Kamp, die gedurende vele jaren in functie was. Het KCB, met circa 25 kunstrichtingen, heeft op verschillende locaties expositieruimtes gekend. Eerst gevestigd op het plein, is het thans tezamen met de Kunstuitleen ondergebracht in Kranenburgh. Kr. 2/97, p31. Zie ook Rustende Jager, De

Kennemer Sportclub. Zie Renbaan

Kerk. Zie Petrus en Pauluskerk

Kerk, Johannes van der. In augustus 1904 werd Johannes van der Kerk, afkomstig uit Friesland, beëdigd als gemeenteveldwachter in Bergen. Behalve de dagelijkse zorg voor de openbare veiligheid had de veldwachter in die tijd ook een regulerende taak bij alle belangrijke gebeurtenissen in het dorp. In 1924 werd Johannes van der Kerk tot chef-veldwachter benoemd. Hij werd in 1931 gepensioneerd. Kr. 1/95, p14.

Kermis. 1. De kermis werd in 1894 gehouden op het terrein van de heer Veenhuijsen, eigenaar van ‘De Rustende Jager’. Kr. 1/94, p3. 2. Of er in Bergen een kermis kan worden gehouden is een beslissing van de gemeenteraad. Thans is er alleen een kinderkermis. In de jaren rond de Eerste Wereldoorlog, tussen 1914 en 1920, besliste de raad om vele redenen voor een wel of voor een niet. De aanwezigheid van een interneringsdepot en een deserteurskamp speelde daarbij een belangrijke rol. De attracties van de kermis waren in die tijd een stuk eenvoudiger, maar pachtgeld moest uiteraard altijd betaald worden. Kr. 1/00, p16/17. Zie ook Volksvermakelijkheden

Kerststal, De. In kroniek 2017/nov, p14, wordt verteld hoe, na een brand in 1946, door de parochianen zelf een nieuwe kerststal werd gebouwd. Zij worden daarbij geholpen door de befaamde kunstenaar Jaap Min.

Keukenrecepten. Zie Landmeter

Keur. Op 11 juli 1818 nam de gemeenteraad van Bergen een besluit tot vaststelling van een keur teneinde een halt toe te roepen aan de vervuiling en verwaarlozing van de wegen en gronden in de kerk- en molenbuurten. Het keur somt een aantal wetsartikelen op die de bewoners weinig ruimte laten. Kr. 1/05, p10.

Kinderdijk. De Sint-Elizabethsvloed van 1421, een springvloed die op vele plaatsen in het westen van ons land grote schade toebracht, heeft in Bergen enkele sporen nagelaten. Behalve Het Mirakel van Bergen, ten eerste een muurschildering op de gevel van het pand Dorpsstraat 27, die een kind weergeeft dat in een wieg op de golven drijft. Het onderschrift erbij vermeldt dat dit gebeuren plaatsvond bij wat van toen af aan de Kinderdijk werd genoemd. Ten tweede is er de tekst ‘In de Kat van de Kinderdijk’, die de bovendorpel van de voordeur siert van perceel Hoflaan 16. Kr. 2/02, p35. Zie ook Mirakel van Bergen

Kinderspelen. Voor de televisie kwam, zocht de jeugd haar vertier in allerhande spelen op straat. Jongens en meisje wisten zich met allerlei primitief speeltuig en veel fantasie uitstekend te vermaken. Kr. 1/99, p9.

Klokken van Bergen. De Ruïnekerk had oorspronkelijk een toren, waarin natuurlijk ook klokken hingen. In Kr. 1/13, p2 wordt verteld hoe het de toren en de verschillende klokken verging, hoe op gegeven moment een klok uit Aalst in België in de Ruïnekerk kwam te hangen, hoe deze klok weer aan Aalst terug werd geschonken, en hoe alles eindigt met het huidig carillon. Zie ook Orgels, Ruïnekerk

Klomp, Dirk. Deze journalist was sinds zijn komst naar Bergen in 1910 een niet te verwaarlozen figuur. Hij heeft in onze gemeente vele activiteiten georganiseerd en onderhield contact met de meeste beeldende kunstenaars die hier woonden. Bekend is zijn boek De Bergensche School. Kr.2/99, p49.

Klooster. Zie Ursulinen

Kofschip ‘Maria Helena’. In juni 1834 vaart de 17-jarige Cornelis Leijen, zoon van bakker Jacob Leijen, met de ‘Maria Helena’ naar Noorwegen. Aldaar verkoop hij zijn lading kaas en laadt andere koopwaar in. Evenzo in Dantzig. Met kerstmis ligt zijn schip in Tonningen, Denemarken, en op 8 februari schrijft hij nog naar huis. Maar vanaf dat moment is niets meer van het schip en Cornelis vernomen. Kr. 1/98, p14.

Kolenboeren. Turf en hout zijn oude brandstoffen voor voedselbereiding en verwarming. De kolen danken we overwegend aan de Limburgse mijnen. De brandstoffenhandel, die behalve kolen ook producten als smeerolie, benzine en petroleum leverde, heeft ook in Bergen goede tijden beleefd. Het beroep van kolenboer is verdwenen, maar jarenlang waren steenkolen onze belangrijkste warmtebron. Kr. 2/02, p44.

Kolfbaan. Het kolfspel was in Bergen rond het eind van de 19e eeuw een geliefde binnensport. Bergen heeft verschillende kolfbanen gekend. In 1876 liet Warner Veenhuijsen, eigenaar van ‘De Rustende Jager’, langs de Breelaan een kolfbaan aanbouwen. Er werden overigens ook andere activiteiten gehouden, zoals zanguitvoeringen. Kr. 1/94, p3; Thema 5/03, p7; Thema 7/08, p2.

Koloniehuizen. 1. Enkele foto’s met bijschriften van drie herstellingsoorden voor stadse bleekneusjes aan de Verspyckweg in Bergen aan Zee, tussen 1908 en 1913 in gebruik genomen. Tevens: in 1930 werd de grote villa ‘Russenduin’ door de Nederlandse Bioscoopbond gekocht om onder de naam Bio-Vakantieoord aan ongeveer 100 kinderen een vakantieoord te bieden. Thema 2/96, p16. 2. De ontstaansgeschiedenis, de inrichting en de bewoning van de drie vakantiekoloniehuizen in de zogenaamde Koloniehoek van Bergen aan Zee en van de Villa Russenduin worden uitgebreid geschetst. Veel van hetgeen zich in de loop der jaren in en rond deze vier voorzieningen afspeelde wordt in details beschreven. Ook de geschiedenis van deze koloniehuizen van na de Tweede Wereldoorlog tot de huidige tijd komt aan de orde. 3. Beschreven wordt de geschiedenis van het Duitse Koloniehuis, vanaf 1912 tot heden, en van haar bewoners. Ook de verhalen, waarvan het huis kolkte, komen aan de orde. Kr. 2/08, p12. Kr. 1/06, p2 Zie ook Russenduin; Zeehuis, het

Koninkrijk Holland. In 1806 wordt de Bataafse Republiek door Napoleon gedwongen zijn broer Lodewijk Napoleon aan te stellen tot koning. De instelling van het Koninkrijk Holland betekent het einde van de Bataafse Republiek. Lodewijk laat de Nederlandse belangen prevaleren. In 1810 doet hij afstand van de troon. Thema 4/98, p6. Zie ook Frankrijk, Inlijving bij

Konijnenjacht. Zie Duinmeier

Koninklijke dispensatie. Toen ene Jan Leijen in 1836 wilde trouwen, maar van burgemeester Van Vladeracken vernam dat zijn leeftijd, 17 jaar, een wettelijk huwelijk belette, schreef zijn vader, bakker Jacob Leijen, aan koning Willem I een brief met de nodige uitleg. De Sire liet antwoorden dat hij de vrijstelling van artikel 144 van het Burgerlijk Wetboek wilde verlenen. Kr. 1/98, p16.

Koorvereniging Bergen. In Kr 2/09, p13 vindt u de geschiedenis beschreven vanaf de oprichting in 1919 van deze nog altijd bloeiende vereniging. U krijgt een inkijkje in het reilen en zeilen van een koorvereniging aan de hand van interviews met (voormalige) leden. Intrigerend is de viering van het 50-jarig jubileum. Zie ook Jonker; Bergens Mannenkoor; Mannen- en meisjeskoor

Korps Rijdende Artillerie. Dit oudste onderdeel van de Koninklijke Landmacht ontstond in 1759. De Republiek der Nederlanden kreeg in 1793 twee brigades rijdende artillerie. In 1799 stond het Bataafse Korps in dienst van het Franse leger; de geschiedenis van de strijd dat jaar tegen Engelse en Russische troepen wordt uitvoerig besproken, evenzo de verdere krijgsverrichtingen, de uniformen en andere interessante bijzonderheden over het Korps. Kr. 1/07, p3.

Kraenoogen. Giftige zaden ter bestrijding van ongedierte. Ze bevatten onder andere het dodelijke strychnine. In de loop der eeuwen werden ze door de duinmeiers geregeld gebruikt, omstreeks 1500 onder andere om de konijnenplaag, waarvan de boeren veel schade ondervonden, tot staan te brengen. Echter rond 1650 werd het gebruik verboden omdat duinmeiers als gevolg van grensgeschillen elkaars jachthonden vergiftigden. Maar de jacht bleef nodig om vossen en hazen te doden. En het gebeurde in 1720 dat in de magen van twee honden het dodelijk gif werd gevonden. Kr. 1/94, p11; Kr. 2/94, p28. Zie ook Duinmeier

Kranenburgh. 1. Een beschrijving van de inrichting van huize Kranenburgh is te vinden in Kr. 1/10, p12. Uiteengezet wordt hoe de inrichting van een huis samenhangt met de status en het sociale leven van de bewoners van dat huis, in dit geval de familie van Reenen. Ook komt aan de orde dat Jacob van Reenen, de eerste bewoner, in 1882 beneden zijn stand huwt met Marie Völter uit Duitsland en welke invloed dit blijkbaar heeft gehad op de inrichting. 2. In Kr 1/14, p6 vindt u de historie van het huis Kranenburgh, met de nadruk op de periode sinds de aankoop van Kranenburgh door de gemeente in 1952. Alle tijdelijke bestemmingen komen aan bod, waarbij de langdurige bewoning door de kunstenares Ans Wortel veel aandacht krijgt. Zie ook bij Reenen, van

Kroon, Jaap. In Kr 2/09, p28 vindt u een schets van het leven, in het bijzonder tijdens de oorlogsjaren, van deze oud-voorzitter en oud-secretaris van de Historische Vereniging, die vooral bekend is als oud-bestuurslid van de Oranjevereniging en van de stichting ‘Remembrance and Friendship Bergen NH (1939-1945)’.

Kruideniers. 1. Tussen 1920 en 1970 werd de handel in kruidenierswaren in vele winkels in en rond het centrum van Bergen bedreven. Behalve kruideniers- en zuivelwaren verkocht men onder andere ook wijnen, reformartikelen, veevoeders en kippenvoer, en zelfs klompen en laarzen. Vaak werden de waren door ‘uitbrengzaken’ per bakfiets uitgevent. Tussen 1910 en 1950 waren er nog 19 kruideniers. Kr. 2/01, p54. 2. In Kr. 2/09, p5 wordt de evolutie beschreven die de kruideniersbranche heeft doorgemaakt, van de eerste ‘crudenaers’ via grutters en SRV, tot aan de supermarkten van nu. U vindt hier ook een overzicht van alle kruideniers in Bergen in de 20-ste eeuw. Daarnaast wordt de ontwikkeling in de 20-ste eeuw toegelicht aan de hand van de inmiddels opgeheven zaak van Kraakman.

Kunstenaarsdorp. 1. Met de komst van kunstenaars veranderde de sfeer en het karakter van Bergen. In 1902 waren de kunstschilders J.M. Graadt van Roggen en J.G. Veldheer de eersten. Spoedig vestigde ook de beeldhouwer Tjipke Visser zich hier. Na hen volgden er nog vele andere beeldende kunstenaars en over hun werk werd gesproken als over dat van de Bergense School. In 1928 liet de kunstverzamelaar P. Boendermaker een expositiezaal bouwen. Intussen hadden onder anderen ook Gorter, Adama van Scheltema en Roland Holst Bergen als woonplaats gekozen. Thema 3/97, p9. 2. Een beeld wordt geschetst van de ontwikkeling van Bergen als kunstenaarsdorp in de eerste helft van de 20e eeuw. Kr. 2/00, p40. Zie ook Bevolking; K.C.B.

Kunstuitleen. Zie K.C.B

Kustafslag. Zie Geologie

Kustwacht. In 1917 werd een detachement Kustwacht, bestaande uit 36 militairen en 12 matrozen in Bergen aan Zee ingekwartierd. Kr. 1/94, p14.

—– L —-

Landmeter. Op 9 september 1692 werd ene Gerrit Hengeveld na een succesvol afgelegd, verplicht examen wiskunde en geometrie, officieel toegelaten als landmeter. Hij en zijn collega’s vervulden een belangrijke rol bij het inpolderen en structureren van het landschap. Ook werd in veel gevallen hun hulp ingeroepen bij het oplossen van eigendomsgeschillen. Het landmeter-zijn was meestal een parttime job. Uit een notitieboekje dat Hengeveld heeft nagelaten, blijkt tevens dat hij grote kennis van zaken had wat de huisrecepten betreft die in zijn tijd werden gebruikt. Talrijk zijn de aantekeningen over fijne gerechten. Hij geeft echter ook verschillende aanduidingen van maatsystemen die destijds gebruikelijk waren. Kr. 1/2002, p39.

