Lemma's In deze lijst vindt u alle onderwerpen verkort weergegeven waarover in de eerste vijftien jaargangen van de Bergense Kroniek – 30 gewone nummers en 7 themanummers - artikelen werden gepubliceerd. Achter iedere lemma staat het nummer van de Kroniek en het bladzijdenummer waar het artikel begint. De lijst is tot en met het nummer van november 2008 bijgewerkt, de daarna verschenen nummers zijn nog niet geanalyseerd en in Lemma's vertaald.. Indien u een bepaald nummer van de Bergense Kroniek niet in uw bezit hebt, kunt u het inzien of lenen in de Openbare Bibliotheek van Bergen, of inzien in het Regionaal Archief te Alkmaar of naar de gedigitaliseerde versie te gaan. U kunt op deze rubriek reageren. Daarbij moet het nummer van de desbetreffende Kroniek en de bladzijde worden aangegeven. Reacties kunnen worden gezonden naar het e-mailadres: redactie@hvb-nh.nl
Met behulp van het alfabet dat bovenaan staat, kunt u direct, door met uw linkermuisknop op de hoofdletter van een gezocht woord te klikken, naar de beginletter van dat woord springen. Accijns. Zie Belastingen Akte van goed gedrag. De schout kon aan een Bergenaar die zich ‘als een braaf en stil burger’ had gedragen een akte van goed gedrag afgeven. Kr. 1/99, p15; Kr. 1/04, p23. Zie ook Indemniteit Archeologie. 1. De sloop van De Rustende Jager in het begin van 2001 bood de gelegenheid tot onderzoek van een geestnederzetting binnen de bestaande dorpskern van Bergen. De Universiteit van Amsterdam deed een vooronderzoek. Daarna volgde uitgebreider bodemonderzoek door de amateurarcheologen van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland. Er werden verkenningssleuven en werkputten aangelegd, waarbij verschillende sporen en vondsten van vroegere bewoning en landgebruik werden aangetroffen. Ook kwamen onder andere 12 waterputten aan het licht. Van zeven periodes van bewoning tot de 19e eeuw worden de vondsten beschreven. Kr. Thema 5/03, p12. 2. Een uitgebreid overzicht wordt gegeven van hetgeen rondom het terrein van de Rustende Jager bij de archeologische onderzoekingen naar boven is gekomen. Sommige objecten werden gerestaureerd, de overige zijn opgeslagen in het Provinciaal Archeologisch depot in Wormerveer. Kr. 2/04, p3 Architectuur. Bergen aan Zee heeft ook vóór de Tweede Wereldoorlog vele bouwvormen gekend. Op stedebouwkundige en landschappelijke basis van H.P. Berlage en L.A. Springer werd in de periode van 1906 tot 1939 een in stijl gevarieerde bebouwing van woningen, hotels en pensions gerealiseerd. Veel ontwerpen kwamen van de hand van de plaatselijke architect P. Elders en van het architectenduo Vorkink en Wormser uit Amsterdam. Verder waren nog enkele architecten uit Bergen in de badplaats werkzaam, te weten Joh D. Wildeboer, J.C.Leijen, J. van Exter en De Heer-Kloots. Kr.Thema 2/96, p8. Zie ook Rustende Jager, De; Plein, Het Autobusdiensten. Vanaf 1920 hebben verschillende ondernemers autobusdiensten opgezet. De meeste bestonden slechts kort. Een langere tijd bleef de Noord-Hollandsche Autobus Dienst Onderneming (NHADO) bestaan, waarvan in 1920 A. Schalkwijk de alleen-eigenaar werd. In 1939 nam Schalkwijk de busdienst Camperduin-Schoorl-Bergen-Alkmaar over van Jb. De Jong. Na de Tweede Wereldoorlog onderging de busdienst een verdere uitbreiding met een lijn naar Bergen aan Zee. Daarna werd de NHADO overgenomen door de NZH. Kr.Thema 3/97, p13; Kr. 1/99, p23. Zie ook Vervoer Badbode. Zie Bergensche Bad-, Duin- en BoschbodeBakkerijen. Een overzicht wordt gegeven van de bakkers en bakkerijen die – in hoofdzaak in de vorige eeuw – in Bergen gevestigd waren, zowel in het centrum als in de wijken rondom. Aan de orde komen, behalve de persoonlijke ervaringen, de winkels en het assortiment, de lunchrooms , ijssalons en automatieken. Kr. 1/02, p19 Baljuw. Zie Rechtspraak, Criminele Banken. 1. De geschiedenis van de Roggeveenbank in Bergen aan Zee. Kr. 1/06, p23 Banpalen. Zie Grenspalen Barakkenkamp. Zie Mobilisatie 1939 Bataafse revolutie. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden hield op te bestaan toen op 15 januari 1795, als gevolg van de fel aangewakkerde strijd tussen prinsgezinden en patriotten, en een verdere inval van Franse troepen, stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte. De Bataafse Revolutie, zoals deze omwenteling heette, had door de proclamatie van de Rechten van de Mens en Burger van 31 januari 1795 grote gevolgen voor de inrichting van het bestuur in ons land, ook voor de Vrije Heerlijkheid Bergen. Kr.Thema 4, p4 en 18. Zie ook Bergen en de Bataafse Republiek Bataafs-Franse tijd. Zie Belastingen; Grondwer; Nationale Vergadering; Russen; Veebezit; Volkstellingen Begraafplaatsen. 1. In vroeger dagen werden de overledenen op het kerkhof rondom of in de dorpskerk – de Ruïnekerk - begraven. 2. Na een verbod in 1827 om binnen de bebouwde kom te begraven, duurde het tot 1864 tot aan de toenmalige Schoolstraat, nu Ruïnelaan een nieuwe begraafplaats werd aangelegd. Er was een algemeen deel en een katholiek deel. Toen deze te vol raakte, werd ze in december 1965 gesloten. Het terrein en de grafmonumenten worden sinds enige tijd – na een restauratie – door vrijwilligers onderhouden. Kr. 1/98, p4. 3. In 1920 kreeg het dorp een ruim aangelegde begraafplaats aan de Kerkedijk. Het zuidwestelijk deel werd aan de rooms-katholieke parochie toegewezen. Kr. 3/97, p13. 4. Op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkedijk werd in 1945 een terrein ingericht voor de stoffelijke resten van 252 gesneuvelde geallieerden. Kr.Thema 1/95, p23. 5. Al in 1940 verschenen er Britse vliegtuigen oven Nederland. Maar in mei 1941 werd een eerste Engelse bommenwerper bij Opmeer neergeschoten. De commandant werd in Bergen begraven op een stukje terrein van de Algemene Begraafplaats, dat door de bezetter bestemd was om gesneuvelde militairen te begraven. In 1943 begonnen de nagenoeg ononderbroken dag- en nachtaanvallen van Amerikanen en Engelsen. Talloze toestellen werden een prooi voor de Duitse vliegtuigen of het luchtafweergeschut. Door de vele slachtoffers die begraven moesten worden, nam de militaire begraafplaats in omvang toe. Uiteindelijk zijn de Duitse graven verplaatst en werden de gesneuvelde Amerikanen overgebracht naar Margraten. Omstreeks 1950 waren er 237 graven van de geallieerden. Besproken worden verder de grafdelvers, verzorgers en beheerders van de graven in de jaren 1945/2005, de monumenten, de herdenkingen en het aantal graven van vliegers en zeelieden van de verschillende nationaliteiten. Kr. 1/05, p16 Belastingen. 1. Toen in 1745 een Bergense mejuffrouw de haar opgelegde belastingaanslag nog niet had betaald, ontving ze eerst een brief met een sommatiebiljet. Toen betaling uitbleef, richtte de belastingambtenaar zich tot de ‘schout ende Geregte’ van Bergen. Kr. 2/99, p44. 2. Vanouds werd door de overheid een ‘middel op het gemaal’ geheven, een impost op het te malen graan. In 1830 werd dit accijns, dat door de bakkers moest worden betaald, afgeschaft, maar kort daarna lag er een wetsontwerp om het weer in te voeren. In november 1832 zond de Bergense bakker Jacob Leijen namens 63 collega’s in de wijde omtrek een lang rekest hierover aan de Koning. Kr. 1/00, p10. Zie ook Turfvolders Belastingen in de Bataafs-Franse tijd. 1. Aan de dorpsuitgaven moesten ook in de Bataafs-Franse tijd alle burgers van Bergen naar draagkracht bijdragen. In het schotboek werd door de dorpssecretaris genoteerd hoeveel ieder gezinshoofd of alleenstaande bezat, en welk aandeel hij moest betalen van de schotgelden. De cijfers van 1801 geven een beeld van arm en rijk. Kr.Thema 4/98, p12. 2. In 1805 voerde de Secretaris van Staat van Financiën het ‘patent’ in, een soort belasting. Hoe deze in 1811 geheven werd bij een timmerman als toelatingsgeld voor het uitvoeren van zijn beroep, werd in een acte vastgelegd. Kr. 2/99, p44 Bello. 