Selecteer een pagina

Gedenksteen ‘Stolpersteine’ gelegd.

Op 4 mei 2020 is het precies 20 jaar geleden dat de gedenksteen voor de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Joodse Bergenaren onthuld werd op de begraafplaats aan de Kerkedijk, nabij het geallieerde gedeelte en het Propellerbladmonument. Op deze gedenksteen waren de namen van 17 Joodse Bergenaren gegraveerd die waren omgebracht in Duitse kampen. In december 2019 is de naam van de jonge Bergense dichter Vincent Weijand toegevoegd aan de de 17 namen die er al stonden.

Nu, twintig jaar later zijn, op initiatief van de Historische Vereniging Bergen (HVB) voor twaalf van deze Joodse Bergenaren Stolpersteine geplaatst op de vijf adressen waar ze voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog voor het laatst in vrijheid woonden. Voor de overige zes van de achttien op de gedenksteen genoemde namen worden Stolpersteine gelegd op drie adressen in Amsterdam, omdat zij daar voor het laatst in vrijheid verbleven. 

Het was de bedoeling dat de Stolpersteine op 28 maart door Gunter Demnig, de Duitse kunstenaar die het concept heeft bedacht, zouden worden gelegd in het bijzijn van verwanten, de junior ambassadeurs van de HVB en overige belangstellenden. Door de maatregelen rondom het coronavirus konden de plechtigheden helaas niet doorgaan. Afgelopen week zijn de Stolpersteine alsnog gelegd. Niet door Gunter Demnig, maar door twee medewerkers van de dienst Gemeentewerken van Bergen, Marco Zaadnoordijk en André van Bronswijk. Aanwezig was een klein comité: voorzitter HVB-jeugd Frans Leijen, fotograaf Arné Siccama en twee leden van de werkgroep HVB-jeugd Astrid Koome en Idzard van Manen. 

Laatstgenoemde is tevens de auteur van een speciaal themanummer van de HVB ‘Omdat ze Joods waren…’, dat vlak voor 4 en 5 mei onder de leden van de HVB zal worden verspreid. In deze uitgave wordt uit de doeken gedaan welke anti- joodse maatregelen er gaandeweg door de Duitse bezetter werden genomen en wat de Jodenvervolging die leidde tot de Holocaust inhield. Het themanummer ‘Omdat ze Joods waren…’ verschaft een inkijk in het Bergen van voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog en geeft de Joodse Bergenaren, waarvoor nu Stolpersteine zijn gelegd, indringend een gezicht.

In de Joodse traditie wordt gezegd dat de mens twee keer sterft. De eerste keer als het hart stopt met kloppen en de hersenactiviteit stopt. De tweede keer als de naam van de dode voor de laatste keer gezegd of gelezen wordt. Dan pas is die persoon echt ‘weg’, weggestreept uit het leven op aarde. Met het plaatsen van Stolpersteine in het trottoir is nu een blijvende herinnering bij de woonhuizen gecreëerd. Gunter Demnig noemt ze zo, omdat je erover struikelt met je hoofd en je hart en omdat je moet buigen om de tekst op het glimmende messing plaatje te kunnen lezen.

De twaalf Stolpersteine in Bergen zijn gelegd op de volgende adressen:
• Loudelsweg 64 (nu 54), voor Ruben (Rudolf) Elion, Rosalie Elion-Wijnkoop en dochter Meta Henriëtte;
• Dorpsstraat 67 (huis ‘Kijk uit’), voor David de Groot, Betje de Groot-Wagenaar en hun kinderen Anna en Marianna Elisabeth;
• Kerkedijk 3 (nu Landweg 2), voor Vincent Weijand;
• Breelaan 79 (toen pension De Reigershoek, nu Wittenburgh op 89), voor Simon Trijtel en Heintje Trijtel-Melkman;
• Breelaan 47 (pension De Haemstede), voor Moriz Reif en Bertha Strakosch.

In samenwerking met de Stichting Stolpersteine Amsterdam en de HVB worden nog zes Stolpersteine gelegd in Amsterdam op:
• Sarphatipark 42, voor het kunstenaarsechtpaar Samuel ‘Mommie’ Schwarz en Else Berg;
• Olympiaplein 50, voor Isaac Santcroos en zijn twee zonen Daniël en Eddy Martin;
• Biesboschstraat 9 hs, voor Aron de Groot, oudste zoon van David de Groot en Betje de Groot-Wagenaar;