Leijen, Familie. Zie Belastingen; Kofschip ‘Maria Helena’; Koninklijke dispensatie

Leijen, Jan, Bergense architect van allure. In Kr. nov/2016, p10, wordt zijn opleiding en loopbaan toegelicht. U krijgt een overzicht van de panden (en locaties) in Bergen die hij heeft gebouwd, inclusief de verdwenen panden; bijgevoegd is een praktische overzichtskaart.

Liedje van den Bergenaar, Het. In 1910 gecomponeerd op woorden van mevrouw M.A.D. van Reenen-Völter, de vrouw van burgemeester Jacob van Reenen. Componist was Philip Loots. Kr. april/1994, p9.

—– M —-

Maesdammerhof. In Kr. 2/11, p18 vindt u een beschrijving van dit toentertijd landelijk bekende openluchttheater, dat in 1911 was gesticht met de bedoeling Bergen cultureel op de kaart te zetten. Het was midden in het bos gelegen. Bekende toneelgezelschappen en -spelers werden geprogrammeerd. Het theater was geen lang leven beschoren, de laatste uitvoering was waarschijnlijk in 1928. Zie ook Openluchttheater

Mannen- en meisjeskoor. Gaf o.a. in de jaren 1894 tot en met 1897 onder leiding van P. van Hoorn zanguitvoeringen in de kolfbaan van Warner Veenhuijsen. Ook voerde het verschillende operettes op. Kr. 1/94, p3; Kr. 1/95, p3; Kr. 1/97, p3; Kr. 1/98, p3; Kr.1/99, p3; Kr. 1/00, p8.

Markt. Uiteraard kent Bergen ook zijn markten. U vindt in Kr. 2/13, p6 een uitgebreid artikel over de ambulante handel, zoals de markthandel ook wel werd genoemd. Het is passend voor Bergen dat de eerste markt een kunstmarkt was, georganiseerd door de KCB. In 1983 gaf de Gemeenteraad toestemming voor de Zaterdagmarkt.

Maschmeijer. Heinrich Maschmeijer, geboren in 1848 in Aurich, Duitsland, ging op 14-jarige leeftijd in de leer in een manufacturenzaak in Zuid-Scharwoude. Na zijn leertijd trok hij naar Amsterdam, waar hij in 1870, 20 jaar oud, voor eigen rekening zaken ging doen, allereerst in stoffen, later in naaimachines. Nadat hij Zuilenhof in Bergen had gekocht, ging hij forensen naar Amsterdam. Daar nam hij deel aan het muziekleven. Hij belegde zijn winsten in Amsterdamse binnenstadspanden en in Bergense landbouwgronden. In Bergen begunstigde hij een aantal hoofdzakelijk beeldende kunstenaars. Ook was hij lid van de gemeenteraad en was hij actief als industrieel, onder andere door de bouw van een kalkzandsteenfabriek. Hij stierf in 1922. Besproken wordt verder het leven van zijn twee zonen August jr. en Rudolf, en van hun nakomelingen. Thema 7/08, p3.

Maten en gewichten. In Kr 1/14, p2 vindt u beschreven welke maten en gewichten in Bergen in vroeger tijden werden gebruikt en hoe ze werden geijkt. Bekende oude lengte- en oppervlaktematen zijn de Roede en de Morgen, maar je had ook een El, een Voet en een Pond.

Medische zorg. 1. In Kr 2/12, p9 vindt u een eerste artikel over de medische zorg in Bergen. Aandacht wordt geschonken aan chirurgijnen, apothekers, dorpsartsen en de bijbehorende wetgeving tot en met de 19e eeuw. 2. Kr 1/13, p9 beschrijft voor de periode 1850 tot rond 1950 onder meer de groei van het aantal medisch specialisten, de verschillende huisartsen in Bergen, te weten Jan Blok, Jan Dekker, Henri Poot, Adolf van Gelder en Johan Lugten, de rol van de apotheken, het verplegend personeel, de vroedvrouwen en de wijkverpleging c.q. -zusters. Tenslotte wordt aandacht geschonken aan de honoraria, de praktijken en – tijdens de oorlog – de Artsenkamer. 3. In Kr 1/14, p9 vindt u een ingezonden stuk van mevr C.A Wildeboer-Kloosterboer over de Apotheek ‘D’Oleander’.

Meelmolen. Bergen heeft ooit een meelmolen gehad. Circa 1930 werd door een Bergenaar met werktuigbouwkundige aanleg van een koffiemolen een grote, met motor aangedreven meelmolen gemaakt. Tot 1943 werd er door Jan en Alleman gebruik van gemaakt. Kr. 2/01, p37.

Megapolensis, Johannes. Dominee uit Bergen die van 1649 tot 1670 predikant was in New York (Nieuw Amsterdam tot 1664); Kr 2015/1, p2.

(Van) melkbus tot rijdende winkel. In Kr 2/09, p24 vindt u de evolutie van de oorspronkelijke melkboeren via de SRV naar de supermarkt van vandaag de dag, met als voorbeeld de melkhandel van Henk Leijen. Tevens een overzicht van alle rijdende winkels.

Melkfabriek. Zie Wilhelmina, Stoomzuivelfabriek

Merelhof, Midgetgolfbaan De. Deze golfbaan werd rond 1954 aangelegd op een braakliggend stuk grond tussen de huizen nabij het centrum van Bergen. Na twee jaar kocht Willem Kuin senior, de vader van de huidige beheerder/eigenaar, de baan. De grond wordt gepacht van de gemeente. Er wordt verder verteld over het spel, over gravelbanen en banen op beton. Kr. 2/07, p28.

Merelhof. Dit bejaardencomplex, dat drie typen huisjes bevat, werd in 1949 in gebruik genomen. Gebouwd door de gemeente, werd het in 1964 overgedragen aan een woningbouwvereniging. Het complex had een huisbewaarder en een belsysteem. Er worden herinneringen van bewoners beschreven. Kr. 2/08, p20.

Merlet. Een merlet is een gestileerde, heraldische vogel, een soort merel, die onderdeel is van het wapen van Bergen. Te lezen in Kr. 2/10, p2. Zie ook bij Bergens Wapen.

Middenstand. Zie ook Bakkerijen; Drieënhuizen; Slagers, Groente- en fruithandelaren; Kolenboeren; Kruideniers; Smederijen; Bergen aan Zee – volk aan de deur; Dubbel Blank – wasserij; Tabakswinkeliers; Zuivelhandelaren; (Van) melkbus tot rijdende winkels

Midgetgolfbaan. Zie Merelhof, De

Milieuvervuiling. Zie Keur

Militaire begraafplaats. Zie Begraafplaatsen

Mirakel van Bergen, Het. 1. De Sint Elisabethsvloed, in de nacht  van 18 op 19 november 1421, die in veel delen van Nederland haar sporen naliet, deed in Kennemerland een aantal dijken doorbreken, waarbij onder andere het dorp Petten door de zee werd verzwolgen. Ook de kerk van Petten stortte in. De volgende morgen werd tegen een slootkant in Zanegeest een houten kistje met een ciborie en andere gewijde voorwerpen gevonden. Kort daarna vonden gebeurtenissen plaats die door pastoor Amelius en zijn medepriesters als wonderbaarlijk werden beschouwd. Er ontstond een bedevaart naar Zanegeest, alwaar ook een kapel werd gesticht. Kr. 2/02, p37. 2. Als aanvulling op het onderwerp wordt de geschiedenis weergegeven van de Stille Omgang. Kr. 2/03, p59. Zie ook Kinderdijk

Mobilisatie 1939. 1. In verband met de dreigende houding van het Duitse nazi-regime ten opzichte van de omringende landen, werd in 1939 ons leger in paraatheid gebracht. De voor-mobilisatie werd op 24 augustus 1939 aangekondigd, op 29 augustus volgde de algemene mobilisatie en op 1 september de staat van beleg. De legering van onze soldaten had voor Bergen en vooral voor Bergen aan Zee grote gevolgen. Thema 1/95, p4, p14. 2. Vanuit het dagboek van ene korporaal J. Westen, die eind 1939 in Bergen aan Zee gelegerd was, en aan de hand van berichten in het blad ‘Geef Acht’, wordt een beeld gegeven van de vooroorlogse maanden van het soldatenleven in Bergen aan Zee. Onder andere wordt verteld over het bezoek van Prins Bernhard, de ingebruikneming van het Barakkenkamp gelegen tegenover de Deutsche Ferienkolonie, en de ontwikkeling en ontspanning die de soldaten geboden werd. Kr. 2/07, p23. Zie ook Vliegveld

Monumenten. Zie Bergense monumenten

Muziektent. 1. In 1897 had Bergen twee muziektenten voor uitvoeringen van het fanfarekorps. De eerste stond in het bos tegenover de Ronde Kom, de tweede achter De Rustende Jager. Thema 3/97, p6. Zie ook Bergens Harmonie. 2. Rond 1900 stond ook op het middenterrein van de renbaan een muziektent, waar onder andere in 1903 een concours werd gehouden van de Provinciale Bond van Fanfare- en Muziekkorpsen. Kr. 1/01, p5

—– N —-

Nasleep van de strijd van 1799. De municipaliteit van Bergen moet op 25 oktober aan het Departementaal Bestuur van Texel opgeven welke schade de burgers door de Engelse en Russische ‘roversbenden’ hebben geleden. 184 Burgers doen aangifte van de vele diefstallen en de enorme schade aan huizen en boerderijen. Ook naar het aantal gevorderde wagens en paarden wordt gevraagd, en naar het aantal dagen dat een 80-tal Bergenaren gewerkt heeft aan geschutbatterijen en het begraven van de gesneuvelden. Maar het is al met al droevig gesteld met de uitbetalingen aan de burgers. Kr. 4/98, p45. Zie ook Strijd met Russen en Engelsen

Nationale Vergadering. In januari 1796 werden verkiezingen voor leden van een Nationale Vergadering uitgeschreven, die de plaats zou innemen van de Staten Generaal. In Bergen was men in juni 1795 al begonnen met de voorbereiding daarvan en in oktober werd de municipaliteit verzocht een nauwkeurige telling te doen van alle ingezetenen, niet alleen mannen, maar ook vrouwen en kinderen. Deze volkstelling hield verband met de vorming van kiesdistricten. Op 1 maart 1796 kwam de Nationale Vergadering voor het eerst bijeen. Haar belangrijkste taak was binnen anderhalf jaar een grondwet op te stellen. Kr.4/98, p21. Zie ook Grondwet

Nesdijk. Een Bergenaar geeft zijn herinneringen weer aan de huizen en hun bewoners langs de Nesdijk. Kr. 1/02, p24.

Noodbarak. Zie Ziekenbarak

Noodraad. Na de bevrijding in 1945 werd uit de burgerij van Bergen een Noodraad opgericht ter assistentie van de tijdelijke burgemeester G.J.Lovink. Kr. 2/94, p24.

Notweg. Not = nut, gebruik en opbrengst van het land, weg over andermans grond, die toegang geeft tot een stuk land dat niet aan de openbare weg of een vaart ligt en dient voor aan- en afvoer van het ‘not’ en al wat voor het gebruik van het land nodig is. Kr. 1/95, p10; 2/97, p47.

Nurseries. Begin 20e eeuw ontstonden in Bergen enkele op tuinbouw gerichte bedrijven, te weten planten- en bloemenkwekerijen en een belangrijke groente-, bloemen- en champignonkwekerij met druivenkassen. Dit laatste bedrijf droeg de naam Bergen Nurseries Ltd en besloeg een groot terrein in de hoek van Oosterweg en Kogendijk. Het bedrijf werd na de Tweede Wereldoorlog niet voortgezet. Thema 3/97.