1. Populaire naam van de stoomlocomotief die dienst deed op de lokaalspoorweg Alkmaar-Bergen aan Zee. In 1898 bestonden er twee comité’s ter bevordering van een betere verkeersverbinding tussen Egmond, Alkmaar en Bergen. Ze werden samengevoegd en bereidden een concessie-aanvrage voor. In 1905 werd de stoomtramlijn in gebruik genomen. De opening van de lijn Bergen-Bergen aan Zee vond plaats op 24 juni 1909. Op 31 augustus 1955 maakte de tram haar laatste rit Alkmaar-Bergen-Bergen aan Zee v.v. Kr. 2/95, p34; Kr.Thema 3/97, p6. 2. De laatste rit van Bello op 31 augustus 1955 wordt nog eens met grote nostalgie beschreven. Kr. 2/05, p26 BEM. 1. N.V. Bouw Exploitatie Maatschappij Bergen aan Zee (later BV). De bouw van een geheel nieuw dorp aan de kust, de badplaats Bergen aan Zee, vereiste uiteraard zeer grote investeringen. Om deze in goede banen te kunnen leiden werd een maatschappij opgericht. Kr. Thema 3/97, p28. 2. De BEM heeft in de loop der jaren vele werknemers in dienst gehad. Onder andere voor de aanleg van een strandafgang en voor de opstelling van badkoetsen, evenals voor de boekhouding. Kr.Thema 2/96, p19 en 21. 3. De BEM heeft in Bergen aan Zee verschillende gebouwen en woningen gebouwd en exploiteerde een aantal voorzieningen voor de badgasten. Kr. 2/98, p28 Berdos. Pas in 1979 werd de naam van deze voetbalclub officieel: V.V.Berdos. Daaraan ging een lange geschiedenis vooraf, beginnend met de oprichting in 1915 van de Berger Football Club. In deze geschiedenis speelt de rooms-katholieke achtergrond van de club een grote rol. Over en door de leden van het eerste uur, d.w.z. de oprichting in 1932 van ‘Berdos’, wordt verteld, evenals over de verschillende jubilea die sinds dat jaar zijn gevierd. Kr. 1/07, p22 Bergen aan Zee, Bewoning. Over het jaar 1938 zijn cijfers bekend over de vaste bewoners. Toen de zomergasten waren vertrokken bleef een kleine gemeenschap van ruim dertig families over. Kr. 2/98, p29 Bergen aan Zee, Huisnamen. Aan de hand van een gedetailleerde documentatie en een kaart van Bergen aan Zee van omstreeks 1939 worden, per straat, de vele namen besproken die de woningen in die tijd hadden. Aangeduid wordt welke panden later gesloopt zijn. Kr. 1/06, p18 Bergen aan Zee, Natuur en landschap. In onze archieven bevinden zich talloze geschriften van biologen, geografen, geologen en natuurpublicisten met observaties over natuur en landschap. Velen van hen hebben in hun werken nauwkeurig hun waarnemingen van planten of dieren, processen en landschappen beschreven. Met betrekking tot de duinen van Bergen aan Zee worden met veel boeiende details het werk besproken van Eli Heimans, A.H. Bijleveld en zijn zoon H.A.S. Bijleveld, Cees Sipkes, Jack P. Thijsse, Jan T.P. Bijhouwer, Victor Westhoff, Jan P. Strijbos, P. Tesch en Antonie Pannekoek.Kr. 1/08, p12 Bergen aan Zee, Pioniersjaren.
Na de aanleg van de Zeeweg in 1906 begon de opbouw
van het dorp. In zeven moeilijke jaren groeide de nederzetting in de
wildernis van het duingebied uit tot een dorp met straten, hotels, pensions,
huizen en winkels, met openbare voorzieningen, een postkantoor, een
politiepost, en een spoorweg. Kr.Thema 2/96, p3.; Kr.Thema 3/97, p28. Zie
ook Architectuur; BEM; Wederopbouw Bergen en de Bataafse Revolutie. Zie Bataafse Revolutie Bergenaren over vroeger (Interviews). Door de jaren heen hebben vele bekende Bergenaren in interviews met de redactie van de Bergense Kroniek hun herinneringen aan vroeger tijden verteld. Het zijn: Sjef de Koning, Kr. 1/94, p14; Carel Colnot, Kr. 2/94, p30; mevr. T. Blokker-Gerritsen, Kr.Thema 1/95, p14; mevr. A. MacDonald, Kr. 1/95, p22; Mevr. J.P. Schutte-Dunk, Kr. 2/95, p32; mevr.J. Oudhof-van der Steen, Kr. 1/96, p22; Thijs Ravenhorst, Kr.Thema 2/96, p6; Johan Schilstra, Kr. 2/96, p44; juffr. Nettie Zeiler, Kr. 1/97, p10; Mies Bloch, Kr. 2/97, p36; Cor Sijpheer, Kr. 1/98, p8; Ing. J.P. Blauw, Kr. 2/98, p37; Jan Swaan, Kr. 1/99, p16; mr. Frits Zeiler, Kr. 2/99, p40; David Kouwenaar, Kr. 1/00, p13; meester S.J. Nijdam, Kr. 2/00, p42; Trien Leijen-Olbers, Kr. 1/01, p20; Piet Mooij, Kr. 2/01, p48; mevr. J. Frans-Ekkel, Kr. 1/01, p28; Lo de Ruiter, Kr. 2/02, p54; Wout Akerboom, Kr. 1/03, p18; Mevr. G. Woudstra-Leering. Kr. 2/03, p56; Ondine Gravemeijer. Kr. 1/04, p20; Tiny Dekker. Kr. 2/04, p18; Theo Hof, Kr. 1/05, p22; Piet Brakenhoff, Kr. 2/05, p24 ; José Siebers. Kr. 1/06, p32; J.P. Laan, Kr. Thema 6, p40. Simeon ten Holt. Kr. 2/06, p21; Jeanne Meyer-van den Ende. Kr. 1/07, p26; Piet Bijwaard. Kr. 2/08, p24 Bergenaren over vroeger (Ingezonden). Veel Bergenaren hebben in de loop der jaren hun herinneringen aan bepaalde gebeurtenissen en de sfeer in het dorp opgeschreven, en aan de redactie van de Bergense Kroniek ter publicatie toegezonden. Het zijn de volgende: Eddy Hopman: Een dagboek van oorlog en bevrijding. Kr. Thema 1/95, p28; D. Zwakman: Herinneringen aan karakteristiek Bergen. Kr. 2/95, p38; Th. J. Brommer: Uit de jaren dertig, Kr. 1/99, p9; Dick Langereis: Opgroeien in Bergen, Kr. 2/01, p35; H.A. van Maanen-Dutilh: Een jeugd in Bergen aan Zee. Kr. 1/02, p26; Jan Ivangh: Herinneringen van een Bergense natuurliefhebber. Kr. 1/03, p13; Marijke Kirpensteijn: Historisch curiosum. Kr. 1/03, p31; Jaap Kroon: Vele Bergenaren hebben herinneringen aan alles wat zich in en rond De Rustende Jager heeft afgespeeld. De herinneringen van negen van hen werden opgetekend. Kr. Thema 5/03, p16; Joop Ranzijn: Herinneringen aan de wijk Tuindorp en omgeving. Kr. 2/03, p51; Pieter Hoogcarspel: Westdorp. Kr. 1/04, p12; Cornelis Modder Kz.: Mijn opa was kruidenier in Bergen. Kr. 2/04, p2; Cornelis Modder KZ.: Bergense bakkersfamilie rond de eeuwwisseling. Kr. 1/05, p26; Ellen ten Berge: Gemobiliseerd in Bergen aan Zee. Kr. 1/06, p24; Haye van der Werf: Bergen aan Zee anno 1950, kleinheid versus onmetelijkheid. Kr. 1/06, p29; Adriaan van Dis: Honderd jaar Bergen aan Zee. Kr. 2/06, p9. Sieuwtje Steenis-Blokker: Herinnering aan ‘Variatie amuseert’. Kr. 2/06, p24. Gea Boswinkel: Het leven van Piet Tiebie aan het Zakedijkje. Kr. 2/07, p12; Hilda Stuyt-Essers: Mijn geboortehuis in Oostdorp. Kr. 1/07, p30; Corrie Stienen-Musch: Het thuisgevoel. Kr. 2/07, p30; Eldert Groenewoud: In Bergen staat een huis. Kr. 1/08, p28; Nettie Zeiler: Een ‘oorlogsplek’ in Bergen. Kr. 1/08, p30. Bergen aan Zee, Natuur en landschap. In onze archieven bevinden zich talloze geschriften van biologen, geografen, geologen en natuurpublicisten met observaties over natuur en landschap. Velen van hen hebben in hun werken nauwkeurig hun waarnemingen van planten of dieren, processen en landschappen beschreven. Met betrekking tot de duinen van Bergen aan Zee worden met veel boeiende details het werk besproken van Eli Heimans, A.H. Bijleveld en zijn zoon H.A.S. Bijleveld, Cees Sipkes, Jack P. Thijsse, Jan T.P. Bijhouwer, Victor Westhoff, Jan P. Strijbos, P. Tesch en Antonie Pannekoek.Kr. 1/08, p12 Bergen en de Bataafse Republiek. Tot de Bataafse Revolutie van 1795 bestond het bestuur van Bergen uit een college van regenten, dat door of uit naam van de Heer van Bergen werd aangesteld. Het bestond uit twee burgemeesters, acht schepenen, drie weesmeesters, vier kerkmeesters en twee armmeesters. Door schout en burgemeesters waren tevens twee achtsluiden benoemd. In plaats daarvan kwam in 1796 het dorpsbestuur op democratische wijze tot stand door middel van stemming door de burgers. Het patriottische bestuur dat op 29 maart van dat jaar werd gekozen, bestond uit vier rooms-katholieken en een gereformeerde burger, terwijl de gereformeerde Joost Ivangh secretaris bleef. Kr.Thema 4/98, p18. Zie ook Bataafse Revolutie; Nationale Vergadering Bergens Harmonie. Een Harmonie heeft zowel koperen als houten blaasinstrumenten en slagwerk. In 1897 werd Bergens Harmonie opgericht als ‘muziekcorps’ (met slagwerk en koperen blaasinstrumenten). Het bestond uit tien leden en droeg de titel Bergen’s Fanfarekorps. Al spoedig nam het toe in ledental en soorten instrumenten, en in 1911 werd het omgedoopt in Bergens Harmonie. Kr. 2/97, p27 en 35; Kr. 1/99, p3; Kr. 2/99, p32; Kr. 2/02, p42 Bergens Mannenkoor. Zie Mannen- en meisjeskoor Bergens wapen.