—– O —-

Onder Ons, leesgezelschap. In 2010 vierde deze, door August Maschmeijer opgerichte leeskring het honderdjarig bestaan. In Kr. 2/11, p26 wordt beschreven wat het doel is van een leeskring, wat er allemaal bij de roulatie van boeken en tijdschriften komt kijken en wie er zoal lid van waren. Zie ook Maschmeijer

Onderwijs. 1. In Kr. 1/10, p2 wordt beschreven hoe in de 18e eeuw het onderwijs is georganiseerd. Ingegaan wordt onder meer op de ontwikkeling van het onderwijs sinds de 16e en 17e eeuw, de positie van de onderwijzers en de leerstof. Ook de school op ’t Woud komt aan de orde. 2. In Kr. 2/14 p20 wordt beschreven hoe het onderwijs aan het eind van de 18e eeuw werd hervormd. De in 1784 opgerichte Maatschappij tot Nut van het Algemeen leverde de ideeën, de schoolwetgeving van 1814 legde voor het eerst vast hoe het onderwijs moest worden ingericht en opvolgende wetgeving gedurende de 19e eeuw bouwde dit verder uit. Behandeld worden de verschillende onderwijzers, de vakken waarin werd lesgegeven, het onderwijs aan meisjes, de neventaken van onderwijzers en wat ze verdienden. Ook aan de school op ’t Woud wordt aandacht besteed. Zie verder bij Onderwijzers; School en Schoolwezen

Onderwijzers. In Kr. 1/11, p2 wordt beschreven hoe in de 18e eeuw drie onderwijzers in Bergen gezamenlijk een periode van 100 jaar voor hun rekening namen. Aan de orde komt uiteraard het onderwijzen zelf, maar daarnaast wordt uitgebreid ingegaan op hun vele neventaken, die uiteenliepen van bijvoorbeeld koster en voorzanger in de kerk, via het innen van allerlei belastingen tot schoonmaker van de kerk en het raadhuis. Zie ook bij Onderwijs; School en Scholen

Onroerend goed. Sinds het begin van de 19e eeuw wordt het onroerend goed onderscheiden in gebouwde en ongebouwde eigendommen. Ook werd in die tijd het Kadaster opgericht, een dienst die zodanige gegevens verzamelde over grootte en kwaliteit van elk perceel dat gedetailleerde kaarten konden worden samengesteld, de zogenaamde minuutplans. Deze vormden ook in onze gemeente de basis om de gebruikswaarde van onroerend goed op uniforme wijze te belasten. Het uitgebreide administratief en cartografisch geheel resulteerde in 1990 in een uitgebreide Kadastrale Atlas van Bergen. Tussen 1873 en 1904 waren enkele herzieningen van het belastingsysteem nodig. Kr. 2/99, p45.

Oorlogsslachtoffers. De Duitse bezetting van ons land in de jaren 1940-1945 heeft een groot aantal joodse en andere burgers van Bergen het leven gekost. Kr. 1/00, p20; Kr. 1/01, p26. Zie ook 2de Wereldoorlog

Oostdorp. Een overzicht wordt gegeven van het noordelijke gedeelte van Oostdorp en de bewoning in de eerste helft van de 20e eeuw. Het betreft het gebied met de straten Natteweg, Koninginneweg, Van Borselenlaan en Dokter van Peltlaan. Kr. 2/00, p31.

Oosterweg. In een uitvoerig overzicht worden herinneringen van een Bergenaar weergegeven aan het gebied langs de Oosterweg, van Turfweg tot Van Borselenlaan en Spoorlaantje. De bebouwing en bewoning van het gebied rond 1950 komen uitgebreid aan de orde. Kr. 2/01, p41.

Openluchttheater. Het eerste openluchttheater was gelegen in de Maesdammerhof. In 1935 werd een nieuw theater aangelegd in een duinpan vlakbij restaurant Duinvermaak. Op de plaats van het theater ligt nu de kunstskibaan Il Primo. Kr. 1/97, p14; Kr. 2/07, p8. Zie ook Maesdammerhof

Orgels. In de 15e-eeuwse Petrus en Pauluskerk, thans Ruïnekerk genaamd, werden door de jaren verschillende orgels bespeeld. Over het vroegst bekende, en de vernieling ervan in 1574, zijn veel bijzonderheden bekend gebleven. In de 17e en 18e eeuw werd zonder orgel gezongen en pas in 1854 werd een orgel gekocht, een Hinsz. Daarvan, en van het in 1913 geïnstalleerde Kruze-orgel, worden de technische bijzonderheden weergegeven. Laatstgenoemd orgel werd in 1956 door Flentrop gerenoveerd. Kr. 1/04, p3.

Oude Prins, De. Deze herberg was tot in de 20e eeuw tevens boerderij. In de 18e eeuw vonden er verkopingen en aanbestedingen plaats, almede de Lambertusschouw. Na het midden van de 18e eeuw heette het etablissement ‘De Herbergh de Prins van Oranjen’, of ook wel ‘De Oude Prins van Oranghien’. Later volgden andere namen. Thema 5/03, p5.

Oude Raadhuis. Op 22 december 1903 werd op de plaats van een ouder raadhuis een nieuw raadhuis (met onderwijzerswoning) officieel in gebruik genomen. Het was ontworpen door architect Van der Steur. Intussen spreken we thans wederom van ‘het oude raadhuis’. Kr. 2/08, p27.

—– P —-

Paddenpad. Aan de mobilisatie van 1939 dankt Bergen een weg, thans het fietspad Paddenpad. Op 11 november 1939 besloot de legerleiding de Fokker verkenningsvliegtuigen die op het vliegveld stonden, te verbergen. Ze werden over de Groeneweg en door het weiland waar nu het fietspad ligt, naar de bosrand getaxied en daar verstopt. Kort daarna heeft men een weg met noodhangars ingericht. Na de oorlog kocht de gemeente het weiland en legde bovenop de verharde weg een fietspad aan. Dit werd door de Werkgroep ‘Redt de pad’ omgedoopt tot ‘Paddenpad’. Thema 1/95, p19; Kr. 2/95, p37. Zie ook Vliegveld

Parnassiapark. In 1907 werd in Bergen aan Zee in de grote duinvallei ten zuiden van de Zeeweg een park aangelegd, het ‘Parnassiapark’. Thema 2/96, p18.

Pastoors. Zie Priesters in Bergen

Pensionaat. Zie Ursulinen

Persijn, het geslacht -. Oud Hollands adelijk geslacht waarvan Jutte Persijn was getrouwd met Jan van Bergen. Naar verluidt komen de 3 Andreaskruizen uit het stadswapen van Amsterdam van de familie Persijn. Zie Kr. 2017/april, p14. Zie ook Heren en Vrouwen van Bergen.

Pesie’s Natuurbad. Zie Karperton

Petrus en Pauluskerk. 1. In 1809 werd de schuilkerk die de rooms-katholieken tot dan toe hadden gebruikt, door brand verwoest. Datzelfde jaar verkreeg de parochie grond aan de Dorpsstraat in eigendom. In 1810 werd er een eenvoudig kerkgebouw opgetrokken en later, in 1867, een groter. Toen ook deze kerk niet meer aan de te stellen eisen kon voldoen werd tot vervanging besloten. In 1924 werd de door de Bergense architect J.C. Leijen in gothische stijl ontworpen kerk in gebruik genomen. Thema 3/97, p13. 2. Allereerst worden bijzonderheden gegeven over de kerken die in 1910 en 1867 werden gebouwd. Op 18 september 1924 werd de huidige kerk ingewijd. De aanvoer van materialen en de bouw zelf verliepen niet altijd vlekkeloos. Verder vinden we de maten van het gebouw, alsmede beschrijvingen van onder andere de glas-in-loodramen, het hoofdaltaar, de beelden en de kruiswegstaties, evenals gegevens over de bijgebouwen die in de loop der jaren werden gesticht. In 1965 werd de parochie in tweeën gedeeld: het noordelijk deel werd bij de Europese parochie van de H. Benedictus gevoegd. In 1978 werden ze weer samengevoegd, alsmede met de Nood Gods te Koedijk. Besloten wordt met enkele bijzonderheden van het kerkelijk leven. Kr. 2/04, p6. Zie ook Koorvereniging Bergen

Plein, Het. Het werken in de periode 1986–2003 aan het Plein te Bergen, met de verschillende bouwwerken, wordt uitgebreid beschreven. De nadruk ligt op de vervangende nieuwbouw en de vele stedenbouwkundige schetsen die aan de inrichting van het Plein vooraf gingen. In de nieuwbouw van het Loetje/supermarkt/appartementencomplex heeft de architect verschillende bouwstijlen opgenomen. Thema 5/03, p32. Een overzichtstentoonstelling over de ontwikkeling van het Plein vindt plaats in de zomer van 2016, in Kr 1/16, p23, vindt u een een beschrijving van deze tentoonstelling. Zie ook Rustende Jager, De

Plomper, Herman. Thema 8/09 is in zijn geheel gewijd aan deze eigenaar van een verhuisbedrijf maar vooral kunstverzamelaar, waarbij hij te vergelijken was met eerdere verzamelaars als Piet Boendermaker, Dirk Klomp en August Maschmeijer. Met Boendermaker ruilde hij in oorlogstijd schilderijen van de Bergense School tegen eten of tabak. Als tijdgenoot van de schilders van de Bergense School, van Henri ten Holt (met wie hij bevriend was) van Willem de Kooning en van de Cobra schilders, kocht hij veel kunst toen ze nog onbekend waren of veel weerstand ontmoetten uit de officiële kunstwereld. Ook ging zijn belangstelling uit naar buitenlandse schilders als Claes Oldenburg, Picasso en Robert Ryman. Hij schonk een deel van zijn collectie aan museum Kranenburgh, dat hij in de oprichtingsfase ook met financiële donaties steunde.

Polders. 1. Oorspronkelijk had Bergen zeven polders, alsmede een overkoepelende vereniging van deze polders en de niet-ingepolderde landen. Deze laatste zijn landen die het water rechtstreeks op het ‘boezemwater’ lozen, terwijl de polders hun water via gemalen lozen. Als er in vroeger dagen veel regen was gevallen, kon er niet gemalen worden. Dan was er ‘peil’ en kwam een seinstelsel in werking. In 1966 werden de polders onder Bergen samengevoegd tot het Waterschap Bergen. In 1976 werd alles ondergebracht in het waterschap Het Lange Rond. Kr. 1/00, p18. 2. Ook aan de oostzijde van Bergen is door de eeuwen heen tegen het water gestreden. Het dorp was omringd door meren en werd met uitzondering van de hoog gelegen kern regelmatig door water overspoeld. Door droogmakerijen (de aanleg van dijken en bemaling) werden deze meren tot polders. De geschiedenis van het ontstaan van dijken en polders wordt zeer uitgebreid beschreven. Ook wordt inzicht gegeven in het beheer van de waterhuishouding in al zijn aspecten. Tevens worden de poldermolens gedetailleerd beschreven. Thema 6, p2 en p6. Zie ook Damlanderpolder; Schouw

Ponstijn, Jan. Impressionistisch kunstenaar, hoorde volgens hemzelf niet tot de Bergense School, was sociaal bewogen en actief in de KCB. Kr. nov/2016, p18.

Postbodes. Ooit Postillons genaamd. De eerste ‘postbode’ (en vrachtrijder) in Bergen was Cornelis Vrasdonk, in 1821 door de gemeente aangesteld. Na zijn dood in 1847 nam Jan de Zwaan ‘het briefporten en vrachtrijden’ over. Jan stierf in 1885 en zijn bodedienst ging over in handen van Nicolaas Vrasdonk, zoon van genoemde Cornelis. Men noemde hem ‘Klaas de Post’, want hij vervoerde de postzakken tussen Alkmaar en Bergen. In hetzelfde jaar werd naast de postbode een ‘brievengaarder’ aangesteld, Cornelis Kaandorp, afkomstig uit Castricum, en in 1892 Jan Berends de Jonge. De laatste richtte in zijn woning aan de Dorpsstraat een kamer in tot hulppostkantoor. Kr. 1/97, p16.

Postkantoor. 1. Toen in 1850 de eerste Postwet van het Koninkrijk tot stand was gekomen, werd in Bergen in 1852 een ‘bestelhuis’ gevestigd. Jan de Zwaan werd bestelhuishouder. In 1856 werd het een hulppostkantoor van Alkmaar, maar in 1892 richtte de brievengaarder Jan Berends de Jonge de helft van zijn woning in tot hulppostkantoor. Het stond op de hoek van de Schoolstraat en de Dorpsstraat. Kr. 1/97, p18. 2. In 1892 kreeg Bergen een eigen telegraafkantoor, dat echter zeer verwarrend ‘rijkstelephoonkantoor’ werd genoemd. De dienst was ondergebracht in de winkel van Piet Brouwer aan de Raadhuisstraat. Na een verbouwing van de winkel werd deze in 1908 tot ‘hulptelefoonkantoor’. In 1907 waren de eerste telefoonnummers toegekend. Kr. 1/98, p13; Kr.2/01, p31. 3. In 1908 nam burgemeester Jacob van Reenen actie om de diensten Rijkstelephoon (aan de Raadhuisstraat) en Hulppostkantoor samen te voegen. Hij kocht van Nicolaas Vrasdonk diens woning (nu Het Sterkenhuis) op de hoek van het Smallepad en de Oude Prinsweg en het aangrenzende stuk grond. Architect H.P. Berlage ontwierp een postgebouw met dienstwoning voor de directeur. In 1910 opende het gebouw zijn deuren. In de jaren daarna breidde de PTT-diensten zich sterk uit, in 1923 telde de dienst 17 beambten. Kr. 2/99, p33.

Predikanten in Bergen. Op 26 juni 1900 werd de predikant van de hervormde gemeente te Bergen ter aarde besteld. Kr. 1/00, p9.