De oudst bekende afbeelding van het wapen van Bergen
met de schuinbalk en de zes merletten vinden we op de kaart van Blaeu uit
1661. Dit gemeentewapen is voor vele doeleinden van plaatselijk bestuur
gebruikt. Door de samenvoeging van de BES-gemeenten met als naam Bergen,
diende een nieuw gemeentewapen te worden ontworpen. Naast regels voor de
heraldiek moest rekening worden gehouden met een ministeriële beschikking.
Het nieuwe wapen werd bij Koninklijk Besluit toegekend. Kr. 2/01, p38 Bergense monumenten. Al in 1809 decreteerde Lodewijk Napoleon dat de kerken in Nederland hun gebouwen goed moesten onderhouden. Pas in 1961 kwam de Monumentenwet tot stand, die enkele malen werd aangepast. Besproken wordt de ontwikkeling van inventarisatie van en zorg voor monumenten, landelijk en in de regio. Een belangrijke rol in deze zorg speelt de Stichting Behoud Bouwkunst Bergen (SBBB), die zich inzet voor het historische cultuurgoed in onze gemeente. Kr. 2/07, p19. Zie ook Zuilenhof Bergermeer. 1. De droogmaking van de Bergermeer in 1564-1565 werd ondernomen door Hendrik van Brederode en Lamoraal van Egmond. Een kaart van de Bergermeer uit 1671 speelde een rol in de claims van Alkmaar op grondgebied dat onder Bergens gezag stond. Kr. 2/95, p40 Berger IJsclub. Op 12 november 1901 werd de Berger IJsclub opgericht. Ze sloot zich aan bij de IJsbond Hollands Noorderkwartier. R. 1/02, p34 Berger IJssport Vereniging. Zie IJsclubgebouw Bevolking. 1. Op 1 januari 1894 was het zielental van Bergen 1470. Kr. 1/95, p3; Kr. 1/96, p3. 2. Bergen, dat in 1903 1600 inwoners en 430 huizen telde, was in 1925 uitgegroeid tot een dorp van circa 1250 huizen met 4800 bewoners. Kr. 2/00, p40 Bezetting. Zie Duitse bezetting Bijenpark ‘De Linde’. Achter de stolp De Linde aan de Karel de Grotelaan 33 werd begin 1900 een parkje aangelegd. De bewoner ging er zich toeleggen op bijenteelt . Er waren bijenkasten en de imker zorgde ervoor een pijp te roken.
Kr. 2/08, p18 Boekenbezit.
De 18e-eeuwse pachter Cornelis Spruijt had
een merkwaardig boekenbezit. Na zijn dood werd het door notaris W.L. Ivangh
beschreven. Men zou de onderwerpen van de boeken niet bij een gewone pachter
verwachten. Boeken over religie en filosofie, geschiedenis en
rechtsgeleerdheid, wiskunde en alchemie, en diverse andere onderwerpen. De
opsomming van de titels en het commentaar op de collectie wordt voorafgegaan
door een overzicht van de ontwikkeling van het gedrukte woord tot in de 18e
eeuw. Kr. 1/05, p3 Boerderijen. Zie Stolpboerderijen Bogtman Albertszoon, Coenraad. Zwarte Coen, zoals hij werd genoemd, was geboren in 1874 als zoon van een huis- en rijtuigschilder. Zijn levensbeschrijving wordt geplaatst tegen de overgang van de 19e naar de 20e eeuw. Als architect heeft hij in Bergen zijn sporen achtergelaten door het ontwerpen en bouwen van woningen en de aanleg van een tennisbaan. Hij was voorzitter van het Bergens Harmoniegezelschap, en vanaf de oprichting actief lid van de VVV. In 1914 werd hij secretaris van het toen opgerichte Steuncomité. In 1919 werd hij raadslid, later wethouder. Nog vele andere activiteiten staan op zijn naam. Hij overleed in 1933. Kr. 1/08, p2 Boombeplanting. Langs de openbare weg die Bergen met Alkmaar verbindt, werden in 1896 enige rijen wilgepooten geplant. Kr. 1/96, p3 Bouwkunde. In Bergen is nog menig erfenis zichtbaar uit de Duitse bezettingstijd. Behalve militaire objecten ook gebouwen en bouwsels van diverse aard. Kr. 2/99, p53 Branden. Een aantal plaatsen waar de Rode Haan kraaide tussen 1852 en 1943. Kr. 1/97, Brandweerwezen. 1. Op 4 januari 1895 werd een uit ingezetenen vrijwillig gevormd brandweercorps van 26 leden opgericht. De geschiedenis van brandbestrijding gaat uiteraard verder terug. In de 16e eeuw waren er keuren met bepalingen over het blussen en het organiseren van bluswerkzaamheden. Ook brand bij het bewerken van vlas kwam voor. Bekend zijn natuurlijk hooibroei en het steken van hooi, alsmede het schouwen van schoorstenen. In 1827 kreeg Bergen de beschikking over twee draagbare brandspuiten. Tot 1947 heette de leider van het corps opperbrandmeester. Kr. 1/95, p3. 2. In 1947 ontbond burgemeester Huygens het bestaande corps van vrijwilligers. Er kwam reorganisatie en nieuw materieel. In 1965 was het corps 36 man sterk; in 1971 was de aanschaf van nieuwe apparatuur bijzonder groot. Vanaf 1982 kreeg de regionale brandbestrijding meer vorm. Kr. 2/97, p42 Bunkers. Begin 1941 begon de Duitse bezetter met de bewaking van de kust van ons land en de bouw van kleine versterkingen. Eind 1941 werd besloten tot de aanleg van de Atlantikwall. Onder andere ter hoogte van de Verbrande Pan verrees een bunkerdorp met 34 bouwsels, en landinwaarts nog vijf kleinere complexen. Het bunkercomplex in de duinen aan het strand wordt op een kaart weergegeven. Ook op het vliegveld verrezen bunkercomplexen. Op verschillende plekken zijn nog resten van de verdedigingswerken bewaard gebleven. Kr. 2/05. Zie ook Vliegveld; Duitse bezetting Bus. Zie Autobusdiensten CCapitulatie. Zie Evacuatie Chirurgijn. Na 1550 ging de chirurgijn of heelmeester in de leer in een chirurgijnwinkel en volgde af en toe anatomische lessen. In de Bataafs-Franse tijd kwam er overheidstoezicht op deze opleiding. In 1804 kwam de eerste geneeskundige staatsregeling, waarbij de medische beroepen onder toezicht kwamen te staan. Zo ook in Bergen. De inwoners van Bergen hebben tussen 1777 en het eind van de Bataafs-Franse tijd vier chirurgijns zien komen en gaan. Eén ervan was Walraven Graaff van den Bergh, een rijk man, die in 1801 de goedkeuring verkreeg om in Bergen zijn beroep uit te oefenen. Hij had de apotheek aan huis en beschikte over verscheidene chirurgische instrumenten. Van den Bergh speelde een belangrijke rol in het dorpsleven. Geleidelijk werden onder de Bataafse Republiek de ergste uitwassen van medische onkunde en kwakzalverij uitgebannen. Kr.Thema 4/98, p34. Zie ook Bergen en de Bataafse Republiek Collaboratie. Een kleine minderheid van de Nederlandse bevolking zag in de komst van de Duitsers een mogelijke oplossing voor de crisis in de voorliggende jaren. Na de inval van de Duitsers in ons land op 10 mei 1940 hebben ze op vele manieren met de nazi’s samengewerkt. Men noemden ze collaborateurs. Kr.Thema 1/95, p6. Zie ook Duitse bezetting Communisme. De Nederlandse communisten hebben zich tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog flink geweerd, onder andere met propagandistische bijeenkomsten, ook in Alkmaar. Het deserteurkamp in Bergen mocht op 30 mei 1918 de tien gearresteerde oprichters van ‘Sovjet in Nederland’ ontvangen. In het revolutionaire gebeuren in onze regio speelde ook de bekende, toen 36-jarige Dirk Arie Klomp een rol. Bergen herbergde een afdeling van de anarchistisch gezinde Internationale Anti-militaristische Vereniging. Kr. 1/99, p13. Zie ook Deserteurkamp Concerten. In mei 1899 liet kastelein Hilbrand zijn café verbouwen tot concertzaal. Op 5 mei vond een optreden plaats van een violist en een violoncellist van het Concertgebouw te Amsterdam, een pianist en een mezzosopraan. Kr. 1/99, p4 Conscriptie. Door de grote verliezen van Napoleon aan vele fronten wordt in de ingelijfde landen de inschrijving voor de krijgsdienst verplicht gesteld. Ieder gemeentebestuur moet een lijst opstellen met de namen en geboortejaren van de conscripts. Dat gebeurt in 1811, 1812 en 1813. Onvermeld is wie in feite werd opgeroepen. Kr.Thema 4/98, p53. Zie ook Frankrijk, inlijving bij Criminele rechtspraak. Zie rechtspraakDamlanderpolder. Deze polder beslaat een langgerekt gebied aan de zuidflank van Bergen en valt in technische zin uiteen in een oostelijk en westelijk gedeelte, gescheiden door de Westdorper Veersloot. Van de polder wordt allereerst een kort historisch overzicht gegeven. Vervolgens worden de archeologische waarden besproken, de historisch-geografische waarden, de monumenten-waarden en de landschappelijke waarden. Kr. 1/98, p18. Descartes, René, Grote Franse filosoof, die enkele jaren in Nederland verbleef. Toen Anthonie Studler van Zurck in 1641 de Heerlijkheid Bergen kocht en voorbereidingen trof voor de bouw van een nieuw herenhuis ‘Het Hof’, had Descartes, die naar verluidt regelmatig op verschillende gebieden contact had met Studler van Zurck, een belangrijk aandeel in het ontwerp van de geplande lusthof bij het huis. Kr. 1/95, p5 Deserteurkamp. 