Priesters in Bergen. 1. De toelating van priesters in Bergen, dat in de 17e eeuw een grotendeels katholiek dorp was, heeft veel voeten in de aarde gehad. Bekend zijn de namen van de negen tussen 1688 en 1802 ‘geadmitteerde’ pastorale werkers. Eén ervan, pastoor Joan Nanning (1689-1761), benoemd in 1720, onderhield goede contacten met Adriana Eleanora van Teijlingen, weduwe van Adriaan Studler van Zurck. Zij toonde grote belangstelling voor de Rooms-katholieke Statie van Bergen. Kr. 1/96, p14; Kr. 2/96, p36. 2. Op 15 augustus 1897 herdacht pastoor F. Koevoets dat hij 40 jaar priester was. Op 5 juli 1899 herdacht hij dat hij 25 jaar geleden plechtig werd geïnstalleerd. Op 17 januari 1900 overleed pastoor Koevoets. Kr. 2/97, p35; Kr. 2/99, p31; Kr. 1/00, p8. 3. Eind januari 1900 werd pastoor J.F.B. van Delft als opvolger van pastoor Koevoets in Bergen benoemd. Kr. 1/00, p8.

Pyrotechniek. Op 1 augustus 1897 gaf August Maschmeijer jr., die zich toelegde op de pyrotechniek, een groot vuurwerk. Volgens de Alkmaarsche Courant was ‘het geheel handig en flink in elkander gezet’. Kr. 2/97, p35; Thema 7/08, p15.

—– Q —-

—– R —-

Raadhuis. Op 10 november 1902 had de eerste steenlegging plaats van het nieuwe raadhuis (nu Oude Raethuijs) met onderwijzerswoning. Kr. 2/02, p43; Kr. 2/03, p43.

Rampenbosch. 1. Beschreven wordt het geslacht Ramp, dat in de 16e eeuw Huyse Rampenbosch liet bouwen als een ‘buiten’, vooral voor de jacht. Het huis werd volgens schriftelijke bronnen rond 1640 verwoest maar herbouwd en kende verscheidene bewoners. Er kan dan al gesproken worden van de neergang van het nageslacht. In 1775 bleek het huis zodanig bouwvallig dat het werd afgebroken. Kr. 2/06, p6. 2. Buitenhuis van de Haarlemse familie Ramp, waarschijnlijk in 1507 gebouwd en gelegen bij wat nu de Slotrampweg wordt genoemd. Dit waterkasteeltje, dat ook wel ’t Huijs Ramp of Slot Ramp werd genoemd, is door vele kunstenaars getekend. Het werd in 1775 afgebroken. Kr. 2/94, p25. 3. Nadat zowel van Huis Rampenbosch als van het Hof te Bergen de geschiedenis kort is beschreven, worden hun interieurs vergeleken. In de 17e en 18e eeuw werden om verschillende redenen boedelinventarissen opgemaakt. De details die daaruit voor beide huizen worden gegeven en de vergelijking van de inboedels tonen de mate van welstand van hun eigenaren. Kr. 1/03, p3. Zie ook Het Hof.

Ranzijn. Boerenfamilie, zie Boeren.

Rechtspraak, criminele. 1. De heerlijkheid Bergen bezat onder de graven van Holland als ‘hoge of halsheerlijkheid’ zowel de hoge als de lage rechtspraak. De baljuw trad op als hoogste gezagsdrager. Samen met zijn leenmannen spande hij de hoge vierschaar. Hij was voorzitter van het gerecht, spoorde misdadigers op en eiste de straf. Na het vonnis was hij belast met de tenuitvoerlegging van de straf. Kr. 1/96, p4. 2. Bij vonnis van de Hooge vierschaar werd Willem Jacobsz., alias Willem Stad, oud 24 jaar en geboren te Bergen, tot de dood door de strop veroordeeld. Hij had gestroopt, gestolen, diverse paarden gekocht zonder te betalen en talloze andere misdaden in de gehele Noordkop begaan. Kr. 2/06, p3. 3. Eind 1773 kreeg baljuw Van Vladeracken te maken met een inbreker, Jan Oostendorp, die gevlucht was en veilig meende te zijn voor vervolging van zijn misdaden door in het leger dienst te nemen, waar hij werd ingedeeld bij een garnizoen in Leeuwarden. Toen de garnizoenscommandant aldaar weigerde hem uit te leveren, heeft de baljuw persoonlijk bij de Prins van Oranje de zaak uitgelegd, waarna Jan Oostendorp aan de gerechtsbode Jan Ivangh werd overgedragen. Het verslag dat de gerechtssecretaris, Willem Lodewijk Ivangh, van de rechtszitting, het vonnis en de executie maakte, wordt in detail weergegeven. Kr. 2/05, p3. 4. Na de val van de Republiek der Verenigde Nederlanden kwam op 16 maart 1795 van de Provisionele Volksrepresentanten van Holland de vraag wie in de municipaliteit Bergen tot baljuw was aangesteld. De baljuw is de ambtenaar die – anders dan de schout – belast is met de hoge of criminele rechtspraak, waarbij met lijfstraf kan worden gestraft. Besloten werd de stemgerechtigde burgers op te roepen tot stemming. Bij meerderheid van stemmen werd de secretaris Joost Ivangh tot baljuw gekozen. Thema 4/98, p19. 5. In Kr. 1/09, p2 wordt de berechting beschreven van Geertrui, een landloopster en dievegge die in 1798 werd gevat. Zie ook Baljuw.

Reenen, Jacob van. 1. Als oudste zoon van Jan Jacob van Reenen, eigenaar van Bergen, volgde Jacob in 1883 zijn vader op. Hij erfde de eretitel Heer van Bergen en werd door de minister van Binnenlandse Zaken tot burgemeester benoemd. In een gemeenteraadsvergadering is ooit de vraag gesteld of in zijn functioneren als burgemeester geen belangenverstrengeling aan de orde was. Wanneer was hij ondernemer en wanneer hoogste ambtenaar in het dorp met oog voor de belangen van de bevolking? Als ondernemer en eigenaar van een landgoed van ruim 1500 hectare, het grondbezit ondergebracht in een bouw- en exploitatiemaatschappij (de BEM), was hij bouwer van villawijken en stichter van een badplaats. Hij was ruim 35 jaar als burgemeester de hoogste plaatselijke bestuurder, die met groot gezag de besluitvorming over de ontwikkeling van het dorp naar zijn hand wist te zetten. Zijn vrouw Marie speelde bij dit alles een niet onbelangrijke rol. Langzaam verdween door de jaren de vanzelfsprekendheid waarmee de familie Van Reenen in het dorp heerste. Toch heeft Bergen veel baat gehad bij de initiatieven die de familie op persoonlijke titel en met privékapitaal heeft genomen. Kr. 1/02, p3. 2. Enkele persoonlijke herinneringen aan Jacob van Reenen worden beschreven. Kr. 2/00, p46. 3. Besproken wordt de stroeve samenwerking tussen burgemeester Van Reenen en de leiding van het deserteurskamp in Bergen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Kr. 2/08, p8. 4. Vanwege zijn inzet bij de totstandkoming van het Russenmonument heeft Jacob van Reenen twee keer, in 1901 en in 1908, een Russische onderscheiding mogen krijgen. Lees verder bij Kr. 2/10, p30. Zie ook onder Kranenburgh; Van Reenenbank; Renbaan; Heren en Vrouwen van Bergen

Reenen, Jan Jacobus Henricus van. De vader van Jacob van Reenen werd in 1821 in Amsterdam geboren. Op 30-jarige leeftijd kocht hij de Heerlijkheid Bergen, inclusief het landhuis ’t Hof, een uitgestrekt duingebied en de bijbehorende strook strand. In 1853 vestigde hij zich in Bergen met zijn echtgenote, jonkvrouw Wilhelmina Rendorp van Marquette. Hij mocht de titel Heer van Bergen voeren, een titel die uiteindelijk een eretitel was geworden. Jan Jacob leefde als een edelman op zijn landgoed en overleed in 1883. Hij liet een vrouw met twaalf kinderen achter. Kr. 1/04, p4. Zie ook Kranenburgh; Heren en Vrouwen van Bergen

Reenen-Völter, mevrouw van. In 1926 werd aan de voet van het duin waarop de villa Ulysses staat, een borstbeeld onthuld van mevrouw M.A.D. van Reenen-Völter. De vrouw van burgemeester Jacob van Reenen is, behalve door haar maatschappelijke activiteiten, vooral bekend geworden als stichteres van Bergen aan Zee. Er werd een comité opgericht dat de opdracht tot het maken van het monument verstrekte aan de Bergense beeldhouwer Tjipke Visser. Zijn monument en latere aanbouwen worden in Kr. 2005/2, p16 in detail beschreven, evenals de gebeurtenis van de onthulling van het beeld. In Kr 2015/1, p31 wordt aandacht geschonken aan haar boekje ‘De Heerlijkheid Bergen in woord en beeld’. Zie ook Sterkenhuis; Kranenburgh; Heren en Vrouwen van Bergen

Renbaan. 1. Nog vóór 1894 verpachtte burgemeester Jacob van Reenen aan de Kennemer Sportclub een stuk grond in het bosgebied noordwestelijk van de Kerkbuurt. Er werd een baan aangelegd met stallen voor paarden en eenvoudige tribunes. Al spoedig werden er harddraverijen gehouden met paarden en sulky’s en met ringrijden. Kr. 2/94, p23; Kr. 1/97, p12; Kr. 2/98, p40; Kr. 2/99, p31 en 32. 2. In de winter van 1899/1900 onderging de renbaan grote veranderingen wat betreft de lengte, de gebouwen en de paardenstal. Kr. 1/00, p8/9; Kr. 2/00, p38/39. 3. De renbaan had maar een kort bestaan. Er werd op het gebied een villapark gebouwd, dat later de naam Van Reenenpark kreeg. Op het middenterrein van de voormalige renbaan werd in 1912 de Hertenkamp aangelegd. Thema 3/97, p10. Zie ook Hertenkamp

Repatrianten. Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1947 kwamen tot 1959 verschillende groepen mensen naar Nederland. De meest bekenden waren Ambonezen, Molukkers en KNIL-militairen. Ze werden met een verzamelnaam repatrianten genoemd. Er moest op stel en sprong huisvesting komen. In Bergen groeide de bevolking met bijna 10 %, die vooral in de diverse pensions werd gehuisvest, met name aan de Breelaan. U leest in de kroniek 13/2, p18 over de achtergronden waarom zij Indonesië ontvluchtten, hoe zij in het koude Nederland hun weg zochten en op welke wijze er door de overheid werd geïmproviseerd, bijvoorbeeld door huizen te splitsen, om iedereen woonruimte te kunnen verschaffen. En dit in een tijd na de 2e wereldoorlog toen er aan alles gebrek was. Tenslotte leest u in interviews persoonlijke herinneringen van repatrianten.

Reijer Gerritsz van Schoorl. In Kr 1/16, p7 vindt u een artikel over het leven en de carrière, met inbegrip van een aantal persoonlijke zaken, van deze secretaris van Bergen onder Studler van Zurck in de 17e eeuw.

Rijn, Nicoline van. In Kr 2/14, p28 vindt u een interview met deze echtgenote van een dominee. Zij kochten in 1979 huize Westdorp, na de bouw in 1912 eerst ‘Het Zwaluwnest’ geheten, aan de Sluislaan van Annie Romein-Verschoor. Nicoline woonde daar tot 2013.

Ritsema, Jan. In Kr 1/10, p23 vindt u een interview met deze burgemeester van Bergen van 1971 tot 1996. In zijn turbulente ambtsperiode vinden plaats: de crisis rond het koloniehuis Jong Nederland waarin wethouder Kees Corver een belangrijke rol speelde, het begin van de gasboringen, het munitiecomplex aan de Groeneweg, de brand in het Ursulinenklooster, de bouw van de Sporthal naast de Europese School, de ingebruikname van het nieuwe (inmiddels oude) stadhuis aan Elkshove, de onthulling van het beeld van Adriaan Roland Holst bij de Ruïnekerk en de uitreiking in 1988 door koningin Beatrix van de Adriaan Roland Holstprijs aan Eva Gerlach.

Rosmade, Huize. Kraamvrouwen kwamen uit de wijde omtrek om in deze befaamde kliniek, die van 1957 tot 1976 aan het Van Reenenpark was gevestigd, te bevallen. U leest alles over de geschiedenis in Kr 14/1, p21.

Ruijsdael, Salomon van. Bekend landschapschilder, oom van Jacob van Ruijsdael. In Kr 2/13, p27 vindt u de beschrijving van een schilderij uit 1655 van zijn hand dat Bergen weergeeft vanaf de rand van de duinen. Het schilderij is in het bezit van een Amerikaanse particulier en eind 2013 in bruikleen afgestaan aan het Frans Halsmuseum te Haarlem, waar het toevallig werd ‘ontdekt’ als tafereel van Bergen.

Ruïnekerk. 1. In Kr. 2/08, p2 wordt een boek behandeld uit 1774, getiteld ‘Het tweede eeuwgetij van Bergens Kerkverwoesting’. Auteur is de Bergense predikant Andreas Kok. Aan de orde komen de aanleiding voor het boek en een beschrijving van de drie grote onderdelen waaruit de feitelijke geschiedschrijving van de kerk bestaat. 2. In Kr 2/13, p24 vertellen Aad van der Oord en Jaap Delis hoe de kerk in 1970 werd gerestaureerd. U leest hier bijvoorbeeld hoe zij met behulp van de grote boom aan het begin van de Hoflaan de klokken in het carillon hebben getakeld, dat de grafstenen bij elkaar werden gezet en hoe in die tijd oud sloopmateriaal werd hergebruikt. Zie ook Orgels; Klokken

Ruïnelaan. Een uitgebreid overzicht wordt gegeven van de geschiedenis van deze laan vanaf circa 1918 en van de woningen, pensions, winkels en de bewoners. Kr. 1/01, p12.

Ruiter, Lo de. In Kr 1/13, p23 kunt u vinden hoe deze burgemeester uit (een selectie van) zijn toespraken naar voren komt als een calvinist, een socialist, een filosoof en een kunstliefhebber, die op goede voet stond met kunstenaars als Lucebert, Ten Holt en Roland Holst. Hij bestierde Bergen in de roerige 60er jaren en kon goed omgaan met de vaak snelle maatschappelijk veranderingen. Zie ook Bergenaren over vroeger (interviews)

Russen. De veldslagen van 19 september en 2 oktober 1799 tussen Russen en Engelsen enerzijds en het Bataafs-Franse leger anderzijds maakten vooral bij het Russische invasieleger talloze slachtoffers. Op diverse plekken werden ze begraven. Zie ook Russenmonument; Russenduin; Strijd met Russen en Engelsen

Russenduin. 1. Begraafplaats bij Bergen aan Zee van de Russen die op 2 oktober 1799 in de slag bij Bergen sneuvelden. 2. Huis Russenduin, van 1916-1918 gebouwd voor August Janssen. Door zijn dood in 1918 werd het nooit bewoond. Het werd allereerst gekocht door zijn zoon P.W. Janssen jr. en in 1930 door de Nederlandsche Bioscoopbond. In de jaren ’60 werd het gebouw gekocht door de Verenigingskerk, die er de naam Huize Glory aan gaf. Thema 2/96, p22. Zie ook Koloniehuizen

Russen monument. In 1901 vroeg de Russische staat om een monument op de plaats waar veel Russische soldaten waren begraven. Het werd nog datzelfde jaar met grote plechtigheid onthuld aan de kruising van de huidige Russenweg en Notweg. Van onderhoud is door de jaren heen nauwelijks sprake geweest, maar toen tijdens een storm in 1984 het Russisch-orthodoxe kruis in tweeën was gebroken, werd het monument hersteld en opnieuw onthuld. Kr. 1/99, p5; Kr. 1/01, p10; Kr. 2/01, p31/34; Kr. 2/02, p42. Zie ook Reenen, Jacob van; Russen; Russenduin; Strijd met Russen en Engelsen

Russisch Reisicoon. In Kr. 2017/april, p8, leest u over een icoon, een afbeelding van een heilige, dat Russische soldaten onderweg bij zich droegen. Deze reisicoon is gevonden tussen Bergen en Schoorl. Zie ook Russen monument en Russen

Rust Wat. Zie bij Extase.

Rustende Jager, De. 1. Van deze Bergense ‘Jager’, vanouds een logement en herberg, bestaat een aantal tekeningen. In de 18e eeuw vonden er verkopingen en aanbestedingen plaats, evenals de Bonnefaas-schouw. In de 19e eeuw was de Rustende Jager een centrum van vermaak. Door de jaren heeft de herberg vele kasteleins gekend. Na 1900 werd meestal gesproken van ‘De Rus’. De uitbreidingen tussen 1660 en 1963 kunnen uit kadastrale tekeningen worden gevolgd. Thema 5/03, p2. 2. In een beknopt overzicht wordt weergegeven welke delen van de Rustende Jager in het nieuwbouwproject werden gehandhaafd en welke werden gesloopt. Thema 5/03, p40. 3. Vanaf 1949 mocht het KCB de oude stal van de Rustende Jager gebruiken voor exposities. De expositie van 1956, met kunstenaars als David Kouwenaar, Lucebert en Jaap Mooy, leidde tot grote ophef: de (ook landelijke) pers was uiterst negatief, de toeloop aan bezoekers was ongekend groot, hetgeen ook gold voor de hoeveelheid klachten die vooral uit katholieke hoek kwamen. Uiteindelijk zag de burgemeester zich genoodzaakt de expositie te sluiten, nadat in eerste instantie de toegang al was verboden voor jongeren onder de 18 jaar. In Kr. 1/11, p22 vindt u alles terug over deze “Rel in de Rus”. Zie ook Plein, Het; K.C.B

—– S —-

Scheepsrampen. Zie Strandingen

Schermersloot. In Kr 1/12, p24 worden herinneringen opgehaald aan het haventje van de Schermersloot en het beurtschip van schipper Kleverlaan. Zie ook Vaarwater

Schietvereniging Diana. Een schuttersgilde heeft Bergen nooit gekend, maar wel werd er voor het plezier geschoten. De Schietvereniging Diana werd 17 december 1894 opgericht. Er werd op twee banen geschoten, op de plek waar thans de Zandhoeve staat. Toen het terrein door Jacob van Reenen verkocht was aan Isaac Willekes MacDonald stelde deze het niet meer aan Diana beschikbaar. Op 15 januari 1925 werd de vereniging ontbonden. Kr. 2/94, p23; Kr. 1/96, p8; Kr. 1/01, p10; Kr. 2/01, p31/33; Kr. 1/02, p8; Kr. 2/03, p42/43.

Schietvereniging De Vrijheid. Opgericht 26 oktober 1956, met een voorlopig bestuur (voorzitter Jan H. Kollmer, op 7 november Piet J. Borst). Sinds 1992 maakt de schietclub deel uit van de Berger Sport Vereniging. Kr. 1/96, p10.

Schipleedswegje. Zie Veldnamen

Scholen, Kleuterschool. Zie Ursulinen; Scholen

Scholen, Openbare. 1. De Hoofdschool voor basisonderwijs, gelegen in de Kerkbuurt daar waar nu de tuin is achter het voormalig raadhuis aan de Raadhuisstraat, is een stenen gebouw met een rieten dak. Thema 4/98, p 26. 2. Een kleine school, eveneens voor basisonderwijs, was buiten het dorp gevestigd in de voormalige kapel van Wimmenum op Het Woud. Ze was eveneens van steen, maar brandde in 1865 volledig af. Thema 4/98, p26. 3. Openbare lagere school (school voor gewoon lager onderwijs) aan de Schoolstraat (de latere Ruïnelaan) hoek Dorpsstraat, gebouwd in 1845. Veertig jaar lang, van 1886 tot 1926, werkte er juffrouw Van der Oord. De school werd in 1933 gesloopt. Thema 3/97, p24. 4. Openbare ulo-school, Beemsterlaan 6, in 1921/22 gebouwd naar het ontwerp van architect J.D. (John) Wildeboer. In 1968 werd het een mavo-school. De school werd in 1989 ontruimd en in 1993 afgebroken. Kr. 2/94, p34; Kr. 1/96, p12. 5. Op 17 juni 1931 werd aan het Spaansche Pad de eerste steen gelegd voor een nieuwe school, de Van Reenenschool. Beschreven worden de voorgeschiedenis, de bouw en de gebeurtenissen in de jaren 1939-1945. Daarna volgen bijzonderheden over de renovatie van 1974-1978 en over het schoolleven tot 2006, het jaar waarin de school 75 jaar bestond. Kr. 1/07, p17.

Scholen, Bijzondere. 1. Op het terrein van de Zusters Ursulinen aan de Loudelsweg werd de St. Ursula lagere school gebouwd. Kr. 3/97, p8. 2. Op 4 december 1930 werd aan een rustige laan de rooms-katholieke jongensschool Sint Adelbertus geopend. Verteld wordt de geschiedenis over een periode van 75 jaar: de schoolmeesters, de verbouwing, de oorlogsjaren en de onderwijsvernieuwing. Kr. 2/05, p14.

Scholten. In Kr. 2/10, p22 vindt u de historie beschreven van dit Bergense familiebedrijf dat begon in de jaren na de eerste wereldoorlog als bottelarij van bier in de Jan Jacobstraat. Het bedrijf overwon allerlei hobbels, groeide uit tot een groothandel met een ruim assortiment van allerlei dranken en merken, was lang gevestigd in de Dorpsstraat en vond uiteindelijk aan de Bergerweg een plek.

School, Landbouwhuishoudschool. Zie Ursulinen

School, Kweekschool. Zie Ursulinen

Schoolwezen in de Bataafs-Franse tijd. In twee basisscholen van Bergen, de Hoofdschool en de school in Wimmenum, werd rond 1800 de catechismus, lezen, schrijven en rekenen geleerd. Er was geen leerplicht en de animo voor de schoolgang was gering. De taak van de schoolmeesters was echter welomschreven, en ook niet gering. In die tijd deden zich veel veranderingen voor op didactisch gebied met efficiënter leermethoden en -boeken. De lijfstraf maakte plaats voor andere benaderingen. Het plaatselijk bestuur stelde toezichthouders, de zogenaamde schoolarchen, aan en vaardigde schoolreglementen uit. In 1801 kwam de eerste Nationale Schoolwet, waarin onder meerdere de onderwijsinspectie werd ingesteld. De visitaties van de schoolopzieners brachten ook in Bergen problemen aan het licht. Er ontstonden conflicten tussen schoolmeester, dorpsbestuur en rijksorgaan, evenals tussen de schoolopziener en de municipaliteit. Ondanks alle problemen is er echter in de jaren na 1795 veel ten goede veranderd in het onderwijs te Bergen. Thema 4/98, p26. Zie ook Bergen en de Bataafse Republiek

Schouw. Boeren of burgers die waterlopen om hun land of erf hebben, behoren twee keer in het jaar de sloten schoon te houden. Bij de schouw wordt gecontroleerd of het water bij regenval snel kan wegstromen. Deze wordt thans gehouden door het waterschap Het Lange Rond. Kr. 1/00, p18. Zie ook Polders; Rustende Jager, De; Oude Prins, De

Schulpweg. De kaart van Blaeu van omstreeks 1660 laat een pad zien, vanaf het punt waar nu de voormalige boerderij De Franschman staat naar zee. Het heeft op de kaart de naam Schilp Slagh (schelpenpad). Het heette later Schulpweg en werd door de vissers gebruikt om hun schelpen van het strand naar de loswal nabij de Fransman te rijden. Daar werden ze overgeladen voor vervoer door sloten en vaarten naar kalkbranderijen. Om het bezit van deze weg is in 1799 verwoed gestreden in de duingevechten tussen soldaten van de Bataafse Republiek en van Engeland en Rusland. Thema 2/96, p22. Zie ook Russenduin

Servituut. Een last waarmee een erf (= onroerend goed) bezwaard is ten bate van een aangrenzend erf van een andere eigenaar. Ook erfdienstbaarheid. Jacob Van Reenen, Heer van Bergen, heeft door middel van servituten, in feite vernuftig opgestelde notariële akten, de ruimtelijke ordening van zijn heerlijkheid weten te regelen. Onder andere werden bestemmingen van grond, bouwvergunningen en ook het gebruik van het onroerend goed aan beperkingen onderworpen. Kr. 2/94, p35; Kr. 1/95, p18.

Sint Antoniusstraat. In een uitvoerig overzicht worden de herinneringen weergegeven van een Bergenaar aan de straat waarin hij vanaf 1925 woonde. De huizen, de bewoners en de activiteiten die in de straat plaats vonden, worden beschreven. Kr. 2/02, p48.

Sint Maarten. Het voorbeeld van naastenliefde dat Sint Maarten gaf, bracht in de 15e eeuw de christenen in onze streek ertoe hun kinderen met een lichtje langs de deuren te sturen om al zingende een kleinigheid te mogen ontvangen. Kr. 2/98, p32. Zie ook Bergen aan Zee – volk aan de deur

Skibaan Il Primo. Zie Openluchttheater

Slachthuis, Bergens. In Kr 1/09, p25 wordt beschreven dat de gemeente, als uitvloeisel van de nieuwe wet op de Vleeskeuring, in 1929 een slachthuis oprichtte en hoe dat slachthuis functioneerde tot de sluiting in 1954.

Slagers, groente- en fruithandelaren. 1. Een overzicht wordt gegeven van de slagerijen in Bergen en van de groente- en fruithandelaren in de 20e eeuw. Tevens wordt een beeld gegeven van de verkoopactiviteiten in deze middenstandsbranches. Kr. 2/02, p58. 2. In Kr. 2/10, p9 wordt de geschiedenis van het slagersvak beschreven, de laatste 100 jaar door middel van een persoonlijk relaas van Cees Ruijter. Daarnaast vindt u een overzicht van de slagers van Bergen. Zie ook Middenstand

Smederijen. Een overzicht van smederijen in Bergen vindt u in Kr. 1/10, p8. In detail komen de smederijen van Nicolaas Hoebe en – in mindere mate – die van Jacob Rijniersce aan de orde. Zie ook Middenstand

Soldatenbarak. Al vanaf 1798, als de Bataafse Republiek drie jaar bestaat, wordt in Bergen gesproken over het bouwen of inrichten van een barak in een bestaand pand voor de huisvesting van militairen. In 1804 koopt het dorpsbestuur eindelijk een huismanswoning met erf in de Kerkbuurt en laat het pand verbouwen tot een kazerne. Diverse Bergenaren werken mee aan het realiseren van 60 slaapplaatsen. De levering van de fournituren (het beddengoed) wordt een zaak van grote wanorde. Thema 4/98, p48.