1. In de Eerste Wereldoorlog werden in Bergen 35 Belgische vluchtelingen opgevangen. Daarnaast werden er van de duizenden in ons land geïnterneerde Duitse soldaten een aantal ondergebracht in een tentenkamp op de Vinkenkrocht, dat later werd vervangen door een barakkenkamp. Toen daar ook deserteurs waren gehuisvest, leidde dat tot zodanige spanning dat verplaatsing van deserteurs naar een apart kampement noodzakelijk werd. Tegen het protest van de gemeenteraad in verordonneerde de minister op 2 juli dat er een ‘vluchtoord’ moest komen voor Duitse en Oostenrijkse deserteurs en andere buitenlanders. Het werd gebouwd op de Ziekenweid aan de zuidkant van de Kerkedijk. In mei 1918 waren er sinds de oprichting al 1800 personen ondergebracht. De door burgemeester voorgestane tewerkstelling van de mannen kwam slecht van de grond. Na de sluiting van het interneringsdepot op 16 november 1918 bleef het deserteurkamp nog tot april 1919 in gebruik. Kr. 1/99, p12. 2. Tegen de komst van een extra deserteurkamp naast het interneringsdepot had het gemeentebestuur tevergeefs bezwaren geuit. Het kwam er toch. In het kamp werd werkverschaffing georganiseerd, waarbij burgemeester Jacob van Reenen nauw was betrokken. Maar de samenwerking tussen hem en de verschillende autoriteiten in het land verliep stroef. Kr. 2/08, p8 Diakonessen, Zusters. Zie Huize ‘Elim’ Dijken. Zie Polders Distributie. Als gevolg van de schaarste aan allerlei goederen die door de Eerste Wereldoorlog ook in ons land ontstond, werden door de rijksoverheid en de gemeente Bergen vele maatregelen genomen. De inwoners richtten zelf een steuncomité op, dat een groot aantal taken vervulde: zorg voor goedkope kleding en voeding en geldelijke steun voor werkelozen. De overheid verplichtte de boeren bepaalde voedselgewassen te verbouwen en aan de overheid te verkopen. In 1916 werd de Distributiewet ingesteld; Bergen reageerde hierop door de stichting van een distributiebedrijf en een bonnensysteem voor regeringsgoederen. Ook geïnterneerden en deserteurs, gasten en toeristen waren hiervan afhankelijk. Voor brandstoffen werd eveneens een distributiebedrijf ingesteld. Kr. 1, p10. Zie ook Interneringsdepot; Deserteurskamp Dokter. Zie Chirurgijn Doodvonnis. Zie Rechtspraak, Criminele Doopboeken. Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk in 1811 werd de Burgerlijke Stand ingevoerd. Het werd een officiële taak van de gemeenten geboorte, huwelijk en overlijden te registreren. De Kerkelijke overheid, die dat voorheen had gedaan mocht alleen eigen doopregisters bijhouden. De bestaande doop- en trouwregisters moesten worden ingeleverd, ook door de pastoor van Bergen. Deze kreeg drie dagen de tijd om afschriften te maken, en deed dat vanaf het jaar 1760. Kr. 2/98, p47 Dorpsuitbreiding. Toen de renbaan na een kort bestaan werd gesloten, verkocht burgemeester Van Reenen de grond aan een bedrijf dat landhuizen bouwde. Er verrees ter plaatse een villadorp met – in 1912 – een hertenkamp in het centrum. In 1917 vond woningbouw plaats op de Zuidergeest, alsmede de bouw van landhuizen tussen de Studler van Surcklaan en de Lijtweg: het Park Meerwijk. Nadien ontstonden in het dorp nog vele nieuwe wijken. Kr.Thema 3/97, p10 Droogmakerijen. Zie Polders Duinen. Bij de bestemming, de inrichting en het beheer van de duingebieden zijn altijd veel belangen aan de orde geweest. Het instandhouden van de duinen als zeewering was uiteraard van primair belang, verder speelden de jacht een rol, de landbouw en de verdroging. Sinds 1885 wordt er drinkwater gewonnen. De naaldhoutbebossingen dateren bijna allemaal van het begin van de 20e eeuw, het toerisme ontwikkelde zich vanaf hetzelfde tijdstip. Sinds 1892 is zandwinning in duinen onderworpen aan de provinciale duinverordening. Kr.Thema 3/97, p34. Zie ook Geologie Duinmeier. De duinmeiers pachtten vroeger de duinen van de rechtmatige eigenaren en waren daardoor gerechtigd de konijnenjacht uit te oefenen. Dat gaf wel eens grensincidenten of de vergiftiging van jachthonden. In 1720 was Albert van Wijk als ‘duinmaijer’ actief. Kr. 1/94, p11. Zie ook Kraenoogen; Duinen Duinbeplanting. In 1889 stelde de Hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat Noord-Holland een uitvoerig rapport samen over de toestand van de duinbeplanting. Het bespreekt het beheer door het Hoogheemraadschap van Rijnland, en de delen van de kuststrook die in het bezit waren van particuliere eigenaren. Van de 25 gebieden die konden worden onderscheiden waren er vier in Egmond, Bergen en Schoorl gelegen. Het rapport concludeert dat over het algemeen de toestand van de particuliere duingebieden weinig gunstig genoemd konden worden. Wel was in zeer sterke mate sprake van verbetering in de midden- en voorduinen van mevrouw Van Reenen. Kr. 1/99, p18 Duinmuseum. In 1914 werd op initiatief van Marie van Reenen in het Parnassiapark te Bergen aan Zee het Duinmuseum geopend. Er waren collecties planten en dieren te zien, en in vitrines waren schelpen, vlinders en vogeleieren tentoongesteld. In 1941 werd het museum bruut onttakeld en als paardenstal in gebruik genomen. Pas in 1954 werd het gerenoveerd. Dat was aanleiding voor een uitgebreide expositie van alle leven op duin en strand. Dit hield stand tot 1962; daarna werd het gebouwtje een schildersatelier. In 1977 werd het door samenwerking van vele instanties weer als natuurcentrum geopend, onder de naam ‘Parnassia’. Kr. 2/04, p15 Duinvermaak. Het huidige gebouw werd in 1913 naar een ontwerp van architect J.C.Leijen gebouwd. Op dezelfde plek stond al in 1800 een boerderij; deze verwisselde enkele malen van eigenaar tot in 1860 Klaas Bruin haar kocht en in een herberg veranderde. Men noemde die toen al Duinvermaak, maar ook wel ‘Het Vrouwtje aan ’t Duin’. Beschreven wordt de geschiedenis van deze herberg, die uitgroeide tot een vermaakscentrum met speeltuin, en van 1860 tot 1978 eigendom was van vier generaties Bruin. Kr. 2/07, p5 Duitse bezetting. Op 17 mei 1940 trok de eerste colonne van ongeveer vijftig Duitse militairen per fiets Bergen binnen. De officieren vonden huisvesting in gevorderde villa’s; de gewone militairen onder andere in scholen en hotels. Vila Ulysses te Bergen aan Zee werd in september betrokken door een afdeling van het Doodskoppenregiment van de SS. Kr.Thema 1/95, p5. Zie Vliegveld; V-1 lanceerbanen; Hongerwinter; Joodse gemeenschap Duitse Koloniehuis. Zie Koloniehuizen Eendenkooi. Zie Vogelkooi Evacuatie. 1. In 1943 vonden de Duitsers het noodzakelijk de bevolking van Bergen te evacueren. Vóór 31 januari moest een groot aantal gezinnen zich op het bureau ‘Dorpshuis’ melden en daarna vóór 6 februari meedelen welk evacuatie-adres men had gevonden. Van de 8000 Bergenaren kregen 3000 een vergunning om te blijven. In augustus 1944 werd een verdere evacuatie bevolen, waardoor nog eens 1500 mensen weg moesten. Beide keren zijn er mensen in hun eigen huis ondergedoken. Kr.Thema 1/95, p25. Zie ook Joodse gemeenschap. 