Souvenirs. Aardewerk is populair als men een souvenir mee naar huis wil nemen of aan iemand ten geschenke wil geven. In Kr 1/13, p26 worden een kuipje en een kannetje beschreven, waarvan de eerste in Delft is geproduceerd en de laatste in Bergen zelf bij Jacob Ruijter. Tevens wordt aandacht geschonken aan de lotgevallen van zijn firma. In Kr 1/16 wordt de rubriek Souvenirs afgesloten met een beschouwing over wat nu de echte souvenirs zijn van Bergen en Bergen aan Zee. Zie ook bij VVV

Spekhok. Van oorsprong de benaming voor een donkere, koele kast om spek te bewaren. Later een (even klein) cachot, dat onder andere op het Hoopweg-pleintje stond, voor twee, hooguit drie arrestanten. Kr. 2/96, p34.

Spoorweg. Zie Bello

Spruijt, Cornelis. Een boer uit de 18e eeuw, woonachtig in de Bergermeer, die een omvangrijk boeken- en kaartenbezit had. In Kr 1/05 en Kr 2/14, p16 leest u meer over hem en zijn kinderen.

Statenbijbel. Na bekrachtiging in 1626 van de Staten-Generaal van het verzoek van de Synode van Dordrecht om een gemeenschappelijke bijbel voor gereformeerden samen te stellen, is door een groep geleerden de bijbel rechtstreeks uit de oudst bekende bronnen in het Grieks en Hebreeuws vertaald. Het werk was klaar in 1637 en werd direct wijd verspreid: tot 1657 werden een half miljoen exemplaren gedrukt, reden waarom de Statenbijbel van groot belang was voor het onderwijs als het gaat om het gebruik van een gemeenschappelijke Nederlandse taal. Kr. 1/10, p2. Zie Synode van Dordrecht.

Sterkenhuis. 1. In Kroniek 2010/april, p13, wordt beschreven hoe Marie Völter-van Reenen rond 1900 de eerste aanzet gaf tot dit historisch museum van Bergen. 2. Tevens in Kroniek 2010/april, maar dan op p31, een inleiding op de zomertentoonstelling van 2010 ‘Ontwaken van een dorp, hoe Bergen bekend werd (1880-1910)’. 3. Veel stukken in de collectie hebben een slechte conditie, waardoor ze niet aan de bezoekers kunnen worden getoond voordat ze zijn gerestaureerd; in Kroniek 2011/april, p3, vindt u drie voorbeelden. 4. In Kroniek 2011/nov, p31, staat dat het museum een aantal oude muziekinstrumenten in huis heeft, waarvan onlangs een Citer en twee Hommels (ook wel Noordse Balk of Vlier genoemd) zijn gerestaureerd. 5. In Kroniek 2012/april, p27, vindt u een introductie van de tentoonstelling over historische buitenplaatsen in Bergen en omliggende dorpen, niet alleen de bekende als het Oude Hof, Rampenbosch of Maesdammerhof, maar ook de huizen die al lang geschiedenis zijn. 6. In Kroniek 2012/nov, p27, wordt beschreven hoe het Sterkenhuis in het bezit is gekomen van een fotoalbum over Johannes van der Kerk, dat een grote hoeveelheid foto’s van officiële gelegenheden bevat waarbij deze veldwachter aanwezig is geweest. 7. Tegelijk met het Themanummer Bergen onder stroom is een tentoonstelling ingericht die in Kroniek 2013/april, p27, wordt beschreven. 8. In Kroniek 2014/april, p25, vindt u een stukje naar aanleiding van een tentoonstelling over de 1ste Wereldoorlog. 9. In Kroniek 2014/nov vindt u een stukje over de registratie en administratie van aankopen, schenkingen en andere museumstukken, alsmede over notulen van vergaderingen en bezoekers in de loop der jaren. 10. In Kr 2015/april, p29, vindt u een aantal parels beschreven van de collectie. 11. In Kroniek 2015/nov, p27, wordt aandacht geschonken aan de medailles van de Vrijwillige Landstorm. 12. In Kroniek 2016/nov, p 30, wordt de laatste illegale Duinstreek beschreven. 13. In kroniek 2017/april, p31, vindt u het stukje Bouwen op geloof, inleiding bij de zomertentoonstelling. 14. In kroniek 2017/nov, p32, wordt een geschonken houten paneel beschreven dat in de 1ste Wereldoorlog door een Duitse soldaat in het interneringskamp op de Vinkenkrocht is gemaakt. Zie ook Bergen aan zee, Straatnamen; Kerk, Johannes van der; Bergen onder stroom

Stille Omgang. Zie Mirakel van Bergen; Kinderdijk

Stolpboerderijen. De vierkante constructie van binnen en het piramidale dak daarboven maken een boerderij tot stolp. Wat vorm en indeling betreft kunnen stolpen in vele soorten worden onderscheiden. Daaronder stolpen met ‘rijke’ details, zoals dakspiegels en ronde schoorstenen. In Bergen zijn vrijwel alle boerderijen – circa tachtig – stolpen van het Noord-Hollandse type. Enkele daarvan zou men ‘poenhoeven’ kunnen noemen. Aandacht wordt ook besteed aan de vraag of de stolp toekomst heeft, onder andere gezien de grote onderhoudskosten. Kr. 2003/2, p37 en Thema 2015.

Stoomtram. Zie Bello

Straatnamen. Zie Bergen aan Zee, Straatnamen

Strandingen. 1. Vóór 1906 strandden er tenminste 45 schepen ter hoogte van Bergen. Twee daarvan waren: in 1771 de Vrouwe Engelina Margaretha en in 1877 het Nederlandse Linieschip de ‘Wassenaar’. Een gedrukte rijmprent van vijftien strofen herinnert aan laatstgenoemde ramp. Na 1906 strandden: de Glenmore (1908), de Lavinia en de Renate Leonhardt (1917), de Fram IJm 80 (1929) en de Katingo (1954). Kr. 1/94, p6; Kr. 2/95, p28. 2. Op 31 augustus 1777 strandde het VOC-schip Overhout bij Egmond aan Zee; de lading spoelde in Bergen aan Zee aan. Vier dagen later, op 4 september, was het de beurt van de tjalk De Jonge Metje, die men, lek geslagen, op het strand van Bergen aan Zee liet aandrijven. Van deze laatste stranding bestaan uitgebreide, notarieel vastgelegde getuigenverklaringen van de stuurman en een eerste matroos. Daarin wordt de gehele tocht verteld, vanaf het vertrek op 19 augustus vanuit Emden tot de fatale 4e september. Van de Overhout wordt een korte geschiedenis gegeven. Kr. 1/04, p9. 3. De goederen van de gestrande Overhout, die eigendom waren van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), zijn het voorwerp geweest van een briefwisseling tussen de Heer van Bergen en de VOC. Deze stukken behoren, zoals alle VOC-archieven, tot het Werelderfgoed. De Overhout was op de terugweg van haar tweede grote reis naar Batavia en had een grote, niet nader bekende lading aan boord. Kr. 2/07, p2. 4. Eind november 1803 strandde ‘onder den Banne der Heerlijkheid Bergen’ het Engelse brikschip The Jeyn, met een door het Franse kaapschip Hazard genomen lading. Die was afkomstig van de Jane of Teignmouth, het prijsschip dus. De secretaris van de schout en schepenen van Bergen, Joost Ivang, schreef over de kaping en stranding een uitgebreid verslag. Verder worden over de veiling van de lading interessante bijzonderheden gegeven. Kr. 1/07, p8. 5. December 1954 strandde de Katingo bij Bergen aan Zee. Het schip heeft er maanden gelegen. Zie ook Bergen aan Zee, kleine verhalen

Strandvonderij. 1. Het recht op alles dat op het strand aanspoelde, was van oudsher voorbehouden aan de Heer van Bergen. Per 1 september 1852 is dit heerlijke strandrecht vervallen. Daarmee kwam een einde aan de taak van Hendrik van Vladeracken (1815-1852) als opperstrandvonder. Na genoemd jaar verviel het beheer van de strandvonderij aan de burgemeester. Als hulpstrandvonders, allen beëdigd door de Commissaris der Koningin, traden onder meer op: Dirk Haasbroek, Cor Schotten (+1989) en Bep Hollenberg (1924-1994). Op 20 mei 1989 volgde Welmoed Hollenberg, eerste vrouwelijke strandvonder in ons land, haar vader op. Kr. 2/95, p27. 2. Toen op 24 december 1771 het schip Vrouwe Engelina Margaretha, dat een lading koffiebonen aan boord had, ten noorden van Egmond aan Zee op de kust was gelopen, zagen ondanks de bewaking vele Bergenaren kans zich grote hoeveelheden koffiebalen toe te eigenen. Dat had gevolgen. Kr. 1/95, p8.

Strandwallen. Zie Geologie; Zanegeest

Strijd met Russen en Engelsen. Op 19 september 1799 krijgt een Russisch/Britse krijgsmacht de opdracht zuidwaarts te trekken en die dag Bergen in te nemen. Ondanks zware gevechten weten ze Bergen, waar op dat moment 1929 Fransen en Bataven gelegerd zijn, te veroveren. De Russen plunderen het dorp grondig. Later die dag worden de aanvallers door Franse en Bataafse troepen alsnog verslagen. Op 2 oktober wordt echter een tweede aanval ingezet, nu in de duinen. In deze hevige slag sneuvelen 3000 vijanden, vooral Russen. De strijd wordt in de duinen en op het strand voortgezet met grote verliezen voor beide legermachten. Uiteindelijk wordt het invasieleger op 6 oktober bij Castricum verslagen. Een viertal Bergense burgers heeft door alle oorlogshandelingen de dood gevonden. Thema 4/98, p43. Zie ook Russenduin; Nasleep van de strijd van 1799

Studler van Zurck. Heer van Bergen van 1641 tot 1666, bouwer van Het Hof. In Kr 2/12, p2 staat de geschiedenis van zijn voorgeslacht beschreven en wordt verklaard waar de naam Studler vandaan komt. In Themanummer 11 wordt uit de doeken gedaan hoe hij zijn vermogen vergaarde en waarom hij zich juist in Bergen wilde vestigen. Zie ook Heren en Vrouwen van Bergen; Het Hof; Descartes.

Sijpheer, Cor en Henny. Cor was een spil in het verzet tijdens de 2e wereldoorlog; daarnaast boden zij op hun adres aan de Notweg huisvesting aan een groot aantal onderduikers. U vindt dit soms spannend verhaal beschreven in Kr 1/14, p13.

Synode van Dordrecht. Kr. 1/10, p2. In 1618 en 1619 de eerste gezamenlijke reeks van vergaderingen in Dordrecht van de Nederlandse Gereformeerde kerk, in aanwezigheid van buitenlandse geloofsverwanten. Doel was om gemeenschappelijke standpunten in te nemen over prangende geloofskwesties, met name ten aanzien van de verschillen tussen remonstranten en contraremonstranten. Een belangrijk besluit dat niet direct met geloofskwesties te maken had, maar wel verstrekkende consequenties had, was het verzoek aan de Staten-Generaal om het initiatief te nemen tot de totstandkoming van een eerste officiële Nederlandstalige bijbel. Zie Statenbijbel

—– T —-

Tabakswinkeliers. Tabakshandelaren waren ook in de vorige eeuw ruim in Bergen vertegenwoordigd. Hun namen en vestigingen in de verschillende wijken worden uitgebreid beschreven. Enkele advertenties uit die tijd versieren het overzicht. Kr. 1/03, p12.

Takel, Huis met de. Dit huis aan de Dorpsstraat met een takel aan de gevel wordt beschreven in Kr 2015/2, p 21.

Telegraaf en telefoon. Zie Postkantoor

Tennisbanen en -parken. 1. Het tennisspel, overgewaaid uit Engeland, kreeg in 1885 waarschijnlijk voor het eerst voet aan de grond in Haarlem. In 1899 werd de Nederlandsche Lawn-Tennis Bond opgericht. Al in 1909 nam Jacob van Reenen het initiatief voor de aanleg van twee banen in een deel van het Parnassiapark in Bergen aan Zee. In 1914 werd er een aantal andere voorzieningen bij gebouwd, evenals nog twee banen. In 1987 volgde een aantal transacties met het eigendom van alle voorzieningen. De twee oudste banen waren in 2006 nog in gebruik. Kr. 1/06, p16. 2. De geschiedenis wordt verhaald van een kleine eeuw tennis in Bergen. Allereerst worden enkele verdwenen banen besproken, daarna wordt de historie verteld van De Molenkrocht en alles wat er betrekking op heeft. Verder worden besproken: de tennisclub en het clubhuis van de Europese Gemeenschappen Petten, tennis en clubgebouw bij de BSV, de Tennis Club Bergen TCB, het tennispark ‘De Nes’, en tot slot het tennispark ‘De Bedriegertjes’ aan de Pinksterbloemweg. Kr. 2/06, p15.

Tijd. In Kr 2015/1, p15, wordt beschreven hoe de mensen in het verleden omgingen met de tijd.