2. De capitulatie van Nederland in mei 1940 had in Bergen ook tot gevolg dat voortdurend woningen werden gevorderd; niet alleen voor de bezettingsautoriteiten, maar ook voor oorlogsgeweldvluchtelingen. De evacuatie van 1943 is uiteindelijk volstrekt onnodig gebleken. Kr. 2/00, p48. FFanfarecorps. Zie Bergens HarmonieFrankrijk, Inlijving bij. In 1810 wordt al het land ten zuiden van de Waal bij Frankrijk getrokken. Lodewijk doet afstand van de troon, waarna geheel Nederland bij Frankrijk wordt getrokken. Als Napoleon in 1813 in de Volkerenslag bij Leipzig is verslagen, keert de Prins van Oranje terug naar Nederland. Op 2 december van dat jaar wordt hij als soeverein vorst ingehuldigd. Kr.Thema 4/98, p7. Zie ook Koninkrijk Holland, Conscriptie, Franse troepen in Bergen Franse troepen in Bergen. 1. Als de Bataafse Republiek in januari 1795 een feit is en er zich Franse troepen in ons land bevinden, moeten deze, naast het Bataafse leger, worden ingekwartierd. Vanaf midden 1795 moet Bergen voortdurend zorgen voor het onderbrengen van soldaten en hun paarden, en grote hoeveelheden aan hooi en bossen stro leveren. Ook moeten de burgers allerlei leveranties verrichten voor de verdediging. Op 15 september worden de nog beschikbare paarden en wagens gevorderd. In september beklaagt de municipaliteit zich bij de overheid en de Franse generaal over de plunderingen door de Franse troepen. Kr.Thema 4/98, p41. Zie ook Strijd met Russen en Engelsen. 2. Enkele Bergenaren moeten na 1799 nog steeds in opdracht van het Bataafse bewind allerlei transporten verzorgen, overigens tegen betaling. Als er in 1809 in het Koninkrijk Holland grote troepenbewegingen plaats vinden, moet het dorpsbestuur ook daarvoor wagens, paarden en voerlieden leveren. Kr.Thema 4/98, p49. Zie ook Soldatenbarak; Koninkrijk Holland. 3. In 1810 wordt koning Lodewijk Napoleon door zijn broer afgezet en wordt Holland bij Frankrijk ingelijfd. Wederom wordt Bergen zwaar belast met extra inkwartiering van Franse militairen en moeten er paarden en wagens worden geleverd. Ook worden er Bergenaren aangewezen als kanonniers/kustbewaarders. Kr.Thema 4/98, p50 Gele Rijders. Zie Korps Rijdende Artillerie Gemeenteambtenaar. Op een gemeentesecretarie kan een werknemer vaak van de ene functie naar de andere worden overgeplaatst. Talloos zijn er de afdelingen en diensten. Een gemeenteambtenaar met een lange staat van dienst (1941/1984) weet dit in een uitvoerige beschrijving weer te geven, en tevens de vele gemeentelijke zaken op te noemen waarmee hij zich mocht bemoeien. Kr. 1, p16 Geologie. De ontwikkeling van ons kustgebied kent een lange geschiedenis. De open kust met een zestal grote gaten sloot zich 5000 jaar geleden door middel van een serie strandwallen. Ongeveer 2000 jaar geleden kwam de uitbouw van de kustlijn tot stand. Er vormden zich duinen, maar tevens treedt sinds de vroege middeleeuwen (500-800) erosie, kustafslag op. De huidige klimaatsverandering kan in de toekomst invloed hebben op de kustlijn. Kr. 2/96, p29 . Zie ook Duinen Gorter, Herman. Het verblijf van de dichter Gorter in Bergen aan Zee, vanaf 1911 tot zijn overlijden in 1927, is geheel verweven met de geschiedenis van de badplaats. Kr. 2/98, p44 Grenspalen. Ook: banpalen. Oorspronkelijk van hout, later van Namense natuursteen. Ze markeren op de uitvalswegen van de gemeente de plaatsen waar de aangrenzende gemeenten beginnen. Aan iedere zijde van een grenspaal is bovenin het wapen van de betreffende gemeente ingehakt. Kr. 2/95, p. 44; 2/96, p40; 2/97, p32 Grondbelasting. Zie Onroerend goed Grondwet. De door het volk in 1796 gekozen Nationale Vergadering, waarin zich drie partijen hadden gevormd, had als belangrijkste taak het opstellen van een grondwet. Het eerste voorstel werd echter verworpen. Een nieuwe Nationale Vergadering werd door een staatsgreep weggezuiverd, een Constituerende Vergadering zette de werkzaamheden voort. Ook in de dorpsbesturen vond intussen een zuivering plaats: in Bergen werd een nieuwe municipaliteit aangesteld bestaande uit de burgers Jan Leijen, Gijsbert Pietersz, Cornelis Kager, Ide Klaas Min en Cornelis Kooijman, zijnde vier rooms-katholieken en één gereformeerde. Tot schout civiel en secretaris werd Joost Ivang (geref.) benoemd. Op 17 maart 1798 werd een nieuwe ontwerp-grondwet door de Constituerende Vergadering aanvaard, en op 23 april werd de definitieve versie aanvaard. Echter, de Fransen, die sinds 1795 het gebied van de Republiek in handen hebben, plegen een staatsgreep, waarna opnieuw verkiezingen worden uitgeschreven. Vervolgens treedt een nieuwe grondwet in werking, de Staatsregeling van 1798. Kr.Thema 4/98, p22. Zie ook Bergen en de Bataafse Republiek; Franse troepen in Bergen Gymnastiekvereniging Be Quick. Een van de oudste verenigingen van Bergen. Vanaf 1928 werden manifestaties van de behaalde sportresultaten gegeven op het toneel van de Rus. Kr. Thema 5/03, p31 Harddraverijen. Zie Renbaan; Dorpsuitbreiding Heerlijkheid Bergen. In 1428 gaf gravin Jacoba van Beieren aan heer Floris van Haemstede de hoge heerlijkheid van het dorp Bergen in leen. Eerder bezat deze al de ambachtsheerlijkheid. Het daaraan verbonden overheidsgezag wordt verklaard vanuit de tijd van Karel de Grote, die over kleinere bestuursdistricten een graaf aanstelde. Deze stelde op zijn beurt rechtskringen in, die in onze streken ambachten werden genoemd. De schout werd de heer van het ambacht. De heerlijkheid met al haar rechten was een bron van inkomsten. Na de Franse Revolutie werd hieraan ook in ons land een eind gemaakt. Kr. 1/00, p5 Heren van Bergen, De eerste. Uit genealogische kwartierstaten is een groot aantal namen af te leiden van personen die als eerste heren van Bergen kunnen worden aangemerkt. Kr. 1/94, p4 Hertenkamp. De Hertenkamp is gelegen op een perceel grond, vanouds Groencroft genoemd. Het land was in 1898 eigendom van Jacob van Reenen, die er een renbaan liet aanleggen Na 1910 werd op de renbaan en het gebied rondom villabouw gerealiseerd. Maar op het middenterrein werd door Van Reenen als geschenk aan de bevolking van Bergen, een hertenkamp aangelegd, een schenking die in 1914 officieel door de gemeenteraad werd aanvaard. Damherten, hinden en bokken hebben steeds de Herenkamp bevolkt, vaak ook ezels, lama’s en andere zoogdieren. Voor de huisvesting en verzorging van de levende have werd een stenen dierenhuis gebouwd. Ook schapen, geiten, konijnen en verschillende vogelsoorten vinden er hun plek. In 1982 werd een Stichting Vrienden van de Bergense Hertenkamp opgericht. Kr. 1/01, p3. Zie ook Renbaan, Muziektent, Van Reenenbank Historisch onderzoek. Wie zelf uitgaat op lokaal-historisch ondrzoek, moet weten wat er daarbij zoal komt kijken: systematisch ordenen van gegevens, literatuuronderzoek en archiefonderzoek. Van belang is ook een overzicht te hebben van de plaatsen waar de archiefbronnen zich bevinden. (Verwijzing naar boek). Kr. 1/96, p4 Historische Vereniging Bergen. Op 15 juni 1993 werd bij notaris mr. F.J. Brons te Bergen de oprichtingsakte verleed van de Historische Vereniging Bergen NH. Bert Veer, Ron Wessels en Ben Min ondertekenden de acte. Over de voorgeschiedenis van de oprichting worden de nodige details gegeven. Kr. 2/03, p35 Hongerwinter. Na Dolle Dinsdag en de Spoorwegstaking beleefde de Bergense bevolking de moeilijkste tijd van de bezetting. Het gebrek aan eten werd nijpend, veel was op de bon. Het tekort kwam meestal van de Bergense boeren. Op hen is in de bezettingstijd een groot beroep gedaan. Naast gecontroleerde productieleveringen gaven ze onderduikers en langskomende stedelingen voedsel. Kr.Thema 1/95, p11 Hooibroei en hooistekers. Zie Brandweerwezen Hoopwegpleintje. Een voorbeeld van een kleine wijk van Bergen die sinds het begin van de 20e eeuw wat de bebouwing betreft niet veel is veranderd. Kr. 2/96, p34. Zie ook Spekhok Huisnummers. In november 1907 deelt burgemeester Van Reenen mee dat alle gebouwen in de gemeente opnieuw zijn genummerd. De kosten voor het schilderen van de nummers en de bijkomende werkzaamheden bedroegen 69 gulden. Kr. 2/98, p47 Huize ‘Elim’. Dit huis op de hoek van de Breelaan en het Grootland werd in 1901 gebouwd voor gebruik als familiepension. In 1909 werd het een vakantie- en rustoord voor de zusters diakonessen van de Haagse ziekeninrichting ‘Bronovo’. Van 1922 tot 1930 hield de Hervormde Evangelisatie ‘Maranatha’ haar bijeenkomsten in de kapel van het huis. In later jaren had het verschillende bestemmingen. In 1947 werd het verbouwd tot een dubbele woning. Kr. 1/98, p22 Huize Glory. Zie Russenduin IImpost. Zie BelastingenIndemniteit. In 1807 is het voorgekomen dat een inwoner van Naarden, die zich in Bergen wilde vestigen, een valse Akte van Indemniteit of Cautie (=borgstelling, borgtocht) overlegde, Kr. 1/00, p7; Kr. 1/04, p23. Zie ook Akte van goed gedrag Industrie. Bergen heeft vóór en na 1900 enkele industrievestigingen gekend: een kalkzandsteenfabriek, twee stoomzuivelfabrieken en een puddingpoederfabriek. Ze verdwenen deel rond de Tweede Wereldoorlog, en ook later vestigde zich geen noemenswaardige industrie in het dorp. Kr.Thema 3/97, p6 Infrastructuur. 1. Na 1850 werd een begin gemaakt met de verbetering van de dorpswegen en de doorgaande wegen, aanvankelijk door provisorische verharding, later door klinkerbestrating. Kr.Thema 3/97, p5. 2. De ontwikkeling van Bergen aan Zee vereiste een goede wegverbinding met de rest van de bewoonde wereld. In 1905 begon men daarom met de aanleg van de Zeeweg, een karwei dat ongeveer een jaar duurde. Kr.Thema 1/95, p28. 3. In de jaren 1900-1920 werd het gemeentebestuur geconfronteerd met een groot aantal dringende technische voorzieningen: de aanleg en het onderhoud van wegen en waterwegen, de aanleg van riolering, straatverlichting, gas en elektriciteit, en de drinkwatervoorziening. Kr.Thema 3/97, p16. 4. In de jaren ’90 werden er in Bergen aan Zee ten behoeve van een uitbreidingsplan drie nieuwe wegen aangelegd, wederom met namen van verdienstelijke personen. Kr.Thema 2/96, p20 Inhuldiging Wilhelmina. 1. Op 2 maart 1898 werd een commissie samengesteld tot voorbereiding van een feestviering t.g.v. de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Een voorlopig feestprogramma werd ontworpen. Kr. 1/98, p3. 2. De inhuldigingsfeesten werden met grote luister gevierd. Kr. 2/98, p40 Internaten. Zie Ursulinen Interneringsdepot. Zie Deserteurkamp. Inwoners. Zie Bevolking J Het gebruik dat bepaalt op welke kalenderdag het jaar begint. Kr. 2/94, p39Joodse gemeenschap . 1. De maatregelen die de Duitse bezetters namen tegen de joodse landgenoten waren mensonterend. Ook in Bergen moesten ambtenaren verklaren niet van joodse bloede te zijn. De joden moesten zich op de gemeentesecretarie melden en met ingang van 1 mei 1942 was iedere jood van zes jaar en ouder verplicht een gele ster op zijn hart te dragen. Al spoedig werden ook Bergense joden naar de jodenwijken van Amsterdam gedirigeerd, vanwaar zij via Westerbork op transport werden gesteld naar de vernietigingskampen. Weinigen van hen ontkwamen aan de massamoord. Kr.Thema 1/95, p7. 2. De anti-joodse maatregelen die tijdens de bezetting in Bergen werden getroffen, bestonden onder andere uit hun registratie, een verbod om te reizen of te verhuizen, verwijdering van joden uit het onderwijs, een verbod om openbare vermaakscentra te bezoeken en het gebod om een gele ster te dragen. Verder werden de Bergense joden gedwongen geëvacueerd naar Amsterdam. Kr. 2/04, p12; 3. De lotgevallen van de Bergense joden na hun gedwongen evacuatie waren wreed en aangrijpend. Van een aantal van hen worden hierover de bijzonderheden verteld. Kr. 1/05, p12. Zie ook Oorlogsslachtoffers. Kaarten en plattegronden. Zie StraatnamenKadaster. Zie Onroerend goed Kalenderstijlen. In de loop der eeuwen hebben verschillende kalenders, stelsels van tijdrekening, gegolden. In de Westerse wereld alleen al waren er drie: De Juliaanse kalender, de thans in gebruik zijnde Gregoriaanse kalender en de Franse Revolutiekalender. Hun kenmerken zijn voor geschied-beoefening van groot belang. Kr. 2/94, p38 Kapel. Zie Ursulinen; Huize ‘Elim’. Kapers. Zie Strandingen Karperton. 1. Dit landgoed werd in 1917 op het weiland van de boerderij De Vogelkooi als zomerhuis gebouwd, in opdracht van de Amsterdamse koffiemakelaar Moritz Judell. Architecten waren Jan Wils en Theo van Doesburg. In 1922 liet Judell achter het landhuis een varkensfokkerij bouwen. De vijver van de Karperton werd in 1934 en 1935 aan de familie Pesie verpacht voor gebruik als natuurbad. Het onroerend goed kende nadien verschillende eigenaren. Kr. 1/97, p22. Zie ook Vogelkooi. 2. De varkensfokkerij De Karperton was rond 1920 een landelijk bekend bedrijf door haar moderne indeling en hygiënische opzet. Met een plattegrond, foto’s en uitgebreide tekst wordt dit verduidelijkt. Ook het omringende gebied en de boerderijen aldaar worden beschreven. Kr. 1/01, p16 Kasteleins. Uit 1789 dateert een tapvergunning die door Willem Lodewijk, graaf van Nassau-Bergen, aan ene Cornelis Zoon werd verleend. Kr. 1/99, p15. Zie ook Rustende Jager, De; De Vriendschap K.C.B., Kunstenaars Centrum Bergen. Opgericht in 1947 door enkele jonge schilders en beeldhouwers om de kunst in al zijn vormen te stimuleren en bij de burger te brengen. Eerste voorzitter: mr. A. F. (Dolf) Kamp, die gedurende vele jaren in functie was. Het KCB, dat circa 25 kunstrichtingen kent, heeft op verschillende locaties expositieruimtes gekend. Thans is het tezamen met de Kunstuitleen gevestigd op het Plein. Kr. 2/97, p31 Kennemer Sportclub. Zie Renbaan Kerk. Zie Petrus en Pauluskerk Kermis. 1. De kermis werd in 1894 gehouden op het terrein van de heer Veenhuijsen, eigenaar van ‘De Rustende Jager’. Kr. 1/94, p3. 2. Of er in Bergen een kermis kan worden gehouden is een beslissing van de gemeenteraad. Thans is er alleen een kinderkermis. In de jaren rond de Eerste Wereldoorlog, tussen 1914 en 1920, besliste de raad om vele redenen voor een wel of voor een niet. De aanwezigheid van een interneringsdepot en een deserteurkamp speelde daarbij een belangrijke rol.De attracties van de kermis waren in die tijd een stuk eenvoudiger, maar pachtgeld moest uiteraard altijd betaald worden. Kr. 1/00, p16/17. Zie ook Volksvermakelijkheden Keukenrecepten. Zie Landmeter Keur. Op 11 juli 1818 nam de gemeenteraad van Bergen een besluit tot vaststelling van een keur teneinde een halt toe te roepen aan de vervuiling en verwaarlozing van de wegen en gronden in de kerk- en molenbuurten. Het keur somt een aantal wetsartikelen op die de bewoners weinig ruimte laten. Kr. 1/05, p10 Kinderdijk. De Sint Elisabethsvloed van 1421, een springvloed die op vele plaatsen in het westen van ons land grote schade toebracht, heeft in Bergen enkele sporen nagelaten. Behalve Het Mirakel van Bergen, ten eerste een muurschildering op de gevel van het pand Dorpsstraat 27, die een kind weergeeft dat in een wieg op de golven drijft. Het onderschrift erbij vermeldt dat dit gebeuren plaatsvond bij wat van toen af aan de Kinderdijk werd genoemd. Ten tweede is er de tekst ‘In de Kat van de Kinderdijk’, die de bovendorpel van de voordeur siert van perceel Hoflaan 16. Kr. 2/02, p35. Zie ook Mirakel van Bergen Kinderspelen. Voor de televisie kwam, zocht de jeugd haar vertier in allerhande spelen op straat. Jongens en meisje wisten zich met allerlei primitief speeltuig en veel fantasie uitstekend te vermaken. Kr. 1/99, p9 Klomp, Dirk. Deze journalist was sinds zijn komst naar Bergen in 1910 een niet te