Tijdmeter. In het zwembad van het Bio-Vakantieoord (nu Huize Glorie) functioneerde ooit een ingenieuze tijdmeter, die tevens als prikklok dienst deed. Later kwam dit mechanische uurwerk in de kelder van het gebouw terecht. Enige tijd geleden werden alle onderdelen overgebracht naar de woning van een Bergense klokkenmaker en aldaar, na onderzoek en herstel, geïnstalleerd. Kr. 2/08, p28.

Tijdrekenkunde. Zie Kalenderstijlen; Jaarstijlen

Tol. 1. Eind februari 1900 werd de tol op de Bergerweg wederom verpacht, en wel voor een som van 1450 gulden per jaar. Kr. 00/1, p8. 2. In Kr 15/2, p2, staat beschreven hoe de tolheffing rond Bergen plaats heeft gehad en welke tolvrijheden de Bergenaren van oudsher genoten in het graafschap Holland.

Toponiemen. Zie Veldnamen

Travalje. Een hoefstal om een paard te beslaan. Er stond een travalje vóór de dorpssmidse van Hoebe aan de Kerkstraat 3. Ze werd in 1919 afgebroken. Kr. 95/2, p38; Kr. 96/2, p45.

Turfvolders. Als in de 18e eeuw in Bergen turf werd aangevoerd, meestal in tonnen, moest in verband met de belasting de hoeveelheid nauwkeurig worden bepaald. In 1749 was vastgesteld dat de maat van de Leidse tonnen maatgevend was. Om turf te mogen lossen moest de turfvolder, die ook wel turftonder werd genoemd, beëdigd zijn. Kr. 00/2, p36. Zie ook Kolenboer

—– U —-

Ursulinen, Zusters. 1. In 1903 werd op een 32 hectaren groot terrein ten zuiden van de Loudelsweg begonnen met de bouw van een groot complex, bestemd voor een zusterklooster en gebouwen voor verschillende door hen geleide activiteiten. Er verrezen: een gebouw waarin het pensionaat St. Antonius, een kweekschool voor onderwijzeressen en de St. Ursula lagere school, verder een landbouw huishoudschool, een koepelkapel en in 1927 een Retraitehuis. Het was een dorpje op zich, met eigen voorzieningen. Toen in de jaren ’90 de internaten overbodig waren, werd een groot deel van de gebouwen gesloopt en verrees op de vrijgekomen grond een woonwijk. Thema 3/97, p8. 2. In vogelvlucht wordt de geschiedenis beschreven van het klooster van de zusters Ursulinen aan de Loudelsweg. Ook de onderwijsinstellingen en de internaten die de zusters gehad hebben, worden genoemd. Kr. 2/05, p8. 3. In Kr. 1/11, p19 vindt u een beschrijving van het leven van Piet Donders, leraar en oud-directeur van de kweekschool van de zusters Ursulinen. Het artikel geeft inzicht in het leven van een middenstandsgezin in de tijd voor en na de 2e wereldoorlog, in de onderwijsvernieuwingen van de jaren 60 en in de maatschappij van na de oorlog. Zie ook bij School en Schoolwezen

—– V —-

V-1 lanceerbanen. In augustus 1993 werd in het bos bij de Kranenburgerlaan de fundatie uitgegraven van een lanceerbaan die de Duitsers in 1945 aangelegd hadden voor de lancering van de beruchte vliegende bom, de V-1. Kr. 1/94, p16. Zie ook 2e Wereldoorlog

Vaarwater. De afdamming van de Schermersloot in de 18e eeuw heeft nog diezelfde eeuw tot talloze waterstaatkundige problemen geleid, echter zonder oplossingen. Pas aan het begin van de 20e eeuw kwam deze afdamming weer in de belangstelling door problemen met het wegenonderhoud. Om dit te ontlasten stelde Jacob van Reenen, bestuursvoorzitter van de Vereniging van Polders, voor om de sloot voor de scheepvaart geschikt te maken door het opruimen van de afdamming, het uitdiepen van de sloot en de aanleg van een loswal. Dit bood Bergen een goed vaarwater. Echter, in de jaren twintig van de vorige eeuw groeide het gemotoriseerde verkeer over de weg snel, met als gevolg concurrentie met het verkeer over water. In 1936 werd de Schermersloot opnieuw afgedamd. Tot slot wordt de betekenis beschreven van de familie Van Reenen in de waterschapsbesturen. Thema 6, p26.

Van Reenenbank. Jacob van Reenen is met de Hertenkamp letterlijk en figuurlijk verbonden door de monumentale granieten Van Reenenbank die ontworpen werd door de Bergense kunstenaar Tjipke Visser. Deze werd in 1923 aan Van Reenen aangeboden bij zijn aftreden als burgemeester. Kr. 1/01, p9. Zie Reenen, Jacob van

Van Reenenpark. Zie Renbaan; Hertenkamp

Van Reenenschool. Zie Scholen, Openbare

Veebezit in de Bataafs-Franse tijd. In de schotboeken, waarin de dorpssecretaris in de Bataafs-Franse tijd het bezit van ieder gezinshoofd of alleenstaande noteerde, werd ook het bezit aan runderen, paarden, schapen en varkens genoteerd. Cijfers geven de aantallen over een reeks van jaren. Het bezit van paarden bracht met zich mee dat men verplicht was er een op de paardenmarkt te brengen. In het Bergen van 1800, waar de hele economie van het dorp op de koe dreef, was de kwaliteit van de ‘springstier’ een onderwerp van voortdurende zorg. Voor de boeren was ook het ijken van maten en gewichten van groot belang. Thema 4/98, p12. Zie ook Belastingen in de Bataafs-Franse tijd

Veekeuring. Uit 1865 dateren de uitgebreide instructies die B&W van Bergen aan een pas aangestelde keurmeester van vee gaven. Kr. 1/99, p15.

Veldnamen. Weiden en akkers, moerassen, hoogten en laagten, venen, grienden en andere velden hebben sinds de vroege middeleeuwen, en wellicht ook daarvoor, altijd een eigen naam gehad, zodat de mens eenduidig naar een bepaald stuk grond kan verwijzen. De studie van veldnamen, die ook wel toponiemen worden genoemd, kan ons veel leren over de cultuurhistorie van een dorp of stad, vooral wat betreft het gebruik van de grond in de loop der jaren. Kr. 2/94, p41; Kr. 2/96, p46. Kr. 1/16, p2.

Verbeeck, Arthur. Deze Vlaamse schilder werd in 1874 in Kieldrecht geboren. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vluchtte hij naar Nederland waar hij, na verblijfsperiodes in Harderwijk en Amsterdam, uiteindelijk in Bergen terecht kwam. Daar bleef hij zijn interpretatie van het Vlaams luministisch impressionisme trouw. Beschreven worden zijn jeugd en opleiding in Antwerpen en zijn bloeiperiode in Bergen. In 1929 vertrok hij, 55 jaar oud, naar Londen, waar hij zijn schilderwerk voortzette en de jonge Vlaamse schilderes Lilly ontmoette. Van haar kreeg hij een dochter, Veerle. Hij stief in 1932. Kr. 1/08, p7.

Vervoer. 1. Mobiliteit is voor burger en misdadiger altijd een noodzaak geweest. In de 17e en 18e eeuw werd voor grote afstanden meestal de trekschuit genomen. Over land was er de postkoets. De snelste manier om ergens te komen was het huren van een paard of een rijtuig. Men kwam tollen en overzetten tegen. Kr. 2/06, p4. 2. Gefietst werd er al vóór 1900 en daarna kwamen vrij spoedig de eerste auto’s op straat. Het algemene dorpsvervoer was in de eerste decennia van de 20e eeuw in belangrijke mate in handen van de stalhouderijen. Deze zorgden onder andere voor transport bij trouwpartijen en begrafenissen en voor verhuur van zadelpaarden. Met de komst van dagjesmensen boden ze – op vaste standplaatsen – ook koetsjes aan voor rondritten. Met de toename van het autoverkeer kwamen ook de vrachtdiensten op. Aanvankelijk was daaraan niet zo’n behoefte geweest, omdat er gedurende lange tijd veel over water werd vervoerd. Tot 1930 bleven er scheepvaartverbindingen bestaan, onder andere met Amsterdam. Thema 3/97, p7. Zie ook Bello; Autobusdiensten; VaarwaterFiets

Verzet. Na de Duitse bezetting werd het verzet landelijk op vele manieren georganiseerd. In Bergen werd het aanvankelijk uitgevoerd door een netwerk van contactpersonen. Een aantal van hen deed het onderduikerswerk. De Verzetsgroep Bergen raakte geleidelijk ook betrokken bij het gewapend verzet en bij overvallen. Thema 1/95, p9 en 11. Zie ook Duitse bezetting; 2e Wereldoorlog

Vinkenkrocht, Vinkenbaan. Idyllisch weggetje waar vroeger een vinkenbaan lag waar vogels, voornamelijk vinken, werden gevangen. U leest hier alles over in Kr. 2/14, p.2. Zie ook Wereldoorlog (Eerste), Deserteurskamp

Vliegramp 1954. Zie Willem Bontekoe

Vliegveld. In 1937 werd begonnen met de aanleg van een militair vliegveld aan de Groeneweg in de Bergermeerpolder. In 1939 kon het worden opengesteld voor de eerste toestellen. Vanaf 24 augustus van dat jaar, met de aankondiging van de mobilisatie, werd een begin gemaakt met de inkwartiering van enkele duizenden militairen in Bergen aan Zee. Bij de inval in ons land op 10 mei 1940 verschenen al om 4 uur ’s morgens Duitse verkenners en bommenwerpers boven Bergen. Bij het eerste bombardement werden acht Fokker vliegtuigen vernield en kreeg het landingsterrein talloze bomkraters. Op 14 mei verlieten de laatste Nederlandse Fokkers het vliegveld. Thema 1/95, p4. Zie ook Mobilisatie; Paddenpad; 2e Wereldoorlog

VOC schip, Huis te Bergen. Schepen krijgen vaak namen van plaatsen, zo ook dit katschip dat is vernoemd naar Bergen. Kr. 1/16, p17.

Voetbalclub. Zie Berdos

Vogelkooi. Zeker sinds 1660 werden in de Bergermeer eenden gevangen. Op de kaart van Blaeu is de vogelkooi, van het roggen-ei model, dat wil zeggen met vier uitlopers of ‘vangpijpen’, nauwkeurig weergegeven. De eerste kadastrale kaart (1832) toont een boerderij genaamd De Vogelkooi, toen de voornaamste boerderij in de Bergermeer. Bij deze boerderij werd in 1917 het landhuis Karperton gebouwd. Kr. 1/97, p20. Zie ook Karperton

Volkshogeschool Bergen. 1. De Volkshogescholen Bergen waren oorspronkelijk onder meer gevestigd in een villa aan de Duinweg naar Schoorl, genaamd De Zandhoeve. De eerste steen ervan werd in 1925 gelegd door Isaac Willekes MacDonald. Kr. 1/95, p23. 2. In 1991 vond een fusie plaats van de Volkshogescholen Bergen (waaronder ‘t Oude Hof en De Zandhoeve) met Het Zeepaard te Schoorl en de vormingscentra Dijk en Duin te Hoorn en De Haaf te Bergen. Daardoor ontstond een grote Noord-Hollandse instelling onder de overkoepelende naam ‘VHS Bergen, vorming, training en advies’. Kr. 2/97, p39.

Volkstellingen in de Bataafs-Franse tijd. In de jaren 1795 tot 1813 werd in ons land een bevolkingsadministratie opgezet. Er werden volkstellingen gehouden en tevens tellingen van de aantallen huizen en vee. Het inwonertal van Bergen tussen 1796 en 1809 is in tabellen vastgelegd, evenals de aantallen woningen. Vooral uit de volkstelling van 1807 zijn veel gegevens bekend, ook over huisvesting en gezinnen en de beroepen die in Bergen werden beoefend. Na boeren en boerenknechten, de grootste beroepengroep, komen de dagloners met al hun verschillende werkzaamheden in het dorp en de duinen, in aantal op de tweede plaats. Thema 4/98, p8. Zie ook Bergen en de Bataafse republiek

Volksvermakelijkheden. 1. Sinds 1896, en waarschijnlijk al eerder, werden er in Bergen op 31 augustus of 1 september volksvermakelijkheden gegeven. Ze vonden plaats bij de kastelein Pieter Hilbrand. Enkele hoogtepunten: prijston knuppelen, het belachelijkste kostuum, harddraverij met bokken, sleutel trekken, slof lopen. Er vielen vele prijzen te verdienen. Kr. 2/96, p27; Kr. 2/97, p35. 2. Op verschillende plaatsen in het dorp vonden volksspelen plaats, in het bijzonder op het terrein van De Rustende Jager. Thema 5/03, p7. Zie ook Kermis

Vredeskerkje. Het kerkje van Bergen aan Zee, dat later de naam Vredeskerkje zou krijgen, werd in opdracht van mevrouw M.A.D. van Reenen-Völter ontworpen door de architecten H.L. Baron Taets van Amerongen en P. Elders. De eerste steen werd in 1918 gelegd. Thema 2/96, p17; Kr 12/2, p8.

Vriendschap, De. Deze herberg met kolfbaan werd in 1880 door kastelein Gerrit Brakenhoff geopend. Na zijn faillissement in 1884 werd ze geveild. Koper van het gebouw was Heinrich Maschmeijer. Thema 7/08, p2. Zie Maschmeijer

Vroedvrouw. De vroedvrouw was in vroeger tijden meestal een eenvoudige vrouw, geheel in de praktijk gevormd. Haar vaste uitrusting bestond uit de ‘baarstoel’ en enkele verloskundige instrumenten, waaronder de verlostang. Vanaf circa 1700 werd het onderwijs aan vroedvrouwen sterk verbeterd. Over de vroedvrouwen in Bergen van vóór 1813 is weinig bekend. In de archieven worden er drie genoemd. Het dorpsbestuur, dat hen aanstelde, gaf hun een vast inkomen. In 1810 besloot de regering dat vroedvrouwen voortaan over een diploma moesten beschikken. Na het einde van de Franse tijd in 1813 werden aan hun kundigheid steeds hogere eisen gesteld. Thema 4/98, p34. Zie ook Bergen en de Bataafse Republiek

Vrouwtje aan het Duin, Het. Zie Duinvermaak

Vuilstort. Kr. 1/11, p6 beschrijft hoe de gemeente Bergen het hergebruik stimuleerde van het huisvuil dat werd gestort op de oude vuilstortplaats aan de Baakmeerdijk en hoe dit resulteerde in verhardingsmateriaal voor duinpaden, herwonnen metalen en compost.

VVV. 1. De Vereniging ter bevordering van het VreemdelingenVerkeer te Bergen (NH) werd op 7 november 1907 opgericht. De eerste voorzitter was Jaap Veldheer; burgemeester Jacob van Reenen werd tegelijkertijd tot erevoorzitter benoemd vanwege zijn verdiensten voor het toerisme. De VVV kreeg in 1912 een informatiebureau in de winkel van P.J. Brouwer in de Raadhuisstraat en in 1922 aan de Oude Prinsweg. In 1960 verhuisde men naar het gebouwtje op het Plein, in 2014 naar Kranenburgh. De vereniging heeft vele projecten opgezet. Midden jaren ’20 organiseerde men in de zomer de Verlichtingsavonden en de bloemencorso’s. In 1935 werd een openluchttheater aangelegd in een duinpan vlakbij Restaurant Duinvermaak. En elke zomer verscheen een aantal weken het eigen blad, de ‘Bergensche Bad-, Duin- en Boschbode’. Zie aldaar. Kr. 1/97, p12; Thema 3/97. 2. Een van de activiteiten van de VVV is de uitgifte van kaarten van Bergen en omgeving, vaak vergezeld van een beknopte toeristische gids waarin onder andere wandelroutes worden beschreven. Een bekende kaart in 8 kleuren is die uit 1937, herdrukt in 1998. Kr.2/02, p62. 3. Het honderdjarig bestaan van de VVV in 2007 was aanleiding tot het belichten van enkele onderwerpen, waaronder de opkomst van het toerisme, het eerste bestuur, de eerste wegwijzers naar Bergen Binnen en Bergen aan Zee, het eerste informatiebureau, de badtrein en de oorlogsperiode 1940-1945. Kr. 2/07, p15. 4. In vervolg op het hiervoor genoemde wordt in Kr. 1/08, p23 de periode 1945 – 2007 besproken, waarin het toerisme en het werk van de VVV tot bloei kwamen. In Bergen aan Zee werd in 1953 een eigen VVV opgericht. De professionalisering van het werk zette door, evenals de herstructurering op regionaal niveau. 5. In Kr 2015/1, p 30, leest u over de Gids voor Bergen en Bergen aan Zee die de VVV in 1925 heeft uitgebracht. Zie ook Souvenirs

Vuurwerk. Zie Pyrotechniek

—– W —-

Waalewijn, Ru. Langdurig lid van de Redactie en van Histon, heeft zijn sporen verdiend bij de Gemeenten Alkmaar en Bergen, groot kenner van de historie van Alkmaar en Bergen. In Kr. nov/2016, p25, wordt zijn leven belicht.

Waterschoot van der Gracht, Gisèle van. Veelzijdig kunstenaar, echtgenote van de Amsterdamse burgemeester Arnold d’Ailly. Zij organiseerde in de oorlog onderduik voor Joden in haar huis aan de Amsterdamse Herengracht en kreeg daarvoor een Israëlische onderscheiding. Kr nov/2012, p7.

Waterstaat. Zie Polders

Waterweg. Zie Vaarwater

Wederopbouw. Na de capitulatie van de Duitsers in 1945 werd al spoedig een inventarisatie gemaakt van alle gebouwen, woningen en voorzieningen die moesten worden hersteld. In Bergen werd een subbureau Wederopbouw gevestigd. In Bergen aan Zee werd een Wederopbouwplan van kracht dat vooral de nieuwe straten omvatte en het slopen van de funderingen van afgebroken panden. De herbouw verliep via de normale procedure van bouwvergunningen. De wederopbouw kende een voorgeschiedenis die in 1941 in Londen begon. Kr. 2/98, p34.

Wereldoorlog (Eerste). 1. In Kr. 1/95 vindt u een kort stukje. 2. In Kr 1/11, p25 vindt u een stukje naar aanleiding van een tentoonstelling in het Sterkenhuis. Onderwerp is het houtsnijwerk dat geïnterneerde Duitse militairen op de Vinkenkrocht hebben gemaakt. Zie verder Deserteurskamp; Distributie; Kermis; Reenen, Jacob van; Verbeeck, Arthur; Ziekenbarak

Wereldoorlog (Tweede). Zie bij Atlantikwall; Amersfoortse evacués in Bergen; Bergenaren en de Tweede Wereldoorlog; Duitse bezetting; Hongerwinter; Joodse Gemeenschap; Jaap Kroon; Kees Kaandorp; Oorlogsslachtoffers; Sijpheer, Cor en Henny; Verzet; Vliegveld; V-1 lanceerbanen

Wilhelmina, Zuivelfabriek. 1. Aan het begin van de Bergerweg, naast waar nu groothandel Scholten is gevestigd, stond begin vorige eeuw stoomzuivelfabriek Wilhelmina. Deze ‘melkfabriek’ was van 1906 tot 1950 in bedrijf en had een uitgebreid leveringsprogramma. Kr. 1994/2, p43. 2. In kroniek 2012/1, p5, vindt u de geschiedenis van deze melkfabriek die, na een moeizame start, uiteindelijk een bloeiende periode heeft gekend tot na de tweede wereldoorlog. Zie ook bij Boeren.

Willem Bontekoe. Dit KLM-vliegtuig, een DC6B-toestel, was op 23 augustus 1954 onderweg van New York naar Amsterdam. Na een tussenlanding in Shannon werd een uur voor de landing op Schiphol het contact met het vliegtuig verbroken. Enkele uren later bleek het toestel voor de kust bij Bergen aan Zee te zijn neergestort. Kr. 2/94, p42.

Winkels. Zie Middenstand

Winkel van Sinkel. Eerste warenhuis in Nederland. Zie Kr 1/09, p13.

Wit, G. de. Kwam al voor de 2de wereldoorlog met zijn ouders vanuit Rotterdam op vakantie in Bergen en is zelf ook tot op hoge ouderdom blijven komen. Hij heeft daarbij heel zijn leven aquarellen gemaakt. In kroniek 1/12, p11 vindt u zijn boeiende ervaringen met Bergen en de Bergenaren geboekstaafd, alsmede een aantal afbeeldingen van zijn mooie aquarellen.

Wonderen, van. Boerenfamilie, zie Thema 2015.

Wortel, Ans. Kunstenares en langdurig, tijdelijk bewoner van Kranenburgh. Zie bij Kranenburgh

Woud, ‘t. 1. In Kr 2015/april, p25, treft u de herinneringen aan van Betsie Vlaar, geboren en getogen op een boerderij in deze buurtschap. 2. In Kr. 2017/april. p11, kunt u lezen over de kapel op ’t Woud. Voor de reformatie een katholieke kapel, daarna een tijd lang een school.

—– X —-

—– IJ —-

IJsclubgebouw. 1. Op 2 november 1901 werd de Berger IJsclub opgericht. Ze sloot zich aan bij de IJsbond Hollands Noorderkwartier. Kr. 2/01, p34. 2. Clubgebouw van de Berger IJssport Vereniging die in 1922 werd opgericht. Het gebouw had oorspronkelijk dienst gedaan als ziekenbarak (zie aldaar) en had tijdelijk enige bewoning gekend. In 1936 verleende de gemeente een kantinevergunning. In 1994 werd het gebouwtje gesloopt. Kr. 2/97, p28. Zie Ziekenbarak

—– Z —-

Zandhoeve. Zie Volkshogeschool Bergen

Zanegeest. Vanuit het ontstaan van strandwallen in West-Nederland wordt de bewoningsgeschiedenis van ons kustgewest beschreven. Met name op de ontwikkeling van de buurtschap Zanegeest wordt gedetailleerd ingegaan. Thema 6, p34.

Zeehuis, Het. Het Burgerlijk Armbestuur te Amsterdam verleende in 1908 opdracht tot de bouw van een herstellingsoord voor weeskinderen annex vakantiekolonie in Bergen aan Zee. Allereerst wordt van de prille jaren van dit ‘Zeehuis’ de sociale geschiedenis beschreven. Aan de orde komen onder andere de bestuursstructuur, de koloniebevolking, de medische verzorging en voeding, alsmede de recreatie. Daarna volgen een beschrijving van de personen en karakters en tot slot enkele fragmenten uit de jaren 1914-1945. Kr. 1/03, p24. Zie ook Koloniehuizen

Zeevaart. In juni 1834 vaart Cornelis Leijen, zoon van bakker Jacob Leijen, met de kof ‘Maria Helena’, een opgekalefaterd casco, naar Noorwegen. Aan boord een lading kaas. Ze doen nog Dantzig en Tonningen in Denemarken aan, maar begin januari 1835 belet de ijsgang de vaart. De reis is in alle opzichten geen succes. De laatste brief van Cornelis komt vanuit Hamburg in Bergen aan. Vanaf dat moment is niets meer van het schip en Cornelis vernomen. Kr. 1/98, p14.

Ziekenbarak. Aanvankelijk (in 1915) een houten noodbarak die waarschijnlijk aan de Nesdijk heeft gestaan, en waarin patiënten werden opgenomen met ziektes van niet-epidemisch karakter. In 1917 werd aan de Kerkedijk 23 een permanent gebouw in gebruik genomen, ontworpen door architect J.C. Leijen. Deze barak was bestemd voor de verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten. De laatste patiënt werd op 27 juni 1919 ontslagen Kr. 2/97, p28. Zie ook IJsclubgebouw

Zoeaven. In 1860 veroverde koning Victor Emanuel een groot gedeelte van het pauselijk gebied in centraal Italië. Pius IX riep daarop jongemannen uit alle landen te hulp, de Zoeaven. Ook drie Bergenaren trokken naar Rome en namen dienst in een Zoeavenkorps. Rome bezweek echter in 1870 voor het leger van de koning en de paus trok zich terug in het Vaticaan. Kr. 2/98, p48.

Zuilenhof. Deze grote villa, gelegen aan de Oude Bergerweg, hoek Loudelsweg, was oorspronkelijk een herberg. August Maschmeijer liet hem in 1884 verbouwen tot een riante woning, die thans tot de monumenten van Bergen wordt gerekend. Hij en zijn nakomelingen hebben er lange tijd gewoond. Thema 7/08, p3. Zie De Vriendschap; Maschmeijer

Zuivelfabriek. Zie Wilhelmina, Zuivelfabriek

Zuivelhandelaren. Een overzicht wordt gegeven van de zuivelhandelaren die in de vorige eeuw tot ongeveer 1980 in Bergen melk, boter, kaas en eieren verkochten, hetzij in de winkel, hetzij in een ventwijk. Ook enkele nevenactiviteiten, zoals het bestieren van een badhuis, komen aan bod, evenals de melkfabriek Juliana in de Kleine Dorpsstraat. Kr. 1/03, p10.

Zwakman. Boerenfamilie die al sinds het eind van de 18e eeuw boert aan het Wiertdijkje. In Thema 2015 wordt uitgebreid aandacht geschonken aan deze familie. Zie ook bij Boeren.

Zwembaden. 1. Bergen heeft uiteraard voor de jeugdigen altijd ‘zwemplekjes’ gekend. Te noemen vallen de Roosloot, waar deze uitmondt in de ringvaart van de Bergermeer, en de Schermersloot, zo’n 150 meter het land in voorbij het haventje in Zanegeest. Kr. 2/97, p45. 2. Als eerste ‘echte’ zwembad geldt het openluchtzwembad gelegen op het landgoed Karperton, 1934-1935. Kr. 1/97, p 22; Kr. 2/97, p46. 3. In 1936 opende Pesie’s Natuurbad aan de Bergerweg. Het overleefde de oorlog en heeft tot 1963 bestaan. Kr. 2/97, p46. 4. Een klein overdekt zwembad, De Beeck genaamd, stond zo’n 20 jaar aan de Prins Hendriklaan, maar werd eind jaren tachtig vervangen door een modern recreatiebad als onderdeel van het grote sportcentrum De Beeck, Kr. 2/97, p46. Zie ook Karperton

[/et_pb_text][/et_pb_column][/et_pb_row][/et_pb_section]