verwaarlozen figuur. Hij heeft in onze gemeente vele activiteiten georganiseerd en onderhield contact met de meeste beeldende kunstenaars die hier woonden. Bekend is zijn boek De Bergensche School. Kr.2/99, p49 Klooster. Zie Ursulinen Kofschip ‘Maria Helena’. In juni 1834 vaart de 17-jarige Cornelis Leijen, zoon van bakker Jacob Leijen, met de ‘Maria Helena’naar Noorwegen. Aldaar verkoop hij zijn lading kaas en laadt andere koopwaar in. Evenzo in Dantzig. Met kerstmis ligt zijn schip in Tonningen, Denemarken, en op 8 februari schrijft hij nog naar huis. Maar vanaf dat moment is niets meer van het schip en Cornelis vernomen. Kr. 1/98, p14 Kolenboeren. Turf en hout zijn oude brandstoffen voor voedselbereiding en verwarming. De kolen danken we overwegend aan de Limburgse mijnen. De brandstoffenhandel, die behalve kolen ook produkten als smeerolie, benzine en petroleum leverde, heeft ook in Bergen goede tijden beleefd. Het beroep van kolenboer is verdwenen, maar jarenlang waren steenkolen onze belangrijkste warmtebron. Kr. 2/02, p44 Kolfbaan. Het kolfspel was in Bergen rond het eind van de 19e eeuw een geliefde binnensport. Bergen heeft verschillende kolfbanen gekend. In 1876 liet Warner Veenhuijsen, eigenaar van ‘De Rustende Jager’, langs de Breelaan een kolfbaan aanbouwen. Er werden overigens ook andere activiteiten gehouden, zoals zanguitvoeringen. Kr. 1/94, p3; Kr. Thema 5/03, p7; Kr. Thema 7/08, p2 Koloniehuizen. 1. Enkele foto’s met bijschriften van drie herstellingsoorden aan de Verspyckweg in Bergen aan Zee voor stadse bleekneusjes., tussen 1908 en 1913 in gebruik genomen. Tevens: In 1930 werd de grote villa ‘Russenduin’ door de Nederlandsche Bioscoopbond gekocht om onder de naam Bio-Vakantieoord aan ongeveer 100 kinderen een vakantieoord te bieden. Kr.Thema 2/96, p16. 2. De ontstaansgeschiedenis, de inrichting en de bewoning van de drie vakantiekoloniehuizen in de zogenaamde Koloniehoek van Bergen aan Zee en van de Villa Russenduin, worden uitgebreid geschetst. Veel van hetgeen zich in de loop der jaren in en rond deze vier voorzieningen afspeelde, wordt in details beschreven. Ook de geschiedenis van deze koloniehuizen van na de Tweede Wereldoorlog tot de huidige tijd komen aan de orde. 3. Beschreven wordt de geschiedenis van het Duitse Koloniehuis vanaf 1912 tot heden, en van haar bewoners. Ook de verhalen waarvan het huis kolkte, komen aan de orde. Kr. 2/08, p12. Kr. 1/06, p2 Zie ook Russenduin, Zeehuis, het Koninkrijk Holland. In 1806 wordt de Bataafse Republiek door Napoleon gedwongen diens broer Lodewijk Napoleon, aan te stellen tot koning. De instelling van het Koninkrijk Holland betekent het einde van de Bataafse Republiek. Lodewijk laat de Nederlandse belangen prevaleren. In 1810 doet hij afstand van de troon. Kr.Thema 4/98, p6. Zie ook Frankrijk, inlijving bij Konijnenjacht. Zie Duinmeier Koninklijke dispensatie. Toen ene Jan Leijen in 1836 wilde trouwen, maar van bugemeester Van Vladeracken vernam dat zijn leeftijd, 17 jaar, een wettelijk huwelijk belette, schreef zijn vader, bakker Jacob Leijen, aan koning Willem I een brief met de nodige uitleg. De Sire liet antwoorden dat hij de vrijstelling van artikel 144 van het Burgerlijk Wetboek wilde verlenen. Kr. 1/98, p16 Korps Rijdende Artillerie. Dit oudste onderdeel van de Koninklijke Landmacht, ontstond in 1759. De Republiek der Nederlanden kreeg in 1793 twee brigades rijdende artillerie. In 1799 stond het Bataafse Korps in dienst van het Franse leger; de geschiedenis van de strijd dat jaar tegen Engelse en Russische troepen wordt uitvoerig besproken. Evenzo de verdere krijgsverrichtingen, de uniformen en andere interessante bijzonderheden ovr het Korps. Kr. 1/07, p3 Kraenoogen. Giftige zaden ter bestrijding van ongedierte. Ze bevatten onder andere het dodelijke strychnine. In de loop der eeuwen werden ze door de duinmeiers geregeld gebruikt; omstreeks 1500 onder andere om de konijnenplaag, waarvan de boeren veel schade ondervonden, tot staan te brengen. Echter rond 1650 werd het gebruik verboden omdat duinmeiers als gevolg van grensgeschillen elkaars jachthonden vergiftigden. Maar de jacht bleef nodig om vossen en hazen te doden. En het gebeurde in 1720 dat in de magen van twee honden het dodelijk gif werd gevonden. Kr. 1/94, p11; Kr. 2/94, p28. Zie ook Duinmeier Kruideniers. Tussen 1920 en 1970 werd de handel in kruidenierswaren in vele winkels in en rond het centrum van Bergen bedreven. Behalve kruideniers- en zuivelwaren verkocht men onder andere ook wijnen, reformartikelen, veevoeders en kippenvoer, en zelfs klompen en laarzen. Vaak werden de waren door ‘uitbrengzaken’ per bakfiets uitgevent. Tussen 1910 en 1950 waren er nog 19 kruideniers. Kr. 2/01, p54 Kunstenaarsdorp. Met de komst van kunstenaars veranderde de sfeer en het karakter van Bergen. In 1902 waren de kunstschilders J.M. Graadt van Roggen en J.G. Veldheer de eersten. Spoedig vestigde ook de beeldhouwer Tjipke Visser zich hier. Na hen volgden er nog vele andere beeldende kunstenaars en over hun werk werd gesproken als over dat van de Bergense School. In 1928 liet de kunstverzamelaar P. Boendermaker een expositiezaal bouwen. Intussen hadden onder anderen ook Gorter, Adama van Scheltema en Roland Holst Bergen als woonplaats gekozen. K. Thema 3/97, p9. Zie ook K.C.B. 2. Een beeld wordt geschetst van de ontwikkeling van Bergen als kunstenaarsdorp in de eerste helft van de 20e eeuw. Kr. 2/00, p40. Zie ook Bevolking Kunstuitleen. Zie K.C.B. Kustafslag. Zie Geologie Kustwacht. In 1917 werd een detachement Kustwacht, bestaande uit 36 militairen en 12 matrozen in Bergen aan Zee ingekwartierd. Kr. 1/94, p14 LLandmeter. Op 9 september 1692 werd ene Gerrit Hengeveld na een succesvol afgelegd, verplicht examen wiskunde en geometrie, officieel toegelaten als landmeter. Hij en zij collega’s vervulden een belangrijke rol bij het inpolderen en structureren van het landschap. Ook werd in veel gevallen hun hulp ingeroepen bij het oplossen van eigendomsgeschillen. Landmeter zijn was meestal een parttime job, en uit een notitieboekje dat Hengeveld heeftr nagelaten blijkt tevens dat hij grote kennis van zaken had wat de huisrecepten betreft die in zijn tijd werden gebruikt. Talrijk zijn zijn aantekeningen over fijne gerechten. Hij geeft echter ook verschillende aanduidingen van maatsystemen die destijds gebruikelijk waren. Kr. 1/02, p39 Leijen, Familie. Zie Belastingen; Kofschip ‘Maria Helena’; Koninklijke dispensatie Liedje van den Bergenaar, Het. In 1910 gecomponeerd op woorden van mevrouw M.A.D. van Reenen-Völter, de vrouw van burgemeester Jacob van Reenen. Componist was Philip Loots. Kr. 1/94, p9 M Gaf o.a. in de jaren 1894 tot en met 1897 onder leiding van P. van Hoorn zanguitvoeringen in de kolfbaan van Warner Veenhuijsen. Ook voerde het verschillende operettes op. Kr. 1/94, p3; Kr. 1/95, p3; Kr. 1/97, p3; Kr. 1/98, p3; Kr.1/99, p3; Kr. 1/00, p8Maschmeijer. Heinrich Maschmeijer, geboren in 1848 in Aurich, Duitsland, ging op 14-jarige leeftijd in de leer in een manufacturenzaak in Zuid-Scharwoude. Na zijn leertijd trok hij naar Amsterdam, waar hij in 1870, 20 jaar oud, voor eigen rekening zaken ging doen; allereerst in stoffen, later in naaimachines. Nadat hij Zuilenhof in Bergen had gekocht, ging hij forensen naar Amsterdam. Daar nam hij deel aan het muziekleven. Hij belegde zijn winsten in Amsterdamse binnenstadspanden en in Bergense landbouwgronden. In Bergen begunstigde hij een aantal hoofdzakelijk beeldende kunstenaars. Ook was hij lid van de gemeenteraad en was hij actief als industrieel, onder andere door de bouw van een kalkzandsteenfabriek. Hij stierf in 1922. Besproken worden verder het leven van zijn twee zonen August jr. en Rudolf, en van hun nakomelingen. Kr.Thema 7/08, p3 Meelmolen. Bergen heeft ooit een meelmolen gehad. Circa 1930 werd door een Bergenaar met werktuigbouwkundige aanleg, van een koffiemolen een grote, met motor aangedreven meelmolen gemaakt. Tot 1943 werd daarvan door jan en alleman gebruik gemaakt. Kr. 2/01, p37 Melkfabriek. Zie Stoomzuivelfabriek Wilhelmina Merelhof, Midgetgolfbaan De. Deze golfbaan werd rond 1954 aangelegd op een braak liggend stuk grond tussen de huizen nabij het centrum van Bergen. Na twee jaar kocht Willem Kuin senior, de vader van de huidige beheerder/eigenaar de baan. De grond wordt gepacht van de gemeente. Er wordt verder verteld over het spel, over gravelbanen en banen op beton. Kr.2/07, p28 Merelhof. Dit bejaardencomplex, dat drie typen huisjes bevat, werd in 1949 in gebruik genomen. Gebouwd door de gemeente werd het in 1964 overgedragen aan een woningbouwvereniging. Het complex had een huisbewaarder en belsysteem. Er worden herinneringen van bewoners beschreven. Kr. 2/08, p20 Middenstand. Zie ook Bakkerijen, Slagers, groente- en fruithandelaren, Kolenboeren, Kruideniers Midgetgolfbaan. Zie Merelhof, De Milieuvervuiling. Zie Keur Militaire begraafplaats. Zie Begraafplaatsen Mirakel van Bergen, Het. De Sint Elisabethsvloed van 1421, die in veel delen van Nederland haar sporen naliet, deed in Kennemerland een aantal dijken doorbreken, waarbij onder andere het dorp Petten door de zee werd verzwolgen. Ook de kerk stortte in en de volgende morgen werd tegen een slootkant in Zanegeest een houten kistje met een ciborie en andere gewijde voorwerpen gevonden. Kort daarna vonden gebeurtenissen plaats die door pastoor Amelius en zijn medepriesters als wonderbaarlijk werden beschouwd. Er ontstond een bedevaart naar Zanegeest, alwaar ook een kapel werd gesticht. Kr. 2/02, p37. Zie ook Kinderdijk. 2. Als aanvulling op het onderwerp wordt de geschiedenis weergegeven van de Stille Omgang. Kr. 2/03, p59 Mobilisatie 1939. In verband met de dreigende houding van het Duitse Naziregime ten opzichte van de omringende landen, werd in 1939 ons leger in paraatheid gebracht. De vóórmobilisatie werd op 24 augustus 1939 aangekondigd; op 29 augustus volgde de algemene mobilisatie en op 1 september de staat van beleg. De legering van onze soldaten had voor Bergen en vooral voor Bergen aan Zee grote gevolgen. Kr.Thema 1/95, p4; p14. 2. Vanuit het dagboek van ene korporaal J. Westen, die eind 1939 in Bergen aan Zee gelegerd was, en aan de hand van berichten in het blad ‘Geef Acht’, wordt een beeld gegeven van de vooroorlogse maanden van het soldatenleven in Bergen aan Zee. Onder andere wordt verteld over het bezoek van Prins Bernhard, de ingebruikneming van het Barakkenkamp, gelegen tegenover de Deutsche Ferienkolonie, en de ontwikkeling en ontspanning die de soldaten geboden werd. Kr. 2/07, p23. Zie ook Vliegveld Monumenten. Zie Bergense monumenten Muziektent .
1. In 1897 had Bergen twee muziektenten voor uitvoeringen van het
fanfarekorps. De eerste stond in het bos tegenover De Ronde Kom, de tweede
achter De Rustende Jager. Kr. Thema 3/97, p6. Zie ook Bergens Harmonie.
2. Rond 1900 stond ook op het middenterrein van de renbaan een
muziektent, waar onder andere in 1903 een concours werd gehouden van de
Provinciale Bond van Fanfare- en Muziekkorpsen. Kr. 1/01, p5
[TOP] Nasleep van de strijd van 1799.
Nationale Vergadering. In januari 1796 werden verkiezingen voor leden van een Nationale vergadering uitgeschreven, die de plaats zou innemen van de Staten Generaal. In Bergen was men in juni 1795 al begonnen met de voorbereiding daarvan, en in oktober werd de municipaliteit verzocht een nauwkeurige telling te doen van alle ingezetenen, niet alleen mannen, maar ook vrouwen en kinderen. Deze volkstelling hield verband met de vorming van kiesdistricten. Op 1 maart 1796 kwam de Nationale Vergadering voor het eerst bijeen. Haar belangrijkste taak was binnen anderhalf jaar een grondwet op te stellen. Kr.4/98, p21. Zie ook Grondwet Nesdijk. Een Bergenaar geeft zijn herinneringen weer aan de huizen en hun bewoners langs de Nesdijk. Kr. 1/02, p24 Noodbarak.Zie ZiekenbarakNoodraad. Na de bevrijding in 1945 werd uit de burgerij van Bergen een Noodraad opgericht ter assistentie van de tijdelijke burgemeester G.J.Lovink. Kr. 2/94, p24 Notweg. Noodweg (not = nut, gebruik en opbrengst van het land), weg over andermans grond, die toegang geeft tot een stuk land dat niet aan de openbare weg of een vaart ligt en dient voor aan- en afvoer van het ‘not’ en al wat voor het gebruik van het land nodig is. Kr. 1/95, p10; 2/97, p47 Nurseries. Begin 20e eeuw ontstonden in Bergen enkele op tuinbouw gerichte bedrijven, te weten planten-. en bloemenkwekerijen en een belangrijke groente-, bloemen- en champignonkwekerij met druivenkassen. Dit laatste bedrijf droeg de naam Bergen Nurseries Ltd. en besloeg een groot terrein in de hoek van Oosterweg en Kogendijk. Het bedrijf werd na de Tweede Wereldoorlog niet voortgezet. Kr. Thema 3/97, OOnderwijs. Zie ScholenOnroerend goed. Sinds het begin van de 19e eeuw wordt het onroerend goed onderscheiden in gebouwde en ongebouwde eigendommen. Ook werd in die tijd het Kadaster opgericht, een dienst die zodanige gegevens verzamelde over grootte en kwaliteit van elk perceel dat gedetailleerde kaarten konden worden samengesteld, de zogenaamde minuutplans. Deze vormden ook in onze gemeente de basis om de gebruikswaarde van onroerend goed op uniforme wijze te belasten. Het uitgebreide administratief en cartografisch geheel resulteerde in 1990 in een uitgebreide Kadastrale Atlas van Bergen. Tussen 1873 en 1904 waren enkele herzieningen van het belastingsysteem nodig. Kr. 2/99, p45 Oorlogsslachtoffers. De Duitse bezetting van ons land in de jaren 1940-1945 heeft het leven gekost van een groot aantal joodse en andere burgers van Bergen. Kr. 1/00, p20; Kr. 1/01, p26 Oostdorp. Een overzicht wordt gegeven van het noordelijke gedeelte van Oostdorp en de bewoning in de eerste helft van de 20e eeuw. Het betreft het gebied met de straten Natteweg, Koninginneweg, Van Borselenlaan en Dokter van Peltlaan. Kr. 2/00, p31 Oosterweg. In een uitvoerig overzicht worden herinneringen van een Bergenaar weergegeven aan het gebied langs de Oosterweg, van Turfweg tot Van Borselenlaan en Spoorlaantje. De bebouwing en bewoning van het gebied rond 1950 komen uitgebreid aan de orde. Kr. 2/01, p41 Openluchtheater. Het eerste openluchttheater was gelegen in de Maesdammerhof. In 1935 werd een nieuw theater aangelegd in een duinpan vlakbij Restaurant Duinvermaak. Op de plaats van het theater is nu de kunstskibaan Il Primo. Kr. 1/97, p14; Kr. 2/07, p8 Orgels. In de 15e eeuwse Petrus en Pauluskerk, thans Ruïnekerk genaamd, werden door de jaren verschillende orgels bespeeld. Over het vroegst bekende, en de vernieling ervan in 1574, zijn veel bijzonderheden bekend gebleven. In de 17e en 18e eeuw werd zonder orgel gezongen, en pas in 1854 werd een orgel gekocht, een Hinsz. Daarvan, en van het in 1913 geïnstalleerde Kruze-orgel, worden de technische bijzonderheden weergegeven. Laatstgenoemd orgel werd in 1956 door Flentrop gerenoveerd. Kr. 1/04, p3 Oude Hof, Het.
Ook Het Hof te Bergen, Het Huis te Bergen, Het Hof. In
1641 kocht de Leidse aandelenhandelaar Antonie van Zurck de heerlijkheid
Bergen van gravin Elisabeth van Lippe. . In 1660 betrok hij er een herenhuis
met ‘lusthof’, dat hij aan de westzijde van het dorp had laten bouwen. Kr.
1/95, p5 Oude Raadhuis. Op 22 december 1903 werd op de plaats van een ouder raadhuis een nieuw raadhuis (met onderwijzerswoning) officieel in gebruik genomen. Het was ontworpen door architect Van der Steur. Intussen spreken we thans wederom van ‘het oude raadhuis’. Kr. 2/08, p